Hoge gebouwen in de stad blijven mij boeien. Waarschijnlijk omdat ik bijna negen jaar bewoner was van een appartement op de achtste etage in de beroemde Wolkenkrabber aan het Victorieplein. De bouw in 1930 vergde een aanpassing van het gemeentelijk bouwbesluit: bouwen boven de dertig meter was nog niet toegestaan.

In het stadsarchief bevindt zich een zwart-wit filmpje van 43 seconden, opgenomen tijdens de bouw van de Wolkenkrabber. We zien twee bouwvakkers die niet aangelijnd in de top van het gebouw met een handzaag ijverig aan het werk zijn. Niet aangelijnd? Onbegrijpelijk.

Kortgeleden zag ik vanuit mijn adelaarsnestje achter het Frederiksplein hoe een hoge, gele hijskraan werd ontmanteld. De manier waarop deze kraan de afgelopen jaren de sloop en renovatie van de bank dirigeerde was fascinerend en angstaanjagend. Ik kon minutenlang naar het schouwspel kijken.

Angstaanjagend was het omdat de bestuurder van de kraan in een piepklein liftje naar de top werd gebracht, de laatste vier meter moest hij klimmen op een ladder binnenin de kraan. Het deed me denken aan de litho Klimmen en dalen van de veelgeprezen vernieuwer van de grafische kunsten Maurits Cornelis Escher. Op de prent komt een trap voor die steeds maar klimt of daalt. Zoals Escher ooit zei: ‘een spiraalvormig geval waarvan het bovenste zich in de wolken verliest en het onderste in de hel.'

Op een grijze herfstochtend liep ik naar de tafel voor het raam in mijn woonkamer voor het ontbijt. Ik keek naar buiten en verkeerde tien seconden in complete verwarring. Ik zag de Nederlandse Bank niet meer. Wat bleek: mist had zich meester gemaakt van de toren van de bank. In de loop van de ochtend klaarde de lucht op en kon ik het schimmenspel van de acrobaten in de hijskraan volgen. Drie – hier dus wel aangelijnde – vaklui in de top van de kraan, die ik Don Quichot ben gaan noemen.

Hoogtevrees overviel me, toen ik besefte dat deze luchtacrobaten op zestig meter hoog moesten balanceren; het leek wel of ze de nok van de hemel konden aanraken. Een Chineesachtige circusact zoals we die met kerstmis in Carré kunnen bewonderen. Ik volgde het schouwspel met de verrekijker van mijn Weense grootvader.

Een van de bouwacrobaten demonteerde het bovenste stukje van de kraan alsof het mecano was. Het metalen topje werd door een aparte hijskraan beetgepakt en naar beneden getransporteerd. Ondertussen begaven de andere twee zich in het smalle liftje naar beneden. Van de man die boven bleef, was zijn hoofd te zien als een donker stipje op de horizon. Alsof Escher het getekend had.