Ik lag in 1951 in een Amsterdams ziekenhuis. Niet zomaar in een ziekenhuis maar in het Emma Kinderziekenhuis, dat nu anderhalve eeuw bestaat, toen nog in de Sarphatistraat. Ik werd daar opgenomen voor een gecombineerde navel- en liesbreuk. Mn moeder wist 't zeker, dat kwam door die vermaledijde autoped met massieve bandjes!

Ik was tien jaar en het was mijn eerste bewuste ziekenhuisopname. In de oorlog was mijn moeder wel met mij in- en uitgelopen in het Wilhelminagasthuis, maar daar wist ik natuurlijk niets meer van. Difterie, rachitis en een tik van polio, zoek maar uit. Als oorlogskindje was ik tamelijk kneuzerig de slechte voeding te boven gekomen; de pest was dat je 't me niet aanzag, zo blozend zag ik er schijnbaar uit.

Maar nu hielp er geen lieve moeder meer aan: die breuken moesten gerepareerd. Fluitend van plezier en gespannen uitziend naar dit nieuwe avontuur werd ik afgeleverd. Zalen met tientallen bedden, jongens en meisjes door elkaar en (kinderziekenhuis of niet) een strak regime met nurkse, stijf gesteven zusters en niks Cliniclowns. Ik leerde daar wat 'keten' was, iets dat je als enig kind thuis niet kende.

De operatietafel maakte een einde aan de welwillende houding van dit patiëntje. De verdoving met het toen voor de hand liggende etherkapje viel helemaal verkeerd en ik werd er doodziek van: woelend en ijlend in het bed en maar braken. Van de operatie heb ik nooit last gehad, maar voor ether had ik definitief heilig ontzag - of afkeer.

Ik was nog niet van ziekenhuizen af. Kleinigheid: appendix. Deze keer de Joodse Invalide, weer eens 'n ander ziekenhuis. Dat heette natuurlijk in 1965 niet meer de Joodse Invalide, maar bij ons thuis nog wel. De zalen waren hier zo mogelijk nog groter, met tientallen bedden in twee lange rijen en schraagtafels met banken in het midden. De operatie stelde niet veel voor, maar ik vond het nodig te benadrukken dat ik niet tegen ether-narcose kon en dat ik de toen al alternatieve geïnjecteerde verdoving wilde. Wie het maar horen wilde had ik dat op het hart gedrukt. Op de operatietafel aangekomen kreeg ik in een bliksemsnelle beweging ferm een etherkapje op mijn gezicht gedrukt en al sputterend ging ik onder zeil. Mijn kersverse echtgenote dacht dat ik die nacht het leven zou laten.

Theo Bakker

Beeld Emma Kinderziekenhuis, Sarphatistraat. Collectie Stadsarchief Amsterdam