Afro-Surinaamse schoonheid staat centraal in de schilderkunst van Nola Hatterman (1899-1984). De Amsterdamse, witte kunstenares voelde zich altijd meer verbonden met de Surinaamse cultuur dan met haar eigen verleden. De combinatie van oprechte bewondering voor mensen met een andere huidskleur en een schuldgevoel naar de periode van slavernij vormt de basis van haar kunst. Opmerkelijk in een tijd waarin promoten van het zwarte schoonheidsideaal nog ongebruikelijk was in Nederland.

Hatterman vertrok in 1953 definitief naar Suriname en doopte zichzelf om tot ‘Surinaamse bakra’ (Hollander). “Ze had haar tijd en haar zelfgekozen land mee”, stelt Stephan Sanders in zijn bijdrage aan het boek. Ze kon als witte Nederlander in Surinaamse klederdracht over straat zonder al te veel controverse. Door haar kunst zag de zwarte bevolking haar eerder als een bondgenoot dan als een ‘witte redder’.

Bijna alle tien artikelen hebben Hattermans ‘transraciale’ levensverhaal als uitgangspunt. Het boek leest meer als een biografie dan als een kunsthistorische studie. De opmaak maakt het de lezer niet altijd even makkelijk, maar hij krijgt een mooi overzicht voorgeschoteld van een kunstenares die op haar eigen manier geschiedenis schreef.

De tentoonstelling Surinaamse School is te zien in het Stedelijk Museum zodra de musea weer open kunnen.

INES PRAKKE

NOLA HATTERMAN

Geen kunst zonder kunnen

- Ellen de Vries (samenstelling)

- Waanders uitgevers

- 160 pagina’s blz.

- € 27,50