Een samenscholing van scholieren stond woensdag 10 september 1969 voor de achteringang van het kantongerecht van het Paleis van Justitie in de smalle Lange Leidsedwarsstraat. Ze hoopten een plekje te vinden op de publieke tribune. Het waren leerlingen van de Christelijke Detailhandelsschool – hun leraar Nederlands, Fred van Dam, stond terecht. De halve school was uitgelopen om de populaire docent bij te staan, die verdacht werd van lokaalvredebreuk. De politie had hem namelijk verwijderd uit zijn leslokaal, dat hij niet had mogen betreden omdat hij op staande voet ontslagen was. Politierechter Gerard Nomes wenste geen rekening te houden met het feit dat Van Dam dat ontslag met succes had aangevochten en veroordeelde hem tot ƒ75,- boete, conform de eis van de officier van justitie. “Het blijft een soort Maagdenhuis-affaire. U bevond zich op verboden terrein.”

De christelijke opleiding was in 1962 afgesplitst van de Openbare Detailhandelsschool, toen die naar nieuwbouw bij de Berlagebrug verhuisde en leraar Nederlands Anne Terpstra het initiatief nam om een instituut op christelijke grondslag te stichten. Als nieuwbakken directeur had hij het te druk om les te geven en nam hij Alfred Raoul van Dam aan om Nederlands te geven.

Hij vond zichzelf daarmee een ruimdenkend man, zei hij later in een interview met De Telegraaf, want Van Dam was belijdend Joods. Wat hen bond, was dat ze vaak met elkaar Fries spraken. Van Dam had als onderduiker in Friesland gezeten en Terpstra had zich als distributeur van bonkaarten vanuit het Friese Achtkarspelen ingezet voor onderduikers. De verstandhouding tussen Van Dam en Terpstra was jarenlang uitstekend, maar dat veranderde toen de onderwijswereld in beweging kwam.

Rumoer

Leerkrachten maakten zich zorgen over de wijze waarop de Mammoetwet in 1968 in het voortgezet onderwijs werd ingevoerd en liepen te hoop tegen autoritaire schoolleidingen en schoolbesturen. En op hun beurt wilden leerlingen ongecensureerde schoolkranten en inspraak in onderwijskwesties. Op 12 september 1969 mondde die onvrede uit in een grote demonstratie in Den Haag van zowel onderwijzend personeel als scholieren, die Twickelactie is gaan heten naar het Hengelose Twickelcollege, waar het idee van die schoolstakingsdag was geboren. Op de Christelijke Detailhandelsschool escaleerde de zaak eerder dat jaar, toen directeur Terpstra één lijn ging trekken met het ultraconservatieve schoolbestuur en Fred van Dam de kop van Jut werd.

Het rumoer begon in de lerarenkamer, waar de discussies over het huwelijk van prinses Beatrix met Claus van Amsberg en het optreden van Provo zo hoog opliepen, dat het conservatieve deel van het lerarenkorps besloot hun middaghapje op de kamer van het schoolhoofd te gaan nuttigen. Verschillen van inzicht over de wijze van lesgeven maakten de kloof tussen de leraren nog groter. Een deel stelde kennisoverdracht centraal, de anderen vond het opvoeden tot mondige burgers ook belangrijk. In klassen van progressieve leraren werd gediscussieerd, terwijl zoiets bij hun conservatieve collega’s uit den boze was. De eerder zo vanzelfsprekende autoriteit van de leraar werd ondergraven, met orde en tucht moest daaraan paal en perk gesteld worden.

Fred van Dam stak zijn kritiek niet onder stoelen en schoolbanken. Hij had een vaste aanstelling en bevond zich in een betere positie dan gelijkgezinde collega’s met een tijdelijk contract. Herhaaldelijk werd hij om tamelijk onbenullige incidenten op het matje geroepen. Ook zijn medewerking aan de schoolkrant De Kluts was een steen des aanstoots. Toen het blaadje iets onaardigs over directeur Terpstra had geschreven, verbood die de verdere uitgave. Tot afgrijzen van de schoolleiding zette de redactie de uitgifte door, nu gestencild in het jongerencentrum Famos (Vondelstraat 29).

Multatuli

De illegale uitgave vond met behulp van leraren zijn weg op school. De schoolleiding vermoedde dat Van Dam daarachter zat, liet zijn laatje openbreken en trof er een stapeltje van het gewraakte blad aan. Hij werd de volgende dag op staande voet ontslagen. Een vakbondsjurist maakte hem duidelijk dat het ontslag onrechtmatig was, omdat het schoolbestuur geen gelegenheid had gegeven daartegen in verweer te gaan. Hij kwam dus na het weekend gewoon naar school, te meer omdat hij mondelinge examens moest afnemen. Politieagenten zetten hem het gebouw uit.

De leerlingen – voor zover ze geen examen moesten doen – besloten nu tot een eendaagse staking en verzamelden zich in het Vondelpark, waar ze een petitie aan het schoolbestuur opstelden. Het bestuur weigerde de petitie in ontvangst te nemen, maar zag zich toch genoodzaakt om het ontslag in te trekken, toen het besef doordrong dat het procedureel een scheve schaats had gereden. De actiefste – niet meer leerplichtige – leerlingen moesten het ontgelden: ze werden van school verwijderd, protesten van de inmiddels verenigde leraren en ouders ten spijt.

Kort na de schoolvakantie volgde het proces tegen Van Dam wegens lokaalvredebreuk. De politierechter had zijn huiswerk gedaan om hem als querulant af te schilderen en had daarbij zelfs een veroordeling wegens desertie op Sumatra in december 1949 opgediept. De kwestie was (blijkt uit de brochure die onder auspiciën van de Landelijke Werkgroep Kritiese Leraren later is verschenen) dat hij als dienstplichtig facteur (legerpostbode) te laat van verlof was teruggekeerd na een zoektocht naar sporen van Multatuli, die ruim honderd jaar eerder in die contreien controleur was geweest. Een vrolijke noot in een bijzonder droevige geschiedenis van de onderwijsvernieuwing, vond het dagblad Trouw.

Kamervragen

Eind 1969 stelden de Kamerleden Ed van Thijn en Cees Laban (PvdA) vragen over de onrust op de Christelijke Detailhandelsschool. Staatssecretaris Hans Grosheide gaf toe dat veel onbehagen voorkomen had kunnen worden als directeur en bestuur zich wat terughoudender hadden opgesteld. Ingrijpen kon hij niet, want het bevoegd gezag lag bij het schoolbestuur. (Een kwestie die nu ook speelt bij het islamitische Cornelius Haga Lyceum.)

Fred van Dam smaakte nog het genoegen dat de beroepscommissie in februari 1970 de berispingen als opmaat voor een nieuw ontslag (het eerste was immers ingetrokken) ongegrond verklaarde. Eind van dat studiejaar kreeg hij alsnog zijn congé, nu wegens terugloop van het leerlingenaantal. Drie collega’s zonder vast contract die hem hadden gesteund, waren eerder al ontslagen. Directeur Anne Terpstra ging twee jaar later na 45 onderwijsjaren met pensioen.

KADER

KRITIESE LERAREN

In het voorjaar van 1969 werd door vijftig leraren in Famos de Werkgroep Kritiese Leraren opgericht, die zich sterk maakte voor democratisering van het onderwijs. De film Lokaalvredebreuk van 32 minuten over een onaangekondigd bezoek aan de Christelijke Detailhandelsschool, die uitliep op ontruiming door de politie, was een groot succes. Gangmaker van de club was Anton Oskamp, leraar Nederlands aan het Barlaeus Gymnasium. Hij schreef in 1970 samen met twee collega’s het Rode boekje voor scholieren.In vier maanden tijd werden er (volgens de Kritiese Leraren zelf) 125.000 exemplaren verkocht.

Beeld: Fragment omslag van brochure over de affaire, getekend door Bab Siljée. Collectie Rein Valk