Johan Christian Schröder wordt op 11 september 1871 geboren en groeit op in het gezin van een Amsterdamse broodbakker, die midden 19de eeuw vanuit het Noord-Duitse Lütetsburg als 'knecht' zijn geluk zocht in Amsterdam. Al tijdens zijn hbs-jaren is Johan (roepnaam Kick) een fervent cricketspeler en voetballer. Voetbal staat nog in de kinderschoenen en is evenals cricket een echte elitesport. In 1887 is hij medeoprichter van voetbalclub RAP, voortgekomen uit de drie Amsterdamse cricketclubs RUN, Amstels en Progress. Als linkshalf is hij de schrik van het veld. Onder het motto 'alles is geoorloofd zolang de scheidsrechter het niet ziet' schuwt hij de snoeiharde tackles niet. Hij schopt het tot aanvoerder van het nationale voetbalelftal, dat in 1894 zijn eerste wedstrijd speelt tegen de veel sterkere Engelse club Felixstowe. Aan het voetbal houdt hij zijn roepnaam Kick over. Behalve voetballer is Schröder een verdienstelijk bandyspeler (een soort ijshockey met een balletje) en als "de beste wicketkeeper die ons land heeft gehad" is hij een gewaardeerd lid van het nationale cricketteam.
Zijn journalistieke loopbaan begint bij enkele sportbladen, om in 1898 aan te monsteren bij De Telegraaf als sportredacteur. Dit veelbelovende dagblad is vijf jaar eerder opgericht door de avontuurlijke jonkheer Henry Tindal en valt op met een vooruitstrevende koers en een moderne stijl. Hij wordt in 1901 gepromoveerd tot chef-binnenland, maar wanbeleid van Tindal duwt de krant dan al bergafwaarts. Schröder verlaat begin 1902 het zinkende schip en treedt aan als hoofdredacteur van het succesvolle Nieuwsblad van het Noorden. Lang duurt zijn Groningse avontuur niet. Na een conflict met oprichter en eigenaar Ruurt Hazewinkel staat hij een half jaar later alweer op straat.

Gouden pen

Maar dan keert het tij. Wanneer de drukker en krantenmagnaat in wording Hak Holdert in september 1902 de zieltogende De Telegraaf koopt (Tindal is inmiddels overleden), benoemt hij Kick Schröder tot hoofdredacteur. De twee mannen zijn oude schoolvrienden en bewegen zich in dezelfde (sport)kringen. Maar het hoofdredacteurschap is niet veel meer dan een façade. Schröders voorkomen mag indrukwekkend zijn, hij heeft weinig invloed op de organisatie van de redactie of de koers van de krant. Hij is een begenadigd stilist en een journalist in hart en nieren, geen stuurman laat staan een kapitein. Nu is dat in Holderts ogen ook geen enkel bezwaar, want er is er maar één die de koers bepaalt en dat is hijzelf, de even succesvolle als despotische krantenkeizer.
Zijn vriend Schröder is op een andere manier van onschatbare waarde voor de krant: behalve door zijn gouden pen, vooral ook vanwege zijn vele contacten binnen de sportwereld en het politiek-culturele leven in de hoofdstad. Het schijnbare gemak waarmee De Telegraaf vanaf 1902 zo veel beroemde schrijvers, dichters, artiesten, schilders, musici en architecten aan zich weet te binden, heeft alles te maken met het grote netwerk van Kick Schröder binnen de wereld van kunst en cultuur. Ook zijn bekendheid met de sportwereld legt de krant geen windeieren. Verschillende journalistieke talenten hebben in hun jonge jaren kennis mogen maken met Schröders roemruchte tackles.
Als schrijvend hoofdredacteur legt hij een ongekende productie aan de dag. Wekelijks verzorgt hij in het snelst groeiende en meest besproken dagblad van Nederland ook een Raadsoverzicht, twee tot drie keer per week een toneelkritiek, eens in de zoveel tijd een flinke, spraakmakende (sport)reportage én vrijwel dagelijks een eigen column. En wat voor één: Schröders Dagboek van een Amsterdammer is een begrip.

Dagboek

Er zijn dan al meer dagbladen met vaste columnisten, maar Schröders dagboek is door toonzetting en sarcasme enig in zijn soort. De eerste aflevering ziet het licht op 1 april 1905 en tot zijn plotselinge dood in 1938 zal hij er duizenden schrijven. Vaak raken ze aan de actualiteit, maar even vaak gaan ze over de grote en kleine genoegens, de malligheden en vooral de ergernissen van het dagelijks leven.
Schröders zin voor overdrijving is legendarisch. Het treffendste – en dankzij bewonderaar Henk Hofland wellicht ook bekendste – voorbeeld is de column 'Tramwee' uit 1915, waarin hij de spot drijft met de slakkengang van de Amsterdamse trams. Het dagboek bevat "het waarachtige verhaal, opgeteekend uit den mond van een passagier" van een eindeloze reis met lijn 11 van station Muiderpoort naar het Centraal Station. Na een roerend afscheid van vrouw en kinderen ("Mijn kinderen weenen, dag Pa!") en voorzien van "leeftocht voor 4 dagen en een verschooning" volgt een lange en barre tocht. De passagiers lijden honger en kou, een vrouw bevalt aan boord, twee krankzinnig geworden reisgenoten springen in de Amstel. Ter hoogte van het Rembrandtplein stijgt de waanzin ten top: "De op 't Weesperplein geboren baby, loopt voor 't eerst. Munt. De dikste passagier is geslacht." Bij aankomst op het Centraal Station wacht de wagenbestuurder een boete "wegens te hard rijden!"

Wapen

Niet alleen in zijn columns, ook in zijn parlementaire verslagen en gemeenteraadsoverzichten schept hij er een waar genoegen in de autoriteiten tegen zich in het harnas te jagen. Omdat de meeste Kamer- en raadsoverzichten zich begin 20ste eeuw nog kenmerken door een gortdroge vertelstijl en een heilig ontzag voor de autoriteiten, baren zijn ironische commentaren veel opzien. Vooral in gemeenteraadsverslagen is Schröder goed op dreef. Sowieso voelt hij zich in de Amsterdamse gemeentepolitiek veel beter thuis dan in Den Haag, volgens hem "de stad der aderverkalking". Veel van zijn raadsverhalen laten zich lezen als hilarische politieke zedenschetsen. Met duivels genoegen typeert hij het gebrek aan daadkracht in de gemeenteraad. Een monotone redevoering van een liberale wethouder straft hij af met: "De heer Serrurier begon. Hij moet ook geëindigd zijn, maar niemand die het gemerkt heeft."
Nog meer stof doet Schröder opwaaien als schrijver van toneelkritieken. Onder het pseudoniem Barbarossa groeit hij uit tot de schrik van de schouwburg. Zijn onomwonden oordeel kan een opvoering maken of breken. Is hij geraakt dan geeft hij zich over aan hartstochtelijke huldeblijken, vooral wanneer het vrouwelijk schoon betreft. Maar wee de acteur (m/v) of regisseur die zijn toneelhart niet weet te beroeren. Hem wacht Barbarossa's meest gevreesde wapen: zijn bijtende sarcasme. Zo mag de grote Eduard Verkade het doen met een snerend: "Verkade's Koek is kunst, maar de Kunst van Verkade is koek."
Tussen alle journalistieke en toneelbedrijven door, vindt Schröder ook nog gelegenheid uit te rukken naar grote sportevenementen om die hoogstpersoonlijk te verslaan. Zijn reportage over de allereerste Elfstedentocht van 2 januari 1909 bewijst dat hij ook in sportief opzicht nog steeds zijn mannetje staat. Hij schaatst een flink deel in de kopgroep mee en dat levert een sterk staaltje participerende journalistiek op.

Martelaar

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914, krijgt de toch al spraakmakende opstelling van De Telegraaf er een explosieve dimensie bij. De francofiele Holdert – hij heeft de jaren daarvoor vanuit Parijs de krant bestierd – geeft opdracht tot een uitgesproken pro-Franse koers. Gedurende de oorlogsjaren voert De Telegraaf een onstuimige anti-Duitse en progeallieerde campagne. De krant drijft de Nederlandse regering tot wanhoop – die doet er juist alles aan om neutraal te blijven. Vier jaar lang laat zij alle in- en uitgaande telefoongesprekken door de militaire inlichtingendienst afluisteren en vooral in de eerste oorlogsjaren grijpt het Openbaar Ministerie met regelmaat in.
Na enkele incidenten waarbij Schröder zich als hoofdredacteur moet verantwoorden voor aanstootgevende commentaren en voor de anti-Duitse prenten van Louis Raemakers, escaleert de slechte relatie tussen het OM en De Telegraaf in het najaar van 1915. Vanwege zijn herhaalde beledigingen aan het adres van de centrale mogendheden – "een groep gewetenlooze schurken" – wordt Schröder gearresteerd wegens het doelbewust in gevaar brengen van de neutraliteit (artikel 100). In de avond van 4 december wachten twee rechercheurs hem op voor zijn huis aan de Weesperzijde, alwaar hij even later arriveert, in gezelschap van zijn vrouw Annie en beladen met sinterklaaspakjes voor zijn vier kinderen. Ze voeren hem naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans; hij zal er zeventien dagen verblijven.
Het nieuws van Schröders hechtenis slaat in als een bom. De vaderlandse journalistiek is in rep en roer en in het parlement, de Nederlandse huiskamers en de gezantschappen van de oorlogvoerende mogendheden is zijn arrestatie het gesprek van de dag. De verontwaardiging wordt vanzelfsprekend gevoed door De Telegraaf, die dagelijks over meerdere pagina's een bloemlezing uit de vele steunbetuigingen brengt. Ook de bizarre timing van de arrestatie aan de vooravond van het Sinterklaasfeest wordt natuurlijk breed uitgemeten.

Breuk

Pas op 21 december volgt vrijspraak, nadat Holdert een bewijsstuk tevoorschijn heeft getoverd waaruit klip en klaar blijkt dat Schröder al sinds begin december geen verantwoordelijkheid meer draagt voor de inhoud van De Telegraaf. Een grote mensenmassa wacht Schröder 's avonds op bij de gevangenispoort en vergezelt hem op zijn zegetocht naar vrouw en kinderen. Het heeft er alle schijn van dat Holdert welbewust met de ontlastende verklaring heeft gewacht totdat hij genoeg publicitaire munt uit de affaire had geslagen. Ruim twee weken lang heeft Schröder mogen schitteren in zijn rol van martelaar van het vrije woord.
Of Schröder medeplichtig is geweest aan Holderts publiciteitsstunt zal vermoedelijk altijd een raadsel blijven. Feit is wel dat de verstandhouding tussen de jeugdvrienden na Schröders vrijlating bijzonder slecht is. In januari 1916 komt het zelfs tot een tijdelijke breuk, na een hoogoplopende redactionele ruzie over het door Holdert persoonlijke opgericht Anti-Smokkel-Bureau, dat de illegale smokkelactiviteiten tussen Duitsland en België moet bestrijden en buiten Schröder om vanuit de redactie wordt gerund.
Hij laat zich overhalen het hoofdredacteurschap toch weer te aanvaarden. Volgens eigen zeggen alleen omwille van de 'progeallieerde zaak'. Een mogelijk andere reden laat hij onvermeld: zijn toch al niet kinderachtige jaarsalaris is in het najaar van 1915 door Holdert al verhoogd tot ƒ 8.000,- en gaat in januari 1916 naar ƒ 12.000,- per jaar.
Zeven jaar later blijkt opnieuw dat Schröder niet ongevoelig is voor financiële prikkels. In april 1923 besluit hij in zee te gaan met de omstreden zakenman Willem Broekhuijs, die het plan heeft opgevat een dagblad op te richten dat vooral De Telegraaf moet beconcurreren. Als hoofdredacteur van De Dag kan Schröder het astronomische bedrag van ƒ 1000,- per week opstrijken, een viervoud van zijn salaris bij De Telegraaf.

Grijs

Maar het avontuur loopt dood: door een combinatie van technische en financiële catastrofes zal De Dag nooit verschijnen. Schröder en de tientallen andere Telegraafredacteuren die zich door Broekhuijs hebben laten verleiden, keren in de zomer van 1923 met hangende pootjes bij Holdert terug. Door de beste krachten weer in genade aan te nemen, weet hij zijn greep op de redactie nog verder te versterken. Ook Schröder is weer welkom, zij het niet langer als lid van de redactie, laat staan als hoofdredacteur. En aangezien Holdert na Schröders transfer naar De Dag in mei 1923 het Dagboek van een Amsterdammer ten grave heeft gedragen, moet hij op zoek naar een andere titel voor zijn columns. Vanaf november draagt zijn rubriek de naam Spotterny of Sotterny, kortweg S.O.S.
Maar echt schitteren doet Schröder niet meer. Zijn vlammend rode baard is met het klimmen der jaren verworden tot een ingetogen grijze sik en in plaats van een schaterlach of een kreet van verontwaardiging wekken zijn dagelijkse columns hooguit nog een weemoedige glimlach op. Enkele uren na het schrijven van zijn S.O.S.-je voor de krant van 18 december 1938 wordt de 67-jarige sportlegende onverwacht geveld door een hartaanval. Op 22 december vergezelt een flinke schare journalisten, sport- en theatervrienden hem naar zijn laatste rustplaats op Zorgvlied.