Marja van der Veldt, geboren en getogen aan de Sloterweg, keek als kind dagelijks op een rode onderzeeboot uit. Die stond op het erf en was daar kort na de Tweede Wereldoorlog komen te staan door toedoen van haar vader. Een jaar of vijftien eerder, in 1932, was Jan van der Veldt in het koetshuis naast boerderij Fenix, waar hij woonde, begonnen met het repareren van auto’s. Aan de weg plaatste hij een Texaco-benzinepomp – de Sloterweg was destijds nog een belangrijke verbindingsweg. Het bedrijf breidde zich uit. Op het hooihuis plaatste hij een niet te missen bord met het opschrift ‘GARAGE’. Hij bouwde een loods op het erf en direct na de oorlog wierp hij zich op de handel in legervoertuigen.

Hij schreef in op aanbestedingen van de overheid om achtergebleven oorlogsmaterieel te verwijderen. Van der Veldt hielp hij mee Limburgse wegen op te ruimen en kreeg de opdracht om de Waalhaven in Rotterdam schoon te maken. Daar deed hij een macabere vondst. Hij bracht een onderzeeboot boven water. Een scherp gesneden vaartuig, egaal grijs met een indrukwekkende haaienkop en kogelgaten in de romp. Het bleek een eenpersoons onderzeeboot van Duitse makelij, bekend onder de naam Biber (bever). Naar verluidt zat de piloot er nog in. De onderzeeboot kon twee torpedo’s aan zijn flanken dragen, maar die ontbraken. Afgeschoten in het oorlogsgeweld.

Al bij de eerste aanblik van de Biber moet bij hem het idee zijn ontstaan de onderzeeboot te gebruiken als blikvanger voor zijn bedrijf. Jan van der Veldt kon nogal impulsief zijn. Zo kocht hij rond 1950 samen met andere ondernemers vier mijnenvegers van de Deutsche Kriegsmarine, die hij dwars door Amsterdam naar de Ringvaart liet varen, waar ze een paar jaar aangemeerd lagen. Voor de scheepsmotoren had hij een bestemming, de schepen zijn later gesloopt. Ook reed hij een poos rond in een zwartgeverfde New Yorkse taxi die dienst had gedaan als begrafenisauto.

Cockpit

Hij bracht de onderzeeboot naar zijn erf, verwijderde de oorlogskleuren, schilderde hem in de kleuren rood en wit en schreef er zijn naam op. Op de punt van het vaartuig kwam Fenix te staan. Fenix: zoals de boerderij, die in het verleden tweemaal door brand getroffen werd en beide keren uit de as herrees. Geblakerde staanders in het hooihuis getuigden daar nog van tot de sloop van de boerderij, midden jaren zeventig. De naam Fenix was ook een eerbetoon aan de wederopbouw van naoorlogs Nederland.

Het vaartuig kreeg een prominente plek aan de weg, eerst op zijn buik in het gras, later op een sokkel. Tot op de dag van vandaag staat hij op het erf (waar nu zoon Frank van der Veldt een bedrijf heeft) – een opvallend baken. Vader Jan wilde de mini-onderzeeër beslist niet kwijt. Zijn kinderen, hun vriendjes uit de buurt en neefjes en nichtjes speelden erin.

De Biber was 8,85 meter lang, 1,57 meter breed en 1,42 meter hoog en werd in 1944 gebouwd in het Noord-Duitse Lübeck. De bestuurdersruimte was klein en benauwd. Het verblijf in de nauwe cockpit moet voor een volwassen man hoogst onaangenaam zijn geweest. Er was nauwelijks ruimte om te manoeuvreren, laat staan om te eten of te ontlasten.

Ruim 300 zijn er ingezet.De vaartuigjes hadden een actieradius van slechts twaalf zeemijl. Meestal moesten ze door andere schepen tot vlak bij de plek van actie worden gesleept. De maximale duik was twintig meter en de piloot had voor 45 minuten zuurstof. Bibers werden onder meer ingezet in de Westerschelde om vrachtschepen naar de haven van Antwerpen tot zinken te brengen, en in de Maas bij een poging de Maasbrug bij Nijmegen te saboteren.

De Duitsers hadden haast gemaakt met de productie en dat resulteerde in een inferieur vaartuig. De Biber was dan ook weinig succesvol. Twee derde van de piloten kwam om het leven, behalve door vijandelijk vuur ook door zuurstoftekort of koolmonoxidevergiftiging. Feitelijk was elke missie een Himmelfahrtskommando.

Caransa

In 1978 haalde de rode Biber aan de Sloterweg onverwacht het nieuws. Het was kort na de vrijlating van de ontvoerde Maup Caransa, een vastgoedondernemer waar Jan van der Veldt ook wel eens zaken mee deed. Journalist Henk van der Meijden kwam op het idee de helderziende Peter Hurkos samen met Caransa in een taxi te laten rondrijden om zodoende de plek op te sporen waar Caransa moest hebben vastgezeten. De rit door Amsterdam en omgeving werd rechtstreeks op televisie uitgezonden.

Op de Sloterweg liet Hurkos de auto stoppen bij het erf van Van der Veldt. Camera en lampen richtten zich op de rode onderzeeboot. Caransa was in de onderzeeboot vastgehouden, beweerde Hurkos. De uitzending was zo goed bekeken en het onderwerp had zoveel losgemaakt dat het dagenlang zwart zag van de mensen die het duikbootje met eigen ogen wilden zien. De Sloterweg raakte totaal geblokkeerd. Later verklaarde de taxichauffeur dat hij een paar dagen eerder dezelfde rit al drie keer met de helderziende gemaakt had. Hurkos verzon maar wat.

PAUL KROES SCHREEF MET JAN EN KEES LOOGMAN EN KEES SCHELLING ROND DE SLOTERBRUG. DIT ARTIKEL IS GEBASEERD OP ZIJN VERHAAL OVER DE RODE ONDERZEEBOOT IN DIT BOEK. BESTELLEN VIA WWW.RONDDESLOTERBRUG.NL EN TE KOOP BIJ BOEKHANDEL MECK & HOLT IN AMSTERDAM EN BOEKHANDEL JASPERS IN BADHOEVEDORP.

Aprilnummer 2020p