Een Amsterdammer kun je Jacob Campo Weyerman stellig niet noemen. Wel markeerde zijn verblijf in de stad een keerpunt in zijn leven, zo valt te lezen in een voorbeeldige biografie. De satirische broodschrijver was geboren in een legerkamp bij Charleroi, als zoon van een ruiter en een zoetelaarster. In Breda doorliep Weyerman ‘in grote haast’ de Franse en Latijnse school. Ook kreeg hij er schilderlessen, voortgezet in Delft. Na een intermezzo in Utrecht en Londen ontlook zijn schrijverschap, naast andere ambachten zoals bloemschilder en kunsthandelaar.

Weyerman had een neus voor rumoer en schandaal, een onnavolgbare stijl en een onuitputtelijke voorraad aan gekruide vertellingen. In Rotterdam begon hij een satirisch weekblad, uit onvrede over het Amsterdamse blaadje Argus, dat hij slechts geschikt achtte als verpakkingsmateriaal voor ‘een pond Confituren’. Zijn eigen Rotterdamsche Hermes bevatte commentaar op internationale nieuwtjes en stukken uit buitenlandse periodieken die hij ‘personaliseerde’ met in Holland bekende figuren.

Weyermans weekblad verschafte hem toegang tot Amsterdam. Vanaf 1722 verscheen daar een Amsterdamsche Hermes, alsmede de Historie des Pausdoms – een schandaalkroniek over de door hem gehate katholieke kerk – en een reeks schildersbiografieën. Met zijn gezin verhuisde Weyerman naar de Wijde Lombardsteeg, maar de broodschrijverij leverde hem te weinig op om de huur te kunnen betalen.

In 1731 nam Weyerman ‘doot arm’ de wijk naar Vianen, de vrijstad waar asielzoekers een veilig heenkomen zochten. In Amsterdam zou hij zich nooit meer vertonen: zijn avontuurlijke leven eindige achter de tralies in de Haagse Voorpoort. Vanwege Weyermans homohaat, antisemitisme, antipapisme, misogynie, chantage, hypocrisie en opportunisme zit een straatnaam er niet in, zo meent zijn biograaf. Maar misschien een steeg?


Nieuwsgier. Jacob Campo Weyerman (1677-1747)
Peter Altena

Boom, €34,90, 371 blz.