Begin twintigste eeuw begon een nieuwe school in Amsterdam meestal eerst als hulpklas die onder een bestaande lagere school viel. In de nieuwe stadswijken buiten de Singelgracht gingen veel leerplichtige kinderen naar een hulpklas of -school. Jan Holtzappel was hoofd van zo’n school in de Albert Cuypstraat. Hij was in 1893 getrouwd met Rietje Solkamans, en zij hadden twee dochters gekregen: Maria Johanna, roepnaam Marie en Alida Maria, die ze Ada noemden. 

De zusjes Holtzappel
Aan de overkant, op Albert Cuypstraat 158 III, woonde sinds december 1898 de schilder Piet Mondriaan. Hij had in Amsterdam aan de Rijksacademie gestudeerd en ontwikkelde zich daarna tot een zelfbewuste en gerespecteerde kunstenaar, die van zijn werk kon leven. Mondriaan deed van alles: zo schilderde hij portretten en plafondstukken en ontwierp een preekstoel voor de Engelse Kerk. Vanaf de Albert Cuyp was hij snel bij de Amstel, waar hij veel onderwerpen voor zijn vrije werk vond – schepen langs de kade, boerderijen aan het water.  

In 1900 was hij kennelijk op zoek naar kinderen die voor hem konden poseren. Holtzappel bood zijn twee dochters aan als model. In het voorjaar van 1900 schilderde Mondriaan een aquarel van 68 bij 81 cm, De zusjes Holtzappel genaamd. Ada zit daarop met een boek in een rechte stoel met brede armleggers tegen een gekleurd kussen. Marie staat ontspannen tegen de stoel geleund met haar rechterarm losjes op de leuning. De meisjes kijken met grote bruine ogen ernstig ieder een kant op, de ruimte in. Ze hebben lang haar met een blauwe strik erin.  

Op het schilderij Lente idylle staan – volgens de verhalen in de familie – dezelfde meisjes, en op Meisjesportret met bloemen zou oudste dochter Marie te zien zijn. Mondriaan maakte ook een portret van vader Jan, en hij portretteerde Reinder Solkamans, de zwager van Holtzappel. Holtzappel kocht op zijn beurt drie landschappen van het Gein van de schilder. Volgens Marie kwam Mondriaan regelmatig bij het gezin over de vloer, tot hij in 1911 vertrok uit Amsterdam. 

Probleemscholen 
Jan Holtzappel was in 1891 schoolhoofd geworden. Hij had moderne opvattingen: hij stimuleerde zijn leerlingen om zelfstandig kennis te vergaren. Kinderen noemden hem ‘Meester Holtzie’. De Gemeente Amsterdam vroeg hem regelmatig om nieuwe scholen op te richten of om hoofd te worden van een school met een probleem, zoals de Openbare Lagere School ‘T’ in de Jordaan.  

Vier onderwijzers, die lid waren van de vakbond, hadden daar in 1905 met succes zijn voorganger weggepest, en nu kwamen zij in opstand tegen Holtzappel. De onderwijzers weigerden met een leerplan te werken, schoolvergaderingen werden geboycot en de leider van de opstandelingen maakte in de gang en op het schoolplein stelselmatig een militair saluut naar zijn chef. Landelijke kranten volgden de affaire, onder de kop: ‘De Amsterdamse schoolquestie’.  

Toen Holtzappel tijdens een klassenbezoek naar de lesvoorbereiding vroeg, schoof de onderwijzer, onderuitgezakt, ten overstaan van de leerlingen met zijn schoen over zijn bureau een papiertje in de richting van Holtzappel. Toen was de maat vol. De wethouder van onderwijs, Jacob van Hall, ontbood het voltallige personeel op het stadhuis en ontsloeg vervolgens twee onderwijzers wegens miskenning van het gezag van het hoofd der school. De ouders van School T tekenden weliswaar bij B&W protest aan, maar toen Holtzappel zijn jubileum vierde werd zijn kantoor versierd met bloemen.

Inschattingsfout

Holtzappels leiderschap was onvolprezen. Koelbloedig redde hij leerlingen van een felle brand in School 113 aan de Lindengracht, door al zingend met alle kinderen in een rij achter hem de straat op te gaan. Een inschattingsfout bezorgde hem echter in maart 1912 een kras op zijn blazoen: Holtzappel belandde in een schandaal, in oktober 2021 beschreven in dit blad.

Een collega schoolhoofd, Martin Broekhuijsen, vroeg hem om docent en gecommitteerde te worden op een particuliere kweekschool. Voor elke leerling ontving de opleiding 700 gulden subsidie van het Rijk. Holtzappels dochter Marie, die feitelijk op de HBS in de Roelof Hartstraat zat, was een papieren leerling van die particuliere kweekschool. Toen er in de Gemeenteraad vragen werden gesteld trok Holtzappel zich terug.

Oud-leerlingen als Jules Ferares vertelden later dat zij veel respect voor hem hadden en veel van hem leerden: ‘Hij beschouwde je niet als kind, maar als een opgroeiende jongeman. Belangrijke artikelen uit kranten en tijdschriften mocht je in je schrift plakken en in de klas bespreken.’ Op de Transvaalschool wandelde hij met zijn klas naar volkstuincomplex Klein Dantzig in de Watergraafsmeer om uitleg te geven over wat groeide en bloeide. In de onderwijzerskamer mochten zij boeken lenen uit een kleine bibliotheek.

Op het dak

Jules Schelvis zat bij Holtzappel in de klas. Toen het grootste vliegtuig ter wereld, de Dornier Do X, een Duits watervliegtuig met twaalf motoren, in 1932 boven Amsterdam zou verschijnen nam Holtzappel de kinderen van de zesde klas mee naar het grote platte dak. Schelvis: ‘Daar hebben we gewacht tot het vliegtuig verscheen. En wij maar zwaaien. Zo was Holtzappel, een fijne man! Ik ben nog steeds dankbaar voor zijn wijsheid en voor de wijze waarop hij les gaf.’

Met de akte M.O. Handelsrekenen op zak besloot Holtzappel zijn bakens te verzetten. Hij werd directeur van de Ambachtsschool van de Vereeniging Handelsonderwijs in de Tweede Jan van der Heijdenstraat 77, een avondschool die populair was bij kantoorbedienden en verkoopsters.

Als voorzitter van de afdeling Amsterdam van de Bond van Nederlandsche Onderwijzers toonde hij het gezicht van een bestuurder. Holtzappel was betrokken bij de oprichting van de Vrijzinnig-Democratische Bond, later opgegaan in de PvdA, en hij werd voorzitter van de Bond van Handelsavondscholen. Hij was co-auteur van een succesvolle serie schoolboeken over hoofdrekenen, schreef de landelijke examenopgaven en een aantal artikelen over economie.

Lintje
In 1934 nam hij feestelijk afscheid en werd hij vanwege zijn verdiensten voor het handelsonderwijs benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Op 24 oktober 1943, zijn 75ste verjaardag, vond een huldiging plaats in het Tropeninstituut. Holtzappel kreeg een liber amicorum aangeboden in aanwezigheid van burgemeester E.J. Voûte, medewerkers van kamers van koophandel, bedrijven, collega’s en vrienden.

Na het overlijden van haar ouders in 1949 hing de aquarel van Mondriaan nog jarenlang bij Marie Holtzappel thuis aan de Amstelkade. Toen zij op 21 februari 1974 overleed verdween het werk van de radar. Haar kleindochter koestert de schommelstoel van haar oma en de bureaustoel van Jan Holtzappel.

Vanwege copyrightbeperkingen kunnen we het schilderij van Mondriaan met daarop de dochters van Holtzappel niet online tonen. Het headerbeeld laat een fragment zien van de tekening Gezicht op de boerderij Landzicht (Gein Zuid 15) die Mondriaan rond 1905 maakte. Deze is in zijn geheel te zien in de Beeldbank van het Stadsarchief.

TON DE ZWART IS ONDERWIJSKUNDIGE EN DOET FOTOHISTORISCH ONDERZOEK.