Amsterdam, halverwege de jaren vijftig. Op de tramhaltes glimt een bord: "Het Vrije Volk. Uw krant. Meer dan 310.000 abonnees". Het zijn glorieuze tijden voor het socialistische avondblad. Op het hoofdkantoor aan het Hekelveld wordt gezwoegd aan liefst 44 edities. Op de loonlijst staan meer dan 200 journalisten, over het hele land verspreid. Maar plots kraakt het bastion. Abonneeverlies. Op 13 december 1969 hoort het personeel dat het Hekelveld sluit. De redactie trekt zich terug op Rotterdam. Daar is de afkalving van het abonneebestand minder dramatisch.
De sfeer is anders op de redactie aan de Slaak. "Rotterdam verdient het geld verdient dat in Amsterdam over de balk wordt gesmeten", werd er altijd al geschamperd. "Geen gelul, handen uit de mouwen, gewoon doen, niet willen schitteren." Amsterdam is het "hol van de ongetemde ego's", de journalistiek "schreeuwerig, ongedisciplineerd, bij vlagen briljant".

NRC Handelsblad

Rotterdam, december 2012. Na 42 jaar vertrekt de redactie van NRC Handelsblad uit de Maasstad naar de hoofdstad. "De krant wil gevestigd zijn in het hart van de samenleving, omdat 'het' daar gebeurt. En de krant wil zichtbaar zijn." Op de redactie is de kwestie een heet hangijzer. De NRC hóórt in Rotterdam, vinden sommigen, niet in een glaspaleis op Rokin 65. Het dagblad heeft wortels in beide steden: het is in 1970 ontstaan uit het Amsterdamse Algemeen Handelsblad (1828) en de Nieuwe Rotterdamsche Courant (1844).
De twee liberale kranten voelen in de jaren zestig de druk van de nieuwe tijd en richten in 1964 samen de Nederlandse Dagbladunie op. De kranten zijn gelijkwaardig, roept de directie van het Handelsblad in de hoofdstad. Maar bij centenkwesties beslist Rotterdam. Een stad puriteinser en ijveriger dan Amsterdam, zeggen sommigen. De directie in de Maasstad laat secretaresses een boterham smeren als lunch. In Amsterdam overlegt de leiding regelmatig in de chique Groote Club in de Paleisstraat.
Eigenlijk vindt NRC-hoofdredacteur Lex Stempels het Handelsblad een onwaardige partner. Bij zijn krant werken academici, juristen, geen Nijenrode-figuren als Handelsblad-hoofdredacteur Henk Hofland. "Zoiets is wel onmogelijk hier. Ja. Dat kun je wel zeggen."
De redacties snuffelen wantrouwig aan elkaar. Zo hokken de Haagse redacties van beide kranten samen bij Het Vaderland in de Parkstraat. Een grote stalen archiefkast splitst de ruimte in tweeën. Het werk van NRC-redacteuren, wil het gerucht. Najaar 1969 integreren de Haagse redacties. Op een oude telexmachine zit een knop met de stand 'Amsterdam', de stand 'Rotterdam' en een stand voor beide kranten. De knoppen zijn hard nodig. De NRC neigt naar lange, diepgravende stukken, liefst vol officiële standpunten. Het Handelsblad kiest voor kortere versies en meer opiniërende bijdragen.

NRC Handelsblad (2)

Na de fusie moeten de redacties eraan geloven. Toenmalig Handelsblad-verslaggever Frank Kuitenbrouwer herinnert zich dat twee van zijn collega's expres hun leren jack aantrekken om die burgerlijke redacteuren van de NRC te provoceren. Dat werkt. Die noemen de Amsterdammers "een stelletje struikrovers". Jasje dasje versus open hemden en lange haren. De ambitie van de nieuwe hoofdredactie is helder: NRC Handelsblad wordt geen Rotterdamse of Amsterdamse, maar een landelijke kwaliteitskrant. Toch zoeken verschillende talentvolle redacteuren hun heil elders. De Amsterdammers die wel meegaan naar Rotterdam grappen dat zij op het Centraal Station de metro nemen en op de Westblaak bij de redactie weer boven de grond komen, meer hoeven zij van Rotterdam niet te zien.
De kunstredactie blijft grotendeels in de hoofdstad, net als een gedeelte van de verslaggeverij, de redactie van het Zaterdags Bijvoegsel en de stadsredactie Amsterdam. 's Ochtends kan de Amsterdamse redactie meevergaderen via een vergadertelefoon met een microfoon. "Dan riep ik iets in het roostertje", aldus Henk Hofland, nog twee jaar de Amsterdamse hoofdredacteur. "Maar vanuit Amsterdam was de procesgang natuurlijk niet te volgen. [...] Ik noemde me de conducteur van de bijwagen op wiens bellen niet gelet werd." In de ogen van journalist Martin van Amerongen is 'Rotterdam' niet zo machtig. "Wie hoor ik beweren dat NRC Handelsblad een Rotterdamse krant zou zijn? Technisch gezien mogen zij aan de boorden van de Maas worden vervaardigd, haar betere medewerkers – dat weet u net zo goed als ik – wonen allemaal in of rondom Amsterdam."

Het Vrije Volk (2)

De vestigingsplaats is in de ogen van Van Amerongen ook de grote vergissing van Het Vrije Volk. "Rotterdam wordt demografisch gevoed vanuit Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden, waar men op een getalenteerde wijze pleegt beton te vlechten of oceaanstomers in elkaar te lassen, maar waar men van kranten maken geen kaas gegeten heeft." Hij begon als 'waterdrager' bij de Friese editie begin jaren zestig. "Wat er evenwel ook aan het toenmalige Vrije Volk te bekritiseren viel, een der positieve punten was, dat het hoofdkwartier gevestigd was in de enige echte stad van Nederland. Dat Het Vrije Volk zich van de Partij van de Arbeid heeft losgerukt, het socialisme heeft afgezworen en een groene in plaats van een rode schutkleur heeft aangenomen – dat is allemaal alleszins verdedigbaar. Het is daarentegen een ernstige fout geweest dat de krant niet van Rotterdam naar Amsterdam is terugverhuisd, desnoods naar de leegstaande lokalen van het voormalige Volksdagblad De Waarheid." Inderdaad sterft Het Vrije Volk in Rotterdam in 1991, om samen met het Rotterdams Nieuwsblad verder te gaan als Rotterdams Dagblad en uiteindelijk het Algemeen Dagblad.

NRC Handelsblad (3)

In Amsterdam bezetten krakers in 1977 het verlaten Handelsblad-gebouw. Wat pijn doet is de benaming die gemeente en krakers geven aan het pand, dat architect Eduard Cuypers speciaal voor de krant ontwierp: 'het NRC-complex'. Niets blijft de Amsterdammers trouwens bespaard. Het voorstel om de geschilderde portretten van Handelsblad-coryfeeën als (oprichter) Jacob van den Biesen, Charles Boissevain, Martin Kalff en Alex Heldring een mooie plek aan de muren te geven, vindt bij directeur Pluygers van de NDU geen genade. "We gaan hier in Rotterdam toch zeker niet tegen die Amsterdamse koppen aankijken!"