In het afgelopen decennium is het slavernijdebat geïntensiveerd: voor de deur van burgemeesterswoning werd een struikelplaquette aangebracht en nu is er dit boek over ‘slavenhandel, geweld en hebzucht’ van de bewoners van het grachtenpand, voordat dit in 1927 transformeerde tot ambtswoning.

Balai is uitstekend thuis in de Trans-Atlantische schandvlek en stelt ook de Nederlandse narigheid in Indonesië aan de orde. Van enkele hoofdbewoners is schuld of medeplichtigheid aan de koloniale wanpraktijken eenvoudig aantoonbaar, maar bij anderen moet Balai hoog in de genealogische boom klimmen om een rotte appel te vinden. Godin en diens opvolger waren beiden WIC-bewindhebbers, maar de daaropvolgende huisheer Jean Deutz kon er weinig aan doen dat zijn broer geld leende aan plantage-eigenaren in Suriname. Ook valt huurder P.C. Hasselaer moeilijk de Chinezenmoord in Batavia (1740) in de schoenen te schuiven, aangezien hij daar pas zestien jaar na dato voet aan wal zette.

Met Jacob Theodor Cremer, als politicus voorstander van de onderwerping van Atjeh, kreeg het pand in 1907 weer een onvervalste kolonist als eigenaar, en ook zijn opvolger had een ‘Indisch verleden’. Balai roept deze grachtengordelbewoners terecht ter verantwoording voor hun medewerking aan het mensonterende koloniale systeem, dat hij helder en met oog voor detail in beeld brengt.

HERENGRACHT 502
Over slavenhandel, geweld en hebzucht 1672-1927

- Leo Balai
- LM Publishers
- 144 blz.
- € 24,50