In vergelijking met bekende kunstenaars, politici, sporters of geleerden, hebben ‘gewone’ Amsterdammers veel minder sporen nagelaten in de geschiedenis. Dat maakt het soms lastig hun levens te reconstrueren. Dit heeft Jelle van Lottum en Lodewijk Petram er niet van weerhouden een boek samen te stellen dat is gewijd aan de havenarbeiders, dienstbodes, bijstandsmoeders, straatventers, zeelieden, weeskinderen, sekswerkers en marktkooplieden die de afgelopen vier eeuwen in Amsterdam woonden en werkten.

Het levert een schat aan mooie, vaak aangrijpende verhalen op. De auteurs maken op inventieve wijze gebruik van het beperkte bronnenmateriaal. Aanwijzingen over alledaagse huishoudens zijn bijvoorbeeld afkomstig van bodemvondsten in beerputten. En dat we nog iets over analfabete vrouwen uit de Lastage weten, is te danken aan de brieven aan hun zeevarende mannen die zij aan een buurtgenoot dicteerden.

Van Lottum en Petram behandelen de groenteverkopers op het Oudekerksplein, de ‘tremmers’ en ‘klinkers’ die op de Oostelijke eilanden in de scheepsbouw werkten, de bewoners van de flats die in 1992 om het leven kwamen bij de Bijlmerramp en de talrijke Joodse bewoners van de Transvaalbuurt.

Daar onder ook schoenmaker Ferrares en zijn (vermoedelijk) beste klant: een prostituée met de bijnaam Muisje die bij het tippelen vele hakken versleet. Muisje nam haar klanten soms mee naar de ouderlijke woning in de Spitskopstraat. Haar moeder werd dan tijdelijk op een bankje voor de deur geposteerd of, als het koud was, bij de buren. Niemand die ze erop aankeek. Immers: ‘iedereen wist hoe moeilijk het was de eindjes aan elkaar te knopen.’

In de schaduw van de stad. Verhalen van vier eeuwen gewone Amsterdammers

Jelle van Lottum en Lodewijk Petram

- Ambo|Anthos

- 256 blz.

- € 24,99