Leider van de operatie was de 35-jarige ds Dominicus Sapma, een van de predikanten die tijdens de Dordtse Synode was gewogen over zijn calvinistische rechtzinnigheid en toen te licht was bevonden. Die Synode (nationale kerkvergadering) was bijeengeroepen om een eind te maken aan de kerkelijke twisten binnen de officiële protestantse kerk, opgelaaid tijdens het Twaalfjarig Bestand. Nu er tijdelijk geen gemeenschappelijke vijand meer was, waren de rapen gaar om elkaar te verketteren. De theologische ruzie ging tussen de 'preciezen' en 'rekkelijken', naar hun voormannen, de Leidse professoren Gomarus en Arminius, ook wel Gomaristen en Arminianen genoemd. Die laatsten noemden zichzelf liever Remonstranten, naar het bezwaarschrift (remonstrantie) dat een aantal predikanten in 1610 had ingediend bij de Staten-Generaal. De tegenstanders ervan waren toen prompt met een verweerschrift (contra-remonstrantie) gekomen en werden daarom ook wel aangeduid als Contraremonstranten. De kerkelijke twist had steeds meer politieke aspecten gekregen en dat had in 1618 geleid tot een staatsgreep van prins Maurits ten gunste van de Contraremonstranten. Regeringsleider Oldenbarnevelt (71) kostte dat letterlijk de kop; de compromislozen trokken nu aan de touwtjes. Arminiaans was in hun ogen bijna zo erg als Spaansgezind. Ds Sapma had tot eind augustus 1621 op vrije voeten weten te blijven, totdat hij bij een oploop bij de Scheierstoren vanwege een ontruiming van een heimelijke remonstrantse kerkdienst door een omstandster was herkend. Op de pijnbank had hij geweigerd zijn collega's te verraden en tot afgrijzen van enkele schepenen geantwoord dat Christus inderdaad ook voor de Indianen was gestorven. Die vraag had betrekking op de kern van de religieuze twist, namelijk of de mens door een Godzalig leven 'de Hemel kon beërven' of dat (zoals Calvijn stelde) God in zijn Almacht dat al voor diens geboorte had beschikt. Volgens Arminius deed die opvatting de eigen verantwoordelijkheid van de mens tekort. De steile calvinisten vonden die opvatting 'paeps', want dat leek wel erg veel op de katholieke leer van Goede Werken.

Kort voor 1800 verbeeldde Hermanus P. Schouten de ontsnapping van dominee Sapma uit het Rasphuis in de eerdere zomer van 1621. Dat najaar bevrijdde hij zijn geestverwanten. GEMEENTEARCHIEF

Swarte morsmouwetjes

Na drie weken gevangenschap had Sapma echter met behulp van zijn zuster en zijn vrouw Grietje Ulbes op spectaculaire wijze weten te ontsnappen. Vanaf zijn vluchtoord Vlieland had hij de toedracht in een brief aan zijn geloofsgenoten onthuld. Op bezoek kwam "mijn huysvroutje met een doeck om de mont, als of se tandtpijn hadde (...) De doncker beginnende te vallen, onder 't luyen van de Poortclock, trock ick over mijn kle'eren een rock met een jackjen aen, dat bindende met de schoteldoecks-banden van mijn sijd' toe: daer op deed' ick over mijn mouwen twee swarte morsmouwetjes aen, setten een huyf op met een doeck om de kin ende een Signet-ringh [zegelring] aende handt, daer ick de neus-doeck mede voor de mondt houden soude: ende als ons dachte dat sich de gheleghenheijt best presenteerde, settede ick de huyck op ende ginck met mijn Suster behendichjes af, latende mijn huysvroutje in mijn plaats (..)." De cipiersvrouw -"een loose ende deurtrapte vrou" had geen argwaan gekregen en alle deuren ontgrendeld. Na vijf dagen was Grietje maar vrijgelaten.

HET RASP HUYS Vogelvluchttekening van het Rasphuis, 1663. Op de voorgrond de Heiligeweg (rechts het poortje), links de Kalverstraat. GEMEENTEARCHIEF

Dit huzarenstukje smaakte naar meer. In Haarlem was ds Vezekius ontsnapt, die tijdens het luchten de verloren gewaande verroeste reservesleutel van zijn celdeur had gevonden. Nu moest alles op alles gezet worden om ook de predikanten Johannes Grevius (De Greef) en Samuel Prince uit het Rasphuis te krijgen. Die hadden reeds anderhalf jaar uitgezeten van hun levenslange (!) gevangenisstraf. Al twee bevrijdingspogingen waren mislukt, doordat het plan was uitgelekt en door een ondeugdelijke ladder. Met een betere voorbereiding en hulp van katholieken die de jezuietenpater Livinus (Lieven) Wouters wilden bevrijden, moest het nu lukken. Deze 49-jarige pater van de schuilkerk De Papegaay in de Kalverstraat zat al bijna twee jaar in voorarrest, valselijk beschuldigd van moordplannen op prins Maurits. Toen hun achterban in de smiezen kreeg dat de twee remonstrantse voorgangers op het punt stonden om overgebracht te worden naar slot Loevestein was er haast geboden. Waarschijnlijk door omkoping van een van de cipiers waren de sleutels van de celdeuren inmiddels gekopieerd. Maar daarover wordt in de latere verslagen van de betrokkenen niet gerept: God zelf had hier de hand in gehad! Met als handlanger ds Sapma, die zelfs een katrol had laten maken voor op de nok van het dak, om de vluchtelingen te helpen vanaf de binnenplaats de touwladders op te komen. Het ging gelukkig allemaal goed. Ds Prince overwon zijn hoogtevrees, pater Wouters zijn angst voor de slechte afloop. Nog één of twee andere gevangenen wisten dezelfde touwladder naar de vrijheid op te klimmen. Even hield iedereen zijn adem in toen een boef begon te roepen: "De Arminianen breken uit!" Maar die gestoorde man had dat al zo vaak geroepen, dat de cipiers daar niet wakker van werden.

De pater zou later in Antwerpen als ziekentrooster aan de pest bezwijken. Ds Grevius week uit naar Duitsland, publiceerde er een boek tegen foltering en kwam er om het leven, door oorlogsgeweld of een roofmoord. En ds Prince bleek niet opgewassen te zijn geweest tegen de slechte invloed van het gevangenisbestaan. Hij zou wegens diefstal alsnog op Loevestein belanden, waar hij tijdens een ontsnappingspoging zou verdrinken.

Het Aalmoezeniershuis op het Singel werd later de Latijnse School. Gravure uit 1693. Hierachter lag het Rasphuis. Nu staat hier politiebureau Singel. GEMEENTEARCHIEF

Het Rasphuis, zo genoemd omdat gevangenen Braziliaans hardhout moesten raspen dat dan aangewend werd om textiel te verven, werd in de 19de eeuw een Huis van Bewaring en maakte in 1896 plaats voor een zwembad. Dat Heiligewegbad ging in 1987 dicht, werd daarna nog even als theater gebruikt en in 1995 gesloopt voor het winkelcomplex dat er nu staat, de Kalvertoren. Het fraaie toegangspoortje tot het Rasphuis aan de Heiligeweg staat er gelukkig nog.

Poortje Rasphuis door P.H. Louw (wikicommons)