Protesten worden minzaam weggewuifd. Het openbare badhuis aan het Rokin bij de Doelensluis, schuin tegenover De Nederlandsche Bank, moet verdwijnen. Kuipen gevuld met IJ- of zeewater voor warme of koude baden zijn niet meer van deze tijd, vindt de gemeenteraad. En die vervallen en afgebladderde houten wanden, de ontsierende reclameborden – nee, het badhuis past niet meer op een modern Rokin. De straat moet een visitekaartje worden van de stad, net als het Damrak, de Kalverstraat, de Reguliersbreestraat, het Rembrandtplein en de Leidsestraat. Een straat met luxe winkels, kantoren en chique horecagelegenheden, die zich kan meten met de grootse Parijse boulevards. In 1914 valt na 70 jaar het doek voor het badhuis.

Nieuwigheden

Zes jaar eerder staat er een klein berichtje in Het Nieuws van den Dag van 8 januari 1908: "De kerk van den Heiligen Franciscus, in de Kalverstraat, meer bekend onder den naam van 't Boompje, zal binnenkort gesloten worden. Het gebouw zal, zo 't niet uit de hand verkocht wordt, publiek geveild worden. Naar alle waarschijnlijkheid zal het dan wel worden afgebroken, om ruimte te maken voor moderne winkelhuizen." Profetische woorden, want op 17 januari 1911 wordt in deze voormalige schuilkerk, die doorloopt tot het Rokin, voor het laatste de mis gevierd.
Kort daarna wordt bekend dat Anton Dreesmann en zijn zwager Willem Vroom, die in 1887 samen een manufacturenwinkel in de Weesperstraat zijn begonnen, de kerk hebben gekocht om die te slopen en er een warenhuis te bouwen. Op 4 oktober 1912 opent V&D zijn deuren en kan het publiek zich vergapen aan ongekende luxe en tal van technische nieuwigheden, zoals elektrisch licht in plaats van gaslampen, de enorme lichtkoepel van glas-in-lood, de bronzen etalagekasten, de bijna levensechte etalagepoppen en natuurlijk de mahoniehouten lift met ruiten van spiegelglas, vernikkeld beslag en hoogpolig tapijt.
Al in 1903 is ook 't Groene Paleis gesloopt, een luxebordeel waar Madame Elise de scepter zwaaide en alleen heren van stand werden bediend. De bordeelhoudster verloor haar vergunning omdat haar onderneming, net als het badhuis, als een schandvlek werd gezien. Ervoor in de plaats verrijst het kolossale kantoorpand Neptunus (gesloopt in 1978).

Kentering

Het lot van het badhuis, 't Boompje en 't Groene Paleis is tekenend voor de nauwelijks te bevatten snelle ontwikkeling die Amsterdam in amper een halve eeuw heeft ondergaan. Omstreeks 1850 ligt de stad er haveloos en suf bij. De grachtengordel straalt nog wel een zekere grandeur uit, maar de chique bewoners teren voornamelijk op de fortuinen verdiend door hun voorvaders. Gezapigheid is troef. En daarbuiten heerst grote armoede. Een kwart van de bevolking is afhankelijk van de bedeling en bijna 9% huist samengepropt in vochtige kelderwoningen. Twee jaar eerder heeft een cholera-epidemie ruim 2200 mensen het leven gekost. Tot overmaat van ramp mislukt ook de aardappeloogst, waardoor de aardappel, het basisvoedsel van de arme man, nagenoeg onbetaalbaar wordt.
Maar de kentering komt snel. In de jaren zestig gaat ook Amsterdam de vruchten plukken van de Industriële Revolutie. Bovendien openen zich kansen op de Indische markt voor particuliere ondernemers en dat zijn veelal Amsterdammers. Het grootste deel van de tabak, koffie, suiker, thee en indigo wordt naar Amsterdam verscheept om te worden verwerkt of gedistribueerd. De werkgelegenheid groeit en het inwonertal schiet omhoog van 310.000 in 1880 tot 511.000 in 1900 en 613.000 in 1916.
Begin 20ste-eeuw wordt er weer geld verdiend en de financiële en commerciële dienstverlening beleeft gouden tijden. Zelfs de gewone man houdt wekelijks wat over van zijn loon, dankzij de dalende prijzen als gevolg van de fabrieksmatige en dus goedkopere massaproductie. Er ontstaat een nieuw tijdverdrijf: etalages kijken en winkelen in de Kalverstraat en op het Rokin. Niet alleen door de Amsterdammers zelf, maar ook door buitenlui, die de trein of de stoomtram nemen om een dagje Amsterdam te doen.

Modepaleis

Het snel veranderende straatbeeld van het Rokin is het zichtbare bewijs dat in Amsterdam de moderne tijd is aangebroken. Aanvankelijk is de Nieuwendijk de favoriete straat om een nieuwe zaak te beginnen. Tussen 1870 en 1893 vestigen zich hier Simon Goudsmit (1870), Bernhard Lampe (1883), Johan Peek & Heinrich Cloppenburg (1885), de gebroeders Gerzon (1889) en Hermann en Clemens jr. Brenninkmeijer (1893). Maar de ruimte is te beperkt en de concurrentie moordend voor alleen al de 80 mode- en manufacturenzaken die de straat in 1900 telt. Verhuizen is vaak de enige optie om te kunnen uitbreiden. Peek & Cloppenburg (P&C) besluit in 1914 om die reden alle dertien panden in de hoek tussen Dam, Kalverstraat, Kromelleboogsteeg en Rokin op te kopen, af te breken en een waar modepaleis te bouwen. De opening is op 11 april 1917, drie jaar nadat Simon Goudsmit aan de Dam zijn Bijenkorf heeft geopend.
Het meest in het oog springende pand dat voor P&C moet wijken is De Rijnstroom, de exclusieve sigaren- en tabakszaak van hofleverancier Fa. P.C.G. Hajenius op de hoek van de Dam en het Rokin. Bij de opening in 1869 schreef het Algemeen Handelsblad: "Een ruime winkel, betimmerd met edele houtsoorten en met kolossale vensters. Monumentale massieve toonbank. Een vloer van Trierse tegels. Toonkasten rondom de winkel. Elegante gaskronen en luchters. Geen winkel hier te lande kan met deze sierlijkheid wedijveren." Maar met het geld van de verkoop koopt Hajenius de panden Rokin 92-94-96 en mogen de gerenommeerde architecten Jo en Dolf van Gendt een tweede, nog luxere De Rijnstroom ontwerpen. Al in november 1915 kunnen de tabaksfijnproevers er hun favoriete sigaren bestellen.

172 telefoonnummers

De keuze van Hajenius voor het Rokin is niet verrassend. Twintig jaar eerder is de Vereeniging Rokin opgericht met als doel het Rokin van een weinig opvallende woon- en winkelstraat te veranderen in een van de meest gewilde locaties van de stad. Dat lukt en het beste bewijs is de telefoongids van 1916. Op 1 juni 1881 heeft de Nederlandsche Bell-Telephoon Maatschappij op de zolder van sociëteit De Groote Club (hoek Kalverstraat / Dam) de eerste centrale in gebruik genomen met 49 aansluitingen. Het aantal abonnees groeit snel: van 1400 in 1890 tot bijna 11.000 in 1916. De 'drukke' (Kalverstraat)zijde van het Rokin telt in dat jaar 85 abonnees, de 'stille' zijde 87.
Wanneer we deze 172 nummers bekijken valt onmiddellijk op dat de Vereeniging Rokin met recht alle reden heeft tevreden te zijn: kunsthandels, boekwinkels, dure detailzaken en financiële instellingen. Alleen, zo blijft de Vereeniging benadrukken, is het jammer dat het Rokin nog niet is gedempt, omdat het grauwgroene stinkende water afbreuk doet aan de allure en grandeur van de nieuwe bouwwerken.
Het Algemeen Handelsblad van 12 oktober 1915 is het daar mee eens: "Er is hier een schilderachtig stukje Amsterdam – gewéést. Zelfs voor weinig jaren mocht het watertje dat was overgelaten na de verbreding van de kade aan de Kalverstraatzijde geteld worden als een levend element in het stadsbeeld; daar stonden nog aan de stille zijde de donkere geveltjes te spiegelen eener ongelijke huizenrij: men had nog de eigenaardige Hendrick de Keyser-huizen in de Beursstraat, het curieuze pleintje daar, de Sint Pieterspoort, den fijnen top van de Nieuwe Zijds Kapel. Van dat alles is niets over. Groote gebouwen hebben aan de drukke zijde de plaats van oude huizen ingenomen. Peek & Cloppenburg, het Poolsche Koffiehuis, de drukkerij De Bussy, de kunsthandel van Wisselingh, het gebouw Gorris, de nieuwe winkel van Hajenius, het Leesmuseum. Met het water hebben deze moderne grootestadsgebouwen weinig meer te maken. Met den overkant is het niet anders."

Geld en geneugten

De laatste kwarteeuw is een flink aantal panden gesloopt of verbouwd om ruimte te scheppen voor grootschalige nieuwbouw en bedrijven. Zo hebben bijvoorbeeld de nummers 9 tot en met 45 plaats moeten maken voor vier nieuwe gebouwen: kantoorpand en veilinggebouw De Roos (1911), kantoorboekhandel en drukkerij Blikman & Sartorius (1893), de sprookjesachtige tabaksfabriek van Eugène Goulmy & Baar (1894, al in 1916 gesloopt) en de Rotterdamsche Bank (1913). Verderop ruikt het vooral naar tabak. Negen tabakshandelaren en –makelaars hebben zich daar gevestigd, onder wie B. Manus, Entken & Gompen, Gröning & Co., Brusse en Gransberg en W. Scheltema & Co.
Schuin tegenover deze tabaksenclave concentreert zich aan de drukke zijde de horeca. Hier liggen proeflokaal Le Vignoble, hotel-restaurant Polen, The American Bar, met op de eerste verdieping sociëteit Sans Souci, het Wiener Café, café Ter Braak, The English Buffet en de City Bar. Het exclusieve restaurant Riche met zijn weelderig ingerichte zalen en privé-eetsalons (één uitsluitend voor vrouwen), dat in 1913 zijn deuren na 30 jaar moest sluiten, wordt amper gemist. Er zit nu een kantoor.
Wat verder opvalt is de concentratie van financiële instellingen. Amsterdam is in het laatste kwart van de 19de eeuw uitgegroeid tot hét financiële centrum van ons land, mede dankzij de aanwezigheid van De Nederlandsche Bank, in 1814 opgericht en gevestigd in enkele panden aan de Oude Turfmarkt. In 1865 zijn deze vervangen door het streng ogende huidige gebouw naar een ontwerp van architect Willem Froger. Aan de drukke zijde tellen we in 1916 dertien en aan de stille zijde zeker 25 financiële instellingen, voornamelijk banken, verzekeringsmaatschappijen, wisselkantoren en effectenmakelaardijen. Eén verdient speciale vermelding: het art-decopand 69 op de hoek van de Wijde Lombardsteeg, ontworpen door Gerrit van Arkel voor de Marine Insurance Company.

Exclusiviteit

Cultuur overheerst in het winkelaanbod. Voor bibliofielen is het Rokin met een tiental boekhandels een waar Mekka, zoals Scheltema & Holkema, Kirberger & Kesper en Schröder (later Schröder & Dupont). Ook de kunsthandel is met negen zaken goed vertegenwoordigd, onder andere Cornelis Marinus van Gogh, oom van de schilder Vincent van Gogh. De beroemdste is E.J. van Wisselingh & Co. Over de nieuwbouw van deze winkel is in 1911 veel te doen. Omringd door woningen en winkels wordt nagenoeg het gehele blok tussen Rokin, Kalverstraat en de beide Kapelstegen vele eeuwen lang ingenomen door de middeleeuwse kapel de Heilige Stede. De katholieken hebben die in 1587 moeten afstaan aan de hervormden, een pijn die altijd is blijven zeuren. Het besluit in 1908 van de Hervormde Gemeente om de bouwvallige kapel af te breken leidt dan ook tot grote protesten. Tevergeefs. De kapel wordt gesloopt en er komt een nieuwe, kleinere kerk – met pal naast de toegang E. J. Wisselingh & Co.
Voor de dagelijkse boodschappen kan men in 1916 op het Rokin alleen terecht bij de winkel in zuivel en fijne vleeswaren van de heer Tolsma. Exclusieve detailzaken zijn er wel, zoals een fotografie-, piano-, horloge-, herenhoeden- en juwelierszaak, twee meubelzaken, vier antiquairs, twee postzegel- en muntenhandels, twee kappers en vier kleermakers, die kleding op maat maakten en weinig op hebben met de goedkope confectiekleding van P&C en V&D.

Kroonjuweel

Beeldbepalend zijn de grootstedelijke gebouwen. Allereerst het gebouw Industria (1916) tegenover P&C, de nieuwe ontmoetingsplaats voor de 'moderne' fabrikanten en ondernemers, die zich niet echt welkom voelen in de Groote Club, waar de firmanten van de oude handelshuizen hun zaken bespreken onder het genot van een sigaar en een glas cognac. Even indrukwekkend is het Leesmuseum uit 1903 waar heren van stand – de dames hebben een eigen bibliotheek in de Hartenstraat – in besloten kring kranten, tijdschriften en boeken kunnen lezen. Ietsje verder komen de leden van de kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae bij elkaar in hun verenigingsgebouw met monumentale gevel uit 1856.
De kers op de taart is Maison de Bonneterie, het modepaleis van Joseph Cohen, ontworpen door de architecten Albert Jacot en Willem Oldewelt, dat op 15 maart 1909 open gaat. Het publiek wordt verwelkomd door 150 verkoopsters, geüniformeerde liftboys en portiers in livrei. De volgende dag komt burgemeester Willem van Leeuwen met echtgenote langs. "Met ingenomenheid bezichtigden zij de fraaie magazijnen, waar, ter eere van het bezoek ook midden op den dag alle lichten in de kristallen kronen schitterden", aldus het Nieuws van den Dag. Een aanwinst voor de stad, volgens de burgemeester. Een kroonjuweel waarvan de glans afstraalt op het gehele Rokin, een baken van licht in een snel veranderende stad.