Amsterdam was van 15 tot en met 20 juni 1908 even het strijdtoneel voor het vrouwenkiesrecht. Het Concertgebouw werd voor een week afgehuurd voor de samenkomst van de International Woman Suffrage Alliance. Ook verder werden kosten noch moeite gespaard. Epicentra waren het woonhuis van Aletta Jacobs, ‘presidente’ van de Nederlandse Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, aan de Tesselschadestraat 15 en het huis van de familie Naber aan de Van Eeghenstraat 5. Hier werden activiteiten voorbereid en logés ontvangen. Overigens was een aparte vleugel van het Amstel Hotel gereserveerd voor de Amerikaanse delegatie.
Al lang ervoor en nog lang erna gonsde het van de activiteiten. De voorzitter van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht, de Amerikaanse Carrie Chapman Catt, was vanaf mei in Amsterdam in verband met de voorbereidingen. De zondag voorafgaand aan het congres preekte de voorzitter van de Amerikaanse vereniging voor vrouwenkiesrecht, dominee Anna Shaw, in de Waalse Kerk. Na afloop van het congres werden er voor de gedelegeerden van de Wereldbond uitstapjes georganiseerd naar Scheveningen en naar de Diergaarde in Rotterdam. Dominee Shaw en Chapman Catt verbleven nog weken in Amsterdam om hier en in de rest van Nederland propagandawerkzaamheden te verrichten.

Deining en juwelen

De meeting in Amsterdam, zoals deze in 1908 al heel modern in de pers werd genoemd, was een groot succes. En dat terwijl het de Nederlandse organisatrices vooraf zo had tegen gezeten! Maar toen het moment daar was, werd er in het Concertgebouw inhoudelijk flink vergaderd en wijdde de Nederlandse pers pagina’s lang uit over de bijeenkomsten. Aan de leden van de Amsterdamse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht was gevraagd gedurende het congres de vlag uit te hangen.
Er was een prachtig sociaal programma met diverse recepties (onder andere van burgemeester Van Leeuwen en zijn vrouw in de ambtswoning aan de Herengracht) en allerlei excursies en uitstapjes, van een boottocht op de Amstel tot aan bezoeken aan Amsterdamse scholen, crèches, het armenhuis en het destijds ultramoderne Wilhelmina Gasthuis. De organisatrices wilden ruimschoots gelegenheid bieden voor sociale contacten tussen de vrouwen uit de verschillende landen. Er werden levenslange vriendschappen gesloten of verstevigd en er werd volop ‘genetwerkt’. Niet alleen door de vrouwen onderling, maar ook met Nederlandse organisaties en leden van het establishment.
Voor een sfeertekening van het wereldcongres in juni 1908 kunnen we het beste terecht bij de familie Naber in de Van Eeghenstraat. De ongetrouwde dochter Johanna was actief feministe, ex-bestuurslid van de Wereldbond, eerste secretaresse en persvoorlichtster van het voorbereidend comité voor het congres. Ook moeder Anna Naber was actief in de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Johanna stelde in 1915 een bundel met familiecorrespondentie samen met daarin een aantal pareltjes van brieven van de toen al oude moeder Anna over het vrouwencongres in Amsterdam.
Op 18 juni 1908 schrijft zij aan haar zoon: “Het Congres is geopend en slaagt boven alle verwachting. Hier aan huis hangt de vlag uit, evenals aan de andere huizen, waar Bestuursleden wonen en die vlag zal de gehele week blijven uithangen. Papa is een engel van geduld in deze roezige week, waarin geen orde of regel is te houden en alle etenstijden op een gruwelijke manier verlaat worden. Dat is zijn steun aan het Vrouwenkiesrecht en ik ben hem er heel dankbaar voor. Heden middag ben ik, getooid met het Congres-lidmaatschaps-insigne en met de Vrouwenkiesrecht-kleuren, lila en goud, eens in het Concertgebouw gaan kijken. Ik vond er de Amerikaansche Predikante aan het woord. Zij sprak ongelooflijk gemakkelijk: was een en al leven en beweging. Zeker van Fransche afkomst. Dan sprak er een reeds bejaarde Mrs. Despard, die bij een suffragette-betooging onder het paard van een chargeerenden dragonder was geraakt. Een vrouw om respect voor te hebben.”
In haar in 1924 gepubliceerde Herinneringen schrijft Aletta Jacobs over de hectiek rond het congres: “Op 14 Juni, een Zondag, werd in de groote zaal van het Concertgebouw nog tot middernacht muziek gemaakt. Daarna konden wij er over beschikken. Een paar dames uit het Centraal Comité zorgden er voor, dat het heele gebouw gedurende den nacht duchtig werd schoon gemaakt en zij hielden daarop toezicht. Toen den volgende ochtend om 9 uur de eerste bezoeksters kwamen, gingen de laatste schoonmaaksters de deur uit.”
Anna Naber meldde in een volgende brief, op 25 juni, hoe goed alles was verlopen: “Er zijn nu 14 dagen van zware deining voorbij en ons Congres is schitterend geslaagd. Ik heb zelfs nog deel genomen aan het gala-diner in de groote zaal van het Concertgebouw. (…) Er was groot toilet gemaakt. (…) De Engelsche en Amerikaansche Dames waren in full evening-dress, laag gedecolleteerd met lange sleepen. De Amsterdamsche Dames hadden, wat zij eigenlijk zoo zelden doen, haar juweelen voor den dag gehaald. Enkele Engelsche Dames droegen haar tiara’s.”

Dwars door alle zuilen

Het was dus ‘sjiek de friemel’ tijdens het congres. Maar laten we de zaak waar het allemaal om ging niet uit het oog verliezen. De deftige dames hebben er immers voor gezorgd dat vrouwen nu bijna overal ter wereld algemeen kiesrecht hebben. Het congres vond plaats tijdens het hoogtepunt van de strijd om het vrouwenkiesrecht in de westerse wereld. Vooral in Engeland woedde het gevecht hevig: daar gingen de zogenoemde suffragettes de straat op om te demonstreren en werden zij zonder pardon in de gevangenis gegooid.
Amsterdam was het Nederlandse middelpunt in de eerste feministische golf. Hier werden de eerste daden gesteld in de vrouwenstrijd en de eerste vrouwenverenigingen opgericht. Op initiatief van onder andere Wilhelmina Drucker en Aletta Jacobs werd in 1894 de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht opgericht, in gebouw De Eensgezindheid aan het Spui. De Vereeniging had maar één doel: algemeen kiesrecht voor vrouwen. De vereniging wilde verder neutraal zijn en moest zogezegd ‘dwars door alle zuilen’ gaan. Vrouwen én ook mannen van allerlei politieke en religieuze gezindten sloten zich bij de Vereeniging aan. Mannen mochten overigens geen bestuurslid worden. De organisatie breidde zich gestaag uit: in 1897 waren er ruim duizend leden; in 1907, voorafgaand aan het congres, waren dat er 3350.
Ten tijde van het congres was er alleen in Australië, Nieuw-Zeeland, Finland en Noorwegen algemeen kiesrecht voor vrouwen en die situatie bleef voorlopig nog wel even zo. In 1883 had Aletta Jacobs geprobeerd om op de kieslijst voor de Amsterdamse gemeenteraad te komen. Hoewel ze formeel aan de eisen voldeed, werd haar verzoek toch afgewezen omdat ze een vrouw was. Mede door de inspanningen van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht en ook de Bond voor Vrouwenkiesrecht werd in 1917 passief kiesrecht voor vrouwen in de Nederlandse grondwet vastgelegd, tegelijkertijd met het algemeen kiesrecht voor mannen. Twee jaar later werd ook het algemeen kiesrecht voor vrouwen bij wet geregeld.

Een lege kas

Eind 1906 begonnen de Nederlandse kiesrechtvrouwen voortvarend met de voorbereidingen voor het congres. Er werd een Centraal-Comité gevormd van zeven leden (allemaal Amsterdamse vrouwen) dat onder voorzitterschap van Aletta Jacobs de voorbereidingen ter hand moest nemen. Johanna Naber, lid van het comité, meldde dat werd gewaarschuwd dat “men in die Commissie enkel mochten benoemen vrouwen, van wie met eenigen schijn van zekerheid kon worden verwacht, dat zij ten minste drie maanden aanéén het zouden kunnen doen zonder eten, zonder drinken en zonder slapen.”
Zij vervolgt: “Dat is ook inderdaad noodzakelijk gebleken. Maar in de spanning van het oogenblik, in de bezieling der in ons gewekte verwachtingen kon niets ons te veel zijn. Vol ijver, in goed vertrouwen bestonden wij het reeds dadelijk om, zij het ook met eene ledige kas, voor den vollen duur der congresweek het Concertgebouw te Amsterdam in zijn geheel af te huren.”
Verder werd er een Sub-Comité voor de financiën benoemd, met Wilhelmina Drucker als ‘presidente’, om iets aan die ledige kas te doen. Het afhuren van het Concertgebouw alleen al kostte f 2.000,-. Overigens is er gepoogd om de regering te laten optreden als gastheer (met de bijbehorende financiële middelen), maar de dames kregen nul op het rekest. Ook anderszins lukte het niet om betrokkenheid van de regering bij het congres te verkrijgen. Waarschijnlijk is zelfs gevraagd om de jonge koningin Wilhelmina een rol te laten spelen bij het congres, maar ook dat ging niet door. Wel werd het slotdiner bijgewoond door Jacques Oppenheim, lid van de Raad van State. Ook de Amsterdamse wethouder Zadok van den Bergh zat aan het diner.
Voor de financiering zat er niets anders op dan bij individuele vrouwen en mannen geld los te peuteren. In het Maandblad van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht werd nauwgezet verslag gedaan van wie hoeveel geld aan het congres gedoneerd had in een lijst met initialen en bedragen. De dames Drucker en Jacobs gaven het goede voorbeeld door elk driehonderd gulden te schenken. “Van het Sub-Comité te Amsterdam: A.H.J. f 300, W.D. f 300, (…).” Aletta Jacobs leverde nog een andere financiële bijdrage aan het congres: zij bood een afternoon tea aan in het Vondelpark-paviljoen.
Ook bijdragen van f 1,- en zelfs 50 cent werden in het Maandblad gepubliceerd. Verder vermeldenswaard: de directies van het Algemeen Handelsblad, Het Nieuws van de Dag en De Telegraaf gaven ieder f 25,-. Uiteindelijk werd er meer dan f 10.000 ingezameld. Dat was ruim voldoende: de Vereeniging hield f 5.000 over.

Engelsch oefenen

Ook over de andere voorbereidingen valt in het Maandblad veel terug te lezen. Er wordt een stevig beroep gedaan op de Amsterdamse afdeling, onder andere om logés te huisvesten en allerlei hand- en spandiensten te verrichten. Zo waren er bijvoorbeeld 13 orde-commissarissen nodig, die dan wel het Engels - de officiële congrestaal - goed machtig moesten zijn. Een van de leden van het Centraal-Comité, Henriëtte van Loenen-de Bordes bood aan het Engels van de orde-commissarissen in spe in een aantal avonden wat bij te spijkeren: “Wij zullen ons oefenen in het Engelsch en onder de hand insignes maken”, laat zij weten.
Heerlijke kneuterigheid en veel dames-achtige gezelligheid dus, maar laten we ons niet vergissen in de vastberadenheid, de serieusheid en vooral ook de professionaliteit van de betrokken dames. Ze wisten bijvoorbeeld veel steunbetuigingen voor het congres te verkrijgen. Rijen met klinkende namen uit de politiek, de adel en de wetenschap werden gepubliceerd in het Maandblad. En ook anderszins wisten de dames wel van wanten wat betreft beleidsbeïnvloeding en het bewerken van de publieke opinie, om maar eens even wat moderne termen te gebruiken. De Nederlandse vrouwen waren trouwens alleen belast met de organisatorische voorbereidingen voor het congres. De Wereldbond was verantwoordelijk voor het inhoudelijk gedeelte.
De Vereeniging had wel de nodige tegenvallers te verwerken. Eén dag nadat officieel begonnen was met de voorbereidingen voor het congres, kwam er een scheuring in de gelederen. Een deel van de leden vond de Vereeniging te fel feministisch en richtte de Bond voor Vrouwenkiesrecht op. De Bond zorgde voor tegenwerking bij de voorbereidingen, maar de belangrijkste tegenslag was de val van het kabinet-De Meester eind 1907. Hiermee was de geplande grondwetswijzigingen van de baan. Van het nieuwe confessionele kabinet-Heemskerk kon qua vrouwenkiesrecht niets worden verwacht. Op slag was het onderwerp van de politieke agenda verdwenen. De verenigingsvrouwen waren bang dat er daarom weinig belangstelling zou zijn van Nederlandse zijde voor het congres van de Wereldbond, maar dat viel uiteindelijk alleszins mee.
Het congres bestond deels uit besloten huishoudelijke vergaderingen van de Wereldbond. Bij aanvang waren vrouwenkiesrechtorganisaties uit 13 landen aangesloten. Deze landen (Australië, Canada, Denemarken, Engeland, Finland, Duitsland, Hongarije, Italië, Noorwegen, Rusland, Zweden, de Verenigde Staten en Nederland) werden ieder vertegenwoordigd door zes afgevaardigden en zes plaatsvervangende afgevaardigden. In de loop van de week sloten ook Bulgarije, een Zwitserse, regionale organisatie en een Zuid-Afrikaans comité zich aan. Er werd onder meer vergaderd over de statuten en het maandblad Jus Suffragii van de Wereldbond. Daarnaast waren er openbare bijeenkomsten en feestelijkheden die Nederlandse belangstellenden konden bijwonen.
Hoogtepunten waren de openingsbijeenkomst en het slotdiner, met toespraken van Carrie Chapman Catt en Aletta Jacobs, en veel Nederlandse folklore. Op de openingsbijeenkomst was er Hollandse muziek, zoals de door Catharina van Rennes gecomponeerde en gedirigeerde cantate Oud-Hollandsch Nieuwe Tijd, gezongen door een koor van 380 vrouwen en kinderen. Op het slotdiner werden de 450 gasten getrakteerd op een ouderwetse klompendans, uitgevoerd door onder meer de geadopteerde zoon van Aletta Jacobs en de toen nog jonge Rosa Manus, een Amsterdamse die later nog een belangrijke rol zou vervullen in de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht. Ook was er een geestige op het vrouwenkiesrecht toegesneden samenspraak van Thomasvaer en Pieternel, als enige onderdeel van het congres in het Nederlands gesproken.

Leerrijke beschaming

“Het succes was volledig, zowel innerlijk als uiterlijk”, zo schreef verenigingsbestuurslid Elizabeth van der Hoeven in een terugblik in 1919. “Naar buiten sloeg het Congres de vooroordeelen neer als riethalmen. Die kiesrecht-vrouwen zouden er raar uitzien, ze zouden door elkaar praten, zeer zeker den logischen draad niet kunnen houden, zeuren of schreeuwen - en - wat moest de financieele afloop wel zijn, daar zelfs mannen-congressen met een te kort sloten! Den regen- en mistvoorspellers scheen de volle zonneschijn in het gelaat. Hoe rees onze zaak door hun leerrijke beschaming op alle punten!”
Ze had gelijk: het congres had de vrouwen geen windeieren gelegd. In 1908 kreeg de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht er 1350 nieuwe leden en 18 nieuwe afdelingen bij. De kas was weer goed gevuld en de pers was geheel op de hand van de kiesrechtstrijdsters geraakt. Al met al had de strijd om het vrouwenkiesrecht een belangrijke impuls gekregen, in ieder geval in Nederland.