Het Verzetsmuseum aan de Plantage Kerklaan trekt jaarlijks 16.000 scholieren uit het hele land. Daarmee was de grens bereikt, soms moesten groepen worden geweigerd. “We zijn een museum met een belangrijk educatief doel, al vanaf het begin,” vertelt directeur Liesbeth van der Horst. “We willen vooral ook kinderen bereiken die thuis of op school nog heel weinig over de oorlog hebben gehoord, bijvoorbeeld kinderen uit islamitische gezinnen. We hebben verschillende succesvolle kinderexposities gehad, zoals Artis in oorlogstijd. Maar een permanent kindermuseum, ja, dat had ik al heel lang in mijn hoofd.”
Een buitenkans deed zich voor toen het Verzetsmuseum in 2006 werd benaderd door de eigenaren van de aangrenzende garage, die dit gebouw wel wilden verkopen. Jaren van plannen maken en fondsen werven volgden. Het benodigde bedrag van 3,4 miljoen euro is opgehaald bij allerlei overheden, fondsen, bedrijven en honderden particulieren. Zoals deze fondsenwerving laat zien, gaat het goed met het Verzetsmuseum. “Wij zijn opgericht in 1984, in een tijd van bezuinigingen, dus we hebben altijd al gewerkt met een beperkt budget en met veel vrijwilligers. Veel musea moeten nu de broekriem aanhalen, maar voor ons is dat niets nieuws,” zegt Van der Horst. “Al zou ik het initiatief voor dit kindermuseum in de huidige crisistijd toch niet meer hebben durven nemen...”
De opening van Verzetsmuseum Junior wordt op 16 oktober verricht door burgemeester Eberhard van der Laan, die als voorzitter van het bestuur de eerste fase van de uitbreidingsplannen heeft meegemaakt, en door premier Rutte. Er wordt veel publiciteit verwacht, ook in het buitenland.

Tijdmachine

“Is het echt gebeurd?” is een vraag die veel wordt gesteld door jonge bezoekers van het Verzetsmuseum. In de nieuwe afdeling is daarom alles echt, op de decors na. Van der Horst: “Kindermusea werken meestal met fictieve personen, dat is natuurlijk makkelijk omdat je het verhaal dan helemaal naar je hand kunt zetten. Wij wilden authentieke verhalen en objecten brengen, omdat we hebben ervaren dat kinderen het geweldig vinden als het echt gebeurd is en als de spullen ook echt zijn.”
Gekozen is voor vier perspectieven: een joods kind dat vervolgd wordt, een kind uit een gezin dat betrokken is bij het verzet, een kind dat lid is van de Jeugdstorm van de NSB, en tot slot een kind uit een gezin dat probeert zo gewoon mogelijk door te leven tijdens de bezetting. Van der Horst: “Het was lang zoeken naar geschikte kinderen uit die tijd die ook nog spullen uit de oorlog hadden. Zeker een kind uit een NSB-gezin was heel moeilijk te vinden. De vier ooggetuigen moesten ook nog leven, want aan het eind van de expositie komen ze aan het woord zoals ze nu zijn. De verhalen van deze vier worden nog omlijst door nevenverhalen. Zo kunnen jonge bezoekers zich goed inleven in wat hun leeftijdgenoten hebben meegemaakt.”
Direct na de ingang van het Verzetsmuseum Junior belanden de bezoekers via een tijdmachine op een plein in oorlogstijd. In de tijdmachine raken ze ervan doordrongen dat het toen een heel andere wereld was, zonder mobieltjes, computer of televisie. Eenmaal op het plein, zien ze ramen, inkijkjes en deuren. Vier huizen kunnen ze binnengaan en daar kunnen ze verstopt in kastjes en laadjes de verhalen van de vier hoofdpersonen ontdekken. Pas aan het eind van de opstelling zijn de vier ooggetuigen op een groot interactief beeldscherm te zien zoals ze nu zijn: gemiddeld begin tachtig. Ze vertellen hoe het hen na de oorlog is vergaan. De kinderen kunnen ook trefwoorden kiezen. Dan verschijnen fragmenten waarin de hoofdpersonen vertellen wat de oorlog kinderen van nu kan leren, bijvoorbeeld over discriminatie.

Geen oordelen

Het Verzetsmuseum is in 1984 opgericht door oud-verzetsmensen. In de naoorlogse decennia was de beeldvorming over het verzet en de jodenvervolging weleens onevenwichtig: bijna iedereen leek in het verzet te zijn geweest en de jodenvervolging kreeg pas langzaamaan aandacht. Het Verzetsmuseum heeft zich een goede naam verworven omdat tentoonstellingen steeds niet vanuit een simpel goed-foutperspectief worden gemaakt.
Ook deze expositie in Verzetsmuseum Junior oordeelt niet. Bedoeling is dat kinderen ervan doordrongen raken dat je verschillende posities kon hebben tijdens de oorlog. Via de belevenissen van deze kinderen en hun familieleden komen dilemma’s en keuzes in beeld. Waardoor je je als toeschouwer misschien gaat afvragen: wat zou ik eigenlijk zelf gedaan hebben?
“We willen zo’n soort reflectie losmaken,” zegt directeur Van der Horst. “Kinderen van deze leeftijd staan daar ook voor open. Vooral onder allochtone scholieren leven veel misvattingen. Ze associëren joden met Israël en denken vaak dat de Tweede Wereldoorlog een oorlog was tussen Hitler en de joden. In het kindermuseum krijgen ze een ander beeld. Aan de rand van het plein hebben we een vliegtuigwrak neergelegd. In de cockpit kun je met de stuurknuppel de wereld over en hoor je hoe de oorlog door kinderen uit allerlei landen is beleefd. Ook de belangrijkste herkomstlanden van allochtone basisscholieren komen aan bod. Zo proberen we kennis over te dragen, zonder dat het allemaal te zwaar wordt.”