De Amsterdamse smederszoon Jan Slesker was gek van wielrennen, jarenlang gangmaker van baankampioenen en stond als framebouwer aan de basis van de Amsterdamse rijwielfabriek De Locomotief. Het familiebedrijf heeft maar kort bestaan, van 1929 tot 1965. Met dank aan Vereniging De Oude Fiets is de bedrijfsgeschiedenis nu beschreven, in een rijk geïllustreerd boekwerkje.
De Sleskers wisten weliswaar hoe je een professionele racefiets moest bouwen, maar hun bedrijf draaide op de productie van confectierijwielen. Tot de sponsoring van de Nederlandse Tourploeg in 1951. In Frankrijk veroverde Wim van Est de gele trui, waarin hij later het ravijn indonderde. Dat leverde ongekende publiciteit op. Opeens droomde iedere jongen van een Locomotief-racefiets.
De Sleskers bleken ook vooruitstrevende marketeers. Met een rijdende showroom werd rondgetoerd langs wielerwedstrijden, fietsenmakers en dorpsfeesten. De gasten van het zilveren jubileum werden getrakteerd op een feestavond in Bellevue en een luxe rondvaart door de grachten.
Maar de productie, ondergebracht in een verzameling krakkemikkige bedrijfspandjes in het centrum, was geen toonbeeld van efficiëntie. De Locomotief werd in 1951 overgenomen door het Amsterdamse Simplex en kwam uiteindelijk in handen van Gazelle in Dieren. Volgens auteur Otto Beaujon heeft Gazelle de Amsterdamse merknaam tot 2012 gekoesterd omdat ze van De Locomotief hadden geleerd ‘hoe ze een racefiets moesten maken.’

RIJWIELFABRIEK DE LOCOMOTIEF.
EEN AMSTERDAMS FAMILIEBEDRIJF
Otto Beaujon

Vereniging De Oude Fiets
114 blz.
€ 13,50