Op 20 augustus 1983 ontstond een woordenwisseling in de Damstraat, waar Kerwin Duinmeijer aan het stappen was met zijn vrienden. De 16-jarige skinhead Nico Bodemeijer maakte racistische opmerkingen en stak Kerwin met een mes. Later die nacht overleed deze in het ziekenhuis aan bloedverlies.

De moord schokte Amsterdam. Honderden mensen onder wie burgemeester Ed van Thijn kwamen naar Kerwins begrafenis; duizenden liepen een week later van de Dam naar de Dokwerker in een demonstratie tegen racisme. Tara Oedayraj Singh Varma, destijds gemeenteraadslid voor de CPN, was een van de organisatoren, samen met Marva Marten van de Fundashon Antiano Amsterdam, een belangenorganisatie voor Antillianen in Nederland. Volgens Oedayraj Singh Varma leidde de moord op Kerwin ook bij de gemeente tot het besef dat er wel degelijk racisme was in Amsterdam: ‘Door de moord en de demonstratie zijn alle migrantengroepen bij elkaar gekomen.’

De opkomst van de Centrumpartij en de NVU van Glimmerveen verhoogden de urgentie om in actie te komen. Als reactie op de moord hield de gemeente eind januari 1984 de Prinsenhof-conferentie, over racisme in de stad en mogelijke maatregelen ertegen. De rechterlijke uitspraak, vlak na de conferentie, dat niet was gebleken dat er bij de steekpartij sprake was van racistische achtergronden, leidde tot veel verontwaardiging.

Optreden in Carré

Ondertussen voerde de Fundashon Antiano Amsterdam al maanden actie voor een beeld dat de moord op Kerwin moest herdenken. Tara Oedayraj Singh Varma en Marva Marten hadden vlak na de moord tegen Van Thijn gezegd dat dat er moest komen als symbool van de strijd tegen racisme. Voor de Fundashon was het duidelijk dat een Antilliaanse beeldhouwer het moest maken.

Nelson Carrilho, in 1953 geboren in Willemstad, had in 1980 de Utrechtse kunstacademie afgerond en in 1983 een atelier gekraakt in de Tuinstraat. Hij was onder de indruk van strijdvaardige Antilliaanse studenten die boeken lazen van Frantz Fanon en Angela Davis en die hem vertelden over de Trinta di Mei-opstand van 1969 op Curaçao. Ze vroegen Nelson om het herdenkingsbeeld te maken. ‘Ik vond dat ik mijn verantwoordelijkheid moest nemen, maar ik vond het zwaar, te groot op dat moment. Ik was net klaar met de academie en had helemaal geen ervaring met buitenbeelden. Het voelde als optreden in Carré.’

Tara Oedayraj Singh Varma is als gemeenteraadslid betrokken bij de gesprekken over het beeld. ‘Je had veel discussie in de gemeenteraad en bij de kunstcommissie – hoofpijncommissie noemde ik die. Een beeld van Kerwin zou ieder jaar bij de herdenking strijd opleveren, misschien wel meppartijen’. Ze wist waar de rechts-radicale groepen toe in staat waren. ‘Ik heb er veel last van gehad, ze hebben Marva getreiterd, ze hebben mij getreiterd, tot thuis aan toe.’

Winti

Hoewel sommige activisten dat wel van hem verwachtten, wilde Nelson Carrilho helemaal geen beeld van Kerwin maken. ‘Iedereen was boos, en iedereen wilde natuurlijk een boos beeld hebben.’ Carrilho, die ook Surinaamse voorouders heeft, was bezig met Afrikaanse spiritualiteit en verdiepte zich in Winti. Voor hem was Moeder Aarde – Mama Aïsa – een begrip dat migranten verbindt.

Terwijl hij in zijn atelier worstelde met het ontwerp kwam de Curaçaose kunstenaar Felix de Rooy hem opzoeken. ‘Toen Felix zei: “Mama Aïsa is bij ons Mama Baranka, Moeder Rots” viel bij mij het kwartje. Visueel en ruimtelijk heb je meer aan de rots, aan het uitbeelden daarvan.’ Ook de kunstcommissie was uiteindelijk overtuigd. André Jansen, hoofd kunstzaken van de gemeente, maakte zich hard voor de opdracht, waarvoor de stad begin juni 75.000 gulden uittrok.

De Fundashon Antiano had gedaan gekregen dat het beeld in het Vondelpark zou komen. Nelson wilde een plek achteraf, tegen de bomen aan. Maar hij kwam bij toeval zijn broer Ronald tegen bij het Vondelbeeld. ‘Hij zei: Nelson, hier moet het komen. Ik zei: dat kan ik niet aan, man.’ Ronald beloofde hem te helpen met alles wat hij nodig had. Hij vond een buitenatelier in de Valkenburgerstraat. De zoektocht naar een bronsgieterij duurde langer. Niemand wilde op zo’n korte termijn – 2,5 maand – in zee met een onervaren beeldhouwer. Uiteindelijk was bronsgieterij Volkers in het Gelderse Deil bereid het beeld te gieten.

Ma Hillie

Eerst stond de moeder van Nelson model. Maar hij wilde iemand die voller was, een stevige vrouw die ruimte innam. Truus, de Surinaamse vriendin van zijn broer, benaderde Hillie Holband, een Surinaamse activiste en zangeres uit de Bijlmer. ‘Ma Hillie was een belangrijke spirituele vrouw, en nu zit zij ook in dat beeld’. Ook op een ander moment kwam het toeval te hulp. Zijn broer was op zoek geweest naar een ervaren beeldhouwer om Nelson te helpen met lassen – op de academie had hij dat nooit geleerd. Op een ochtend kwam Nelson het atelier in en zag dat het geraamte waarop hij de was boetseerde, was ingestort. Net op dat moment liep beeldhouwer Henk Lotsy binnen om te helpen.

Terwijl ze al bezig waren met het brons gieten was er een nieuwe opgave. Luis Daal, hoofd Culturele Zaken op het Antillenhuis, had een gedicht gemaakt dat bij het beeld moest komen. Nelson wilde het beeld op het gras zetten, met haar voeten in de aarde (‘Sokkels zijn voor de elite, ik wilde niet concurreren met Vondel’). Nu maakte hij toch een grondplaat. Met plastic lettertjes van de prijslijst uit een snackbar bracht hij de dichtregels aan in de was.

Bij de onthulling op 25 augustus was Carrilho alleen maar zenuwachtig, bang dat men toch een beeld van Kerwin verwachtte. Maar de toespraak van wethouder Tineke van de Klinkenberg ging over de moord en de strijd tegen racisme, niet over het beeld.

Zware maanden

Toch was er discussie. In Het Parool klaagde Henriette Boas dat het beeld lelijk en duur was. De reactie van Nelson Carrilho en Henk Lotsy : ‘Het is bewust zichtbaar gehouden dat het beeld is opgebouwd uit materie, aarde (…) Jammer dat veel mensen zo weinig moeite doen om echt zelf te kijken in plaats van alleen te zoeken naar een bevestiging van het vooroordeel hoe een beeld “hoort” te zijn’. Een briefschrijfster raadde Boas aan te kijken naar ‘de kracht, maar vooral de goedheid en de liefde die deze beeltenis uitstraalt’ in plaats van ‘het superieur stellen van de eigen blanke cultuur’.

Het heeft twintig jaar geduurd voor Nelson naar het Vondelpark durfde om de confrontatie aan te gaan met de zware, stressvolle maanden waarin hij het beeld maakte. Nu, bijna veertig jaar later, ziet hij dat het goed is dat Mama Baranka gaat over vrouwelijke kracht en schoonheid, en niet over de pijn van een racistische moord.

Annemarie de Wildt is conservator van het Amsterdam Museum. Tot begin september 2023 is in Studio Panorama in het Amsterdam Museum een kleine expositie zien over het beeld Mama Baranka.

Header: Demonstratie tegen racisme en de onthulling van het monument ter nagedachtenis aan Kerwin Duinmeijer: de onthulling van het monument / Rob C. Croes / Anefo / Nationaal Archief