In 1879 opende Aletta Jacobs - 25 jaar en net gepromoveerd - een huisartsenpraktijk voor vrouwen en kinderen op de Herengracht, bij het Koningsplein. Natuurlijk was mevrouw-de-dokter een opvallend fenomeen. Toch werd zij redelijk gemakkelijk geaccepteerd door haar mannelijke collega-medici en de inwoners van Amsterdam.

Omstreden werd zij pas toen zij als een van de eersten in Nederland pleitte voor het gebruik van anticonceptie en het pessarium introduceerde. “Wat al schijnheiligheid heb ik in die dagen leeren kennen!”, schrijft Jacobs in haar memoires. “En nu denk ik o.a. aan predikanten, die openlijk tegen de voorbehoedmiddelen waarschuwden, doch hunne vrouwen naar mijn spreekuur zonden voor het inwinnen van advies.”

De sociaal bewogen Jacobs (1854-1929), later vooral beroemd als boegbeeld van het feminisme, zette zich al snel ook in voor de minder bedeelden. Vanaf 1881 hield zij veertien jaar lang twee keer per week gratis spreekuren voor arbeidersvrouwen, onder meer in de Jordaan. Zij zag het leed van vrouwen die te vaak en te snel achter elkaar zwanger werden en maakte zich sterk voor anticonceptie.

Daarnaast zette ze zich in voor het verbeteren van hygiëne, zuigelingenzorg en arbeidsomstandigheden. Beroemd is haar strijd voor het ‘zit-recht’ van winkelbedienden. Die moesten soms wel vijftien uur achter elkaar staan. Bij vrouwen leidde dit vaak tot gynaecologische klachten. Zij had succes: in 1902 werd een wet aangenomen die zitgelegenheid voor winkelpersoneel verplicht stelde.

De particuliere praktijk van Aletta Jacobs verhuisde via diverse omzwervingen over de Amsterdamse grachten in 1892 naar de Tesselschadestraat. Daar bleef zij als huisarts actief tot ongeveer 1906. Nadien namen haar activiteiten als voorvechtster voor het vrouwenkiesrecht haar volledig in beslag.

Tekst: Karin Lakeman
Foto: Haags Gemeentearchief
November-December 2007