Stinkende stegen, ondergelopen kelderwoningen, overgeslagen maaltijden en hele gezinnen op een paar vierkante meter – maar vooral solidariteit, gein, en op vrijdagavond kippensoep, kaarsen en een wit kleed op tafel. Nadat de Duitsers het Joodse getto in Amsterdam efficiënt hadden opgeruimd, bleven vooral de nostalgische herinnerngen – u zag het in het artikel over de broodjeszaken in ons decembernummer.

Er waren ook niet veel mensen meer over om te vertellen hoe het leven echt was voor het Joodse proletariaat. Voor haar proefschrift uit 1987 sprak Selma Leydesdorff overlevenden die dat nog wel konden. Het boek is nu opnieuw uitgegeven, geïllustreerd met schilderijen die Gerard Staller maakte van de Jodenhoek.

Op basis van deze gesprekken, maar ook van literatuur en bijvoorbeeld rapporten van sociale instanties, schetst Leydesdorff een hecht bolwerk tegen de buitenwereld, waar de armoede enorm was, maar de saamhorigheid ook – wie niets meer had schoof bij een ander aan tafel, er was altijd wel geld voor een paar luiers, een begaafd kind werd niet in de steek gelaten.

De gemeenschap werd hard getroffen door de crisisjaren. Joodse diamantwerkers waren rond de eeuwwisseling de armoe ontstegen en hadden een zelfbewuste arbeidersklasse gevormd. Maar in de jaren twintig was de industrie op zijn retour, en bleven veel andere beroepen nog voor Joden gesloten. Het proletariaat werd doelwit van een gemeentelijk beschavingsoffensief, dat het moest verheffen uit de ellende en onwetendheid van het getto. Maar in de pogingen om bijvoorbeeld het venten te reguleren, verdwenen er juist meer bestaansmogelijkheden.

Een van de meest opmerkelijke dingen die Leydesdorff dan ook ontdekte, was dat er al voor de oorlog sprake was van nostalgie naar een manier van leven die onherroepelijk aan het verdwijnen was. Joden waaierden uit naar wijken in Oost, de sociaaldemocratie lokte, de synagoges liepen leeg.

Hoewel het proces zeker niet lineair was, ging het wel degelijk over assimilatie en integratie, over betere levensomstandigheden maar ook over verlies van identiteit. Het had, aldus Leydesdorff, parallellen met de inburgering van nieuwkomers na de oorlog. Dat proces is nog steeds gaande, maar dat van het Joodse proletariaat eindigde in een gitzwart gat.

Het Joodse proletariaat van Amsterdam 1900-1940

Selma Leydesdorff en Harry Mock

- Amphora

- 380 blz.

- € 35,00