Ze hebben grote ambities, Hendrik-Jan en Jacob Spijker, rijtuigenmakers sinds 1880 en vanaf 1900 ook autobouwers. Hun bedrijf groeit in rap tempo, de internationale markt lonkt. De broers veranderen de 'ij' in een 'y' en construeren de revolutionaire Spyker 60HP Four-Wheel Drive Racing Car 1903. Het Amsterdamse Spyker aan de Stadhouderskade heeft een wereldprimeur: de eerste benzineauto met permanente vierwielaandrijving, een zescilinder motor en een vierwielremsysteem. Een waar snelheidsmonster in die tijd, met een 8.8 literblok en een top van 110 kilometer per uur, dat dankzij het vierwielremsysteem ook nog eens veel sneller stil staat dan de concurrenten. Achterop de auto is zelfs een bordje gemonteerd met de tekst: 'Pas op 4!'. Afstand houden is de boodschap, je knalt er zo op.

Twintig jaar eerder rollen nog slechts koetsen uit de eerste werkplaats, aan het Stationsplein in Hilversum, die al snel te weinig ruimte biedt. De overstap naar Amsterdam wordt in 1886 gemaakt: Stadhouderskade 114 is het nieuwe adres van de Rijtuigenfabriek v/h Gebr. Spijker. Ruim tien jaar later mag Spijker de Gouden Koets bouwen voor de inhuldiging van koningin Wilhelmina. Onder de naam Industriële Maatschappij Trompenburg krijgt de fabriek nu ook een autoafdeling. Met een licentie van de Duitse firma Benz worden als Spijker-Benz de eerste auto's geassembleerd. Tegelijkertijd verrijst op de plek van de voormalige hofstede Trompenburg aan de Amstel een nieuwe fabriek om eigen ontwerpen te produceren. In 1900 rijdt de eerste Spijker naar buiten, een tweecilinder van twee of vijf pk. Op de allereerste tentoonstelling van de Rijwiel- en Automobiel Industrie (RAI) in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam toont de kersverse autofabrikant maar liefst nog zeven exemplaren.

Opschudding

De 60HP is gebouwd voor de race Parijs-Madrid, die in 1903 voor het eerst wordt gehouden. Jammer genoeg is de auto niet op tijd klaar. Wel staat hij in december 1903 op de Salon de l'automobile de Paris, waar de beweerde topsnelheid van 110 kilometer voor veel opschudding zorgt. De 60HP zal nooit in productie komen, maar wordt wel met een geknepen motor van 50 pk verkocht aan particulieren. Niet lang, want de prijs is hoog en de verkoopcijfers vallen tegen.
De introductie van de 60HP komt op een moment dat de meeste auto's nog twee aangedreven wielen hebben. De vierwielaandrijving - dankzij een extra as die ook de andere twee wielen met de motor verbindt - zorgt voor meer grip en dus een betere acceleratie. Het bewijs wordt geleverd tijdens de Birmingham Heuvelklim in 1906. De regen valt met bakken uit de lucht en terwijl de concurrentie beneden blijft steken, klimt de Spyker gemakkelijk omhoog.
De vierwielaandrijving heeft ook een groot minpunt. Scherpe bochten zijn lastiger te maken, omdat de voor- en achterwielen met elkaar in verbinding staan en dus even snel draaien. Om snel door de bocht te kunnen is het juist van belang dat voor sneller gaat dan de achter. Als de 60HP snel de bocht neemt, kan de druk op het systeem zo groot worden dat het breekt - dat gebeurt dan ook meer dan eens. Latere modellen van Spyker hebben dan ook geen vierwielaandrijving.

Maar de vierwielaandrijving maakt wel iets los in de autowereld. Zo legt Daimler Motoren Gesellschaft (later gefuseerd met Benz & Cie tot Mercedes-Benz) in 1904 de basis voor een vierwiel aangedreven militair voertuig. Regelmatige toepassing laat nog even op zich wachten, maar met name na de Eerste Wereldoorlog worden auto's met vierwielaandrijving geproduceerd voor bijvoorbeeld het leger, de bouw en het sneeuwvrij maken van wegen. Later komt er ook inschakelbare vierwielaandrijving en tegenwoordig is er zelfs een variabele variant, dat wil zeggen aandrijving van de wielen afzonderlijk.

Imago

In Engeland oogst Spyker veel lof en krijgt de bijnaam Rolls-Royce van het continent. Maar hoe vooruitstrevend het imago ook is, de verkoopresultaten vallen zwaar tegen. En 1907 en 1908 zijn rampjaren: eerst overlijdt Hendrik-Jan bij een scheepsramp, dan gaat het bedrijf failliet. Ook na een doorstart blijft zakelijk succes uit. Ronald Kooyman, directeur van het Louwman Museum, waar de 60HP staat, weet waarom. "Een Spyker was brandduur, vijf keer het jaarinkomen van een arbeider. De fabriek richtte zich echt op de happy few. Koningin Wilhelmina bestelde in 1911 haar eerste Spyker, met vloerverwarming. Dat luxe imago zie je af aan de schitterende affiches."
Vlieger Henri Wijnmalen neemt in 1915 het bedrijf over. Door de Eerste Wereldoorlog stort de vraag naar personenauto's in elkaar. Wel bouwt hij in die jaren honderd gevechtsvliegtuigen en tweehonderd vliegtuigmotoren. Na de oorlog maakt Spyker nog personenauto's, bussen, vrachtwagens en racewagens, maar een faillissement dreigt voortdurend en op 26 mei 1926 valt het doek definitief. In totaal heeft Spyker dan ruim 1500 auto's geproduceerd, waarvan er naar schatting nog vijftien zijn overgebleven. Sinds 1999 bestaat Spyker Cars - ook dit bedrijf richt zich op (nu Amerikaanse) welgestelden en verkeert voortdurend in zwaar financieel weer.