“Trots den guren najaarsdag, trots wind- en regenvlagen, die over den, bij zulk weder zoo onherbergzamen Spaarndammerdijk gierden, begaven zich hedenmorgen nog honderden mannen en vrouwen naar de nieuwe Katholieke begraafplaats in den Ypolder, waarvan de plechtige inwijding door den deken van Amsterdam, mgr. H. Poppen, zou geschieden.” Dagblad De Tijd berichtte uitgebreid over de inwijding van de nieuwe rooms-katholieke begraafplaats Sint Barbara op 27 september 1893. De klok luidde terwijl deken Henricus Poppen eerst de kapel inwijdde en daarna het kerkhof zelf. Alle Amsterdamse pastoors en kapelaans waren erbij aanwezig, het bestuur van de begraafplaats, de burgemeester en de wethouder van de gemeente Sloten, de bouwmeester en talloze gelovigen. Bij de eenvoudige lunch na afloop sprak de voorzitter van het bestuur de hoop uit dat de nog kleine laatste rustplaats van katholiek Amsterdam snel geheel voltooid zou worden. Zondag 1 oktober was de eerste begrafenis.

Sint Barbara was nodig omdat de oude katholieke begraafplaats De Liefde aan het Lange Bleekerspad – iets ten noorden van de huidige De Clercqstraat en westelijk van de Bilderdijkstraat – uit zijn voegen barstte. De Liefde bestond sinds 1845 en hoorde bij de katholieke kerk aan het Steenpad, die in 1768 gebouwd was. Al rond 1880 werd het terrein te klein en begon het bestuur te onderhandelen met de gemeente Amsterdam over uitbreiding.

In september 1888 viel het oog op “terreinen gelegen aan de Spaarndammerdijk in den Overbraker Buitenpolder”, die deels werden geveild. Het bestuur verwierf de boerenhofstede Leeuwendael met twaalf hectare land, voor een bedrag van f 39.753,86. Bij nader inzien waren de lange, smalle percelen niet zo geschikt – er moest veel te ver gelopen worden – en werd er geruild tegen gronden aan weerszijden van de toekomstige begraafplaats.

Drassig

Een bouwmeester was snel gevonden. Zodra architect Adriaan Bleijs (1842-1912) van de aankoop hoorde, bood hij aan om een plattegrond en een kapel te ontwerpen. Zijn Sint-Nicolaaskerk aan de Prins Hendrikkade was net voltooid. Het duurde even voor er een definitief plan lag. Hij wilde de kapel goed zichtbaar in de hoofdas plaatsen, aan het einde van het terrein. Te duur, vond het bestuur. De kapel kwam uiteindelijk links van de monumentale ingang van de begraafplaats. Ingang en woningen (voor de directeur, de opzichter en de doodgravers) waren onder één kap. Op 7 september 1891 kon het werk beginnen.

Eerst moest een kleine vier hectare van het laaggelegen, drassige terrein worden opgehoogd en verstevigd. Het kwam goed uit dat de spoorbaan Amsterdam-Haarlem van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) net achter het terrein liep. De bijna 130.000 m3 zand die nodig was voor de ophoging kon over een apart aangelegd spoor worden aangevoerd. In totaal waren er 487 treinen nodig om al dat zand uit de duinen bij Castricum te vervoeren. Half mei 1892 lag er een forse laag, wel zeven meter hoog. In de vroege herfst – het zand moest eerst inklinken – startte de bouw van de woningen, de kapel en de monumentale toegang, net als de aanleg van het plantsoen.

De kapel in vakwerkbouw kreeg in het midden de uitvaartruimte, met links en rechts wachtkamers. Verder waren er een sacristie en een kamer voor de dienstdoende geestelijke. Al in 1902 moest de kapel vanwege bouwkundige gebreken door de huidige kapel worden vervangen. Ook die is in vakwerk en ‘chaletstijl’ neergezet, iets wat op begraafplaatsen zelden gebeurt.

Het ruime voorterrein – rijtuigen moesten kunnen keren – en de begraafplaats werden gescheiden door een monumentale ingang met pijlers in witte en blauwe natuursteen, metselwerk en geglazuurde stenen. Vanaf de hoofdingang liep een drievoudige laan midden over de begraafplaats. De verdeling van de paden was symmetrisch, zodat alle graven gemakkelijk te bereiken waren, een hele verbetering ten opzichte van De Liefde waar de graven rij aan rij lagen. Alles bij elkaar kostte Sint Barbara bijna f 230.000, inbegrepen een salaris van f 9730,- voor architect Bleijs.

Legende

Tegelijk met de nieuwe begraafplaats kwam er een “reglement voor het begraven van lijken op de R.K. Begraafplaats ‘De Liefde’ en ‘Sint Barbara’ aan den Spaarndammerdijk te Amsterdam”. Ook de tarieven veranderden. Katholieke begraafplaatsen kenden toen nog vijf rangen. Een eersterangs begrafenis kostte f 60,- en een eersterangs graf f 250,-, samen nu zo’n € 4000,-. Een fiks bedrag, maar je kreeg er wel een graf voor onbepaalde tijd voor. Na de inwijding van Sint Barbara bleef De Liefde overigens nog tot 1936 in gebruik. Het oude kerkhofje werd in 1962 geruimd. Met de handkar brachten beheerder Richard Degenkamp en zijn zoon Johan tal van zerken en kisten over naar Sint Barbara. Veel lege grafkelders vulden ze met kapotgeslagen zerken en zand om ervoor te zorgen dat de spelende jeugd niet in de kelders kon vallen.

Sint Barbara aan de Spaarndammerdijk is lang niet de enige naar de heilige Barbara vernoemde begraafplaats in Nederland: er zijn er nog ruim twintig andere. Volgens de legende liet haar vader de jonge Barbara opsluiten in een toren, zodat mannen haar niet konden zien. Hij wilde haar uithuwelijken, zij weigerde. Het werd hem duidelijk dat zij zich bekeerd had tot het christendom, liet zijn dochter martelen en onthoofdde haar zelf. Barbara wordt als heilige vooral aangeroepen door ernstig zieken en is ook voor mijnwerkers en tunnelbouwers de beschermheilige. Bij de aanleg van de Noord/Zuidlijn lieten de tunnelbouwers een beeldje van Sint Barbara zegenen toen het werk begon. Dit beeldje staat sindsdien in de Sint-Nicolaaskerk.

Haar houten beeld in de kapel op de begraafplaats stamt waarschijnlijk uit de vroegere kerk H.H. Nicolaas en Barbara in de Bilderdijkstraat, die in 1885 de oude kerk De Liefde uit 1786 verving. Ze staat er met de toren waarin ze gevangen zat en het zwaard waarmee ze onthoofd werd.

Druk

Sint Barbara was vanaf het begin een drukke begraafplaats. Voor onderhoud aan groen en paden ontbrak de tijd. Ook kwamen grafmonumenten soms te dicht bij elkaar te liggen, waardoor er verzakkingen optraden. Dat veranderde in de jaren dertig. De paden werden verhard en de grafvakken meer door groen omzoomd; langs de middenlaan kwamen platanen en taxussen. Trots liet het bestuur in 1937 een brochure verschijnen, rijkelijk voorzien van foto’s. “Altijd groenblijvende heesters omlijsten nu op Sint Barbara de vele paden en kleine vakken, waar vroeger op elk stukje grond maar weer een nieuw graf werd gedolven. Nu is Barbara geworden tot een vernieuwde dodenrustplaats. Voor slechts vijf gulden per jaar schuurt een deskundig steenhouwer de particuliere graven in de derde klasse en worden alle letters zorgvuldig zwart gemaakt. Een tuinman waakt ervoor, dat onkruid het graf ontsiert. De zorg voor onze overledenen is een plicht, waaraan wij ons niet mogen onttrekken: op Sint Barbara wordt het vervullen van die plicht al heel goed mogelijk gemaakt.”

In 1958 werd in de kapel een sobere aula gebouwd, die het rijk gedecoreerde interieur van de kapel aan het zicht onttrok. Eind jaren zestig verdween ook het oorspronkelijke, monumentale ingangshek. Gebrek aan grafruimte noopte eind jaren tachtig tot uitbreiding van het terrein, ook omdat vier lagen diep begraven niet meer was toegestaan na een aanpassing in de Wet op de lijkbezorging. Sint Barbara ligt tegenwoordig te midden van (deels nog toekomstige) nieuwbouw rondom Sloterdijk en in het Westelijk havengebied (Houthavens en Haven-Stad). Eigenlijk is de begraafplaats inmiddels een verlengstuk van het vergrote Westerpark. Sinds 2011 is op het oude gedeelte van de begraafplaats, niet ver van de ingang, een kleine urnentuin.De ambitie bestaat om op het naastgelegen weiland een uitvaartcentrum te bouwen, met zo mogelijk een klein crematorium.

WIE LIGGEN ER ALLEMAAL?

Op Sint Barbara liggen veel bekende katholieke Amsterdammers en hun families. Om te beginnen nagenoeg alle geestelijken die in de afgelopen anderhalve eeuw iets van doen hadden met een Amsterdamse parochie (140 verhuisden er in 1944 van De Liefde naar hier). Twee van hen zijn Hubert van Nispen tot Sevenaer (1836-1897), priester en oprichter van de Sint Josephs Gezellen-Vereniging in Amsterdam, en Judocus Antonius Smits (1813-1872), in 1845 de oprichter en eerste hoofdredacteur van De Tijd en vanaf 1848 rector van het Sint-Piusgesticht in de Kerkstraat (nu het Hans Brinker Hostel). De in 1897 overleden deken Henricus Poppen ligt er niet meer, maar het kolossale grafmonument staat er nog wel, zij het met een aan de nieuwe ‘bewoner’ aangepaste tekst in de gotische nis.

Welke andere Amsterdammers komen we hier tegen? Enkele namen. De dichter en schrijver Joseph Alberdingk Thijm (1820-1889), de belangrijkste voorvechter van de katholieke emancipatie in de 19de eeuw. Zijn stoffelijke resten en steen zijn in 1955 overgebracht van De Liefde. Zijn vrouw, die overleed in Parijs, ligt hier niet, wel haar hart. Ook is er het familiegraf van de cacao- en chocoladefabrikant Gerard Bensdorp, net als dat van de familie Boldoot, leveranciers van zeep en een beroemde Eau de Cologne (de firma Boldoot was een katholiek bolwerk bij uitstek). De verzetsheld Johannes Verleun, in januari 1944 gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte, de volkszanger Manke Nelis, de politiek commentator Guus (mr. G.B.J.) Hiltermann en de drugsverslaafde Anja Joos. Zij werd in 2003 verdacht van winkeldiefstal en doodgeslagen door winkelpersoneel en kreeg een plekje in een van de enkele maanden eerder aangekochte graven van het Amsterdamse Drugspastoraat.

Wie nog meer? De crimineel Sam Klepper ligt er naast zijn ouders; het verhaal wil dat hij met zijn jeugdvriend en collega-crimineel John Mieremet vaak op Sint Barbara rondwandelde en alvast een plek had uitgezocht voor “een Italiaans grafhuis met leeuwen” voor hen beiden. (Mieremet is overigens in Neerpelt begraven.)

Op 18 juli 2009 vond dichter en schrijver Simon Vinkenoog hier onder grote belangstelling zijn laatste rustplaats. Hij kende Sint Barbara goed. Hij maakte deel uit van de Poule des Doods, een groep dichters die sinds 2002 voor eenzaam gestorvenen een gedicht schrijven en voordragen bij de uitvaart. Vijfmaal was Vinkenoog op de begraafplaats ‘dichter van dienst’. Sinds eind maart 2018 ligt ook oprichter Frank Starik (59) zelf – pseudoniem van Frank von der Möhlen – na 227 eenzame uitvaarten op ‘zijn’ Sint Barbara.

LEON BOK IS MEDE-AUTEUR VAN HET BOEK BEGRAVEN EN ZORGEN. 125 JAAR BEGRAAFPLAATS SINT BARBARA IN AMSTERDAM. BESTELLEN: [email protected] (€ 9,95 PLUS € 3,95 VERZENDKOSTEN.)

Januari/februari 2019