In 1933 verscheen het Algemeen Uitbreidingsplan al in conceptvorm. Hierin werd duidelijk gemaakt hoe de uitbreidingen van de hoofdstad vorm moesten krijgen. Althans naar de mening van ir. Cornelis van Eesteren (1897-1988), hoofd van de afdeling Stadsontwikkeling van de Dienst Publieke Werken. De stad zou zich vooral stevig moeten uitbreiden in westelijke en zuidelijke richting. Het AUP vormde de basis voor bijna alle staduitbreidingen nadien. Op 18 juli 1935 werd het plan door de gemeenteraad vastgesteld en precies vier jaar later bij Koninklijk Besluit goedgekeurd.
In de Nota van Toelichting en de Bijlagen bij het plan werd een reeks thematische kaarten opgenomen. Onder meer over de beoogde scheiding van de functies wonen, werken, recreatie en verkeer, maar ook de bekende gedrukte overzichtskaart (80,5 x94 cm) van het hele plan, op een schaal van 1:25.000. Er bestaat echter nóg een afbeelding uit 1935. Die verscheen als bijlage van het bouwkundig weekblad Architectura van 23 maart 1935, waarin het plan besproken werd. Later, bij het 50-jarig jubileum van het plan in 1985, is díe kaart één op één herdrukt op schaal 1:25.000 én werd er een verkleinde reproductie (40,5 x47 cm, schaal 1:50.000) van uitgegeven. Menige Amsterdam-liefhebber heeft die versie in zijn bezit.
Maar wat leek te ontbreken, was een wandvullende ‘presentatiekaart’, zoals we die wel kennen van de oudere uitbreidingsplannen van Van Eesterens voorgangers Van Niftrik (1866, maar liefst 421x319 cm) en Kalff (1875, 170x175 cm). Die kolossale kaarten werden gebruikt om grootse plannen te presenteren aan het stadsbestuur.

Verstopt in torentje

In het kader van het digitaliseringsproces waarmee het Stadsarchief bezig is, werden (om ze in te scannen) eind 2008 alle ‘grote formaten’ die gemonteerd waren, tussen stokken opengerold. Het merendeel bleek niet beschreven te zijn. Als een soort kerstcadeautje werd in de namiddag van 24 december de laatste kaart (216 x 270 cm) opengerold. Deze bleek het AUP op een schaal van 1:10.000 te tonen.
Vermoedelijk behoort de kaart al decennialang tot de collectie van het Stadsarchief. Maar in archiefinstellingen worden kaarten tussen stokken vaak – ten onrechte – als een soort stiefkindje beschouwd en in een hoekje gestopt, waar ze soms tientallen jaren niet meer uitkomen. De reden is dat ze meestal onhandig groot en lastig uit te rollen zijn, en erg kwetsbaar. Dat ‘hoekje’ was in dit geval de zolder van het oude Gemeentearchief aan de Amsteldijk. Tot aan de verhuizing van 2007 naar de Vijzelstraat heeft de AUP-kaart, samen met de grootste andere stokkaarten, jarenlang opgerold en rechtop gestaan in het torentje dat het gebouw siert. Achteraf gezien is het onbegrijpelijk dat de kaart niet eerder herkend werd. Tot dat moment eind 2008 was het bestaan van de grote AUP-kaart onbekend. Als Vincent van Rossem bij zijn promotieonderzoek (1991) er vermeldingen over had gevonden, had hij er zonder twijfel over geschreven.
Het blijft vooralsnog gissen wat precies de functie van de kaart is geweest. Gezien het formaat van ruim twee bij bijna drie meter, zal ze beslist gebruikt zijn om groepen mensen het plan te tonen, zoals de leden van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Zij waren immers degenen die de financiën voor de getekende plannen op de stedelijke begroting beschikbaar moesten stellen. Te denken valt ook aan andere groepen geïnteresseerden: collega-architecten uit binnen- en buitenland, sociëteiten, projectontwikkelaars. Kortom, de kaart heeft beslist een voorlichtende, maar vermoedelijk ook een representatieve functie gehad.
Daarnaast is het voorstelbaar dat zij – mogelijk jarenlang – gehangen heeft in het kantoor Van Eesteren bij de Dienst Publieke Werken. De kaart blijkt niet meteen in de vergetelheid te zijn geraakt. Bij de recente restauratie werden bewijzen gevonden dat hij al eerder eens is opgeknapt, vermoedelijk eind jaren vijftig. Misschien wel voor een presentatie ter gelegenheid van de 25ste verjaardag van het AUP in 1960. (Welke lezer van Ons Amsterdam weet hier meer van?)

Groene stroken scheiden functies

Waarom was het Algemeen Uitbreidingsplan eigenlijk zo interessant? Ze was niet alleen van belang voor Amsterdam, maar markeerde ook een internationale tendens in de stadsontwikkeling. Naast zijn ambtelijke baan in Amsterdam, bekleedde Van Eesteren de prestigieuze positie van voorzitter van het Congrès International d’Architecture Moderne (CIAM). Onder zijn leiding werd tijdens het vierde CIAM-congres in 1933 een charter opgesteld waarin de scheiding van de functies wonen, werken, recreatie en verkeer in de stedelijke ontwikkeling centraal stond.
Die functies hebben op de AUP-kaart verschillende kleuren. De tinten rood staan voor wonen (nieuwbouw), tinten beige/bruin voor werken, tinten groen voor recreëren en de tinten geel voor de nieuw aan te leggen wegen. Interessant is dat op de kaart de groene stroken voor recreatie (bijvoorbeeld sportvelden en het Amsterdamse Bos) als lange vingers vanaf de stadsrand ver naar binnen steken en tegelijk de woon- en industriegebieden scheiden.
Een paar kleine onderdelen van het plan blijken niet te zijn uitgevoerd of net iets anders dan Van Eesteren had bedacht. De geplande begraafplaats in de Riekerpolder en enkele spoorbanen en een rangeerterrein kwamen er niet en een aantal havenbekkens kreeg een andere vorm.
Eenvoudig kon worden vastgesteld dat de topografische ondergrond van deze reuzenkaart gelijk is die van de kleinere. Alleen de schalen verschillen. De inkleuring (het plan zelf) kent echter wel – kleine – verschillen. De ondergrond die Van Eesteren koos lijkt erg op de in de jaren dertig gangbare kaartbladen die de Topografische Dienst (van Defensie) vervaardigde, maar is daaraan niet gelijk. Ook is er geen ons bekende kaart van Publieke Werken voor gebruikt.
Wel staat vast dat de topografische ondergrond een uitvergroting is van een kaart op een veel kleinere schaal van kort na 1930. Deze fotografische reproductie werd afgedrukt op papier dat lijkt op de bekende ‘stinkkopieën’ van omstreeks 1970. Er werden zes aansluitende opnamen gemaakt en vervolgens op een groot stuk linnen gemonteerd. Daarna werd het plan door medewerkers van Van Eesteren met gouacheverf op de montage geschilderd.

Gaatjes als geheugensteuntje

Bekijken we de kaart wat gedetailleerder, dan valt op dat hij vele honderden ‘prikgaatjes’ heeft. Daar zijn meerdere redenen voor te bedenken. Ten eerste dienden veel gaatjes als hulpmiddel bij het exact plaatsen van symbolen op de kaart. Het gaat niet alleen om de legendablokjes aan de rechterzijde, maar vooral om de kleurvlakken die een terugkerend (bijvoorbeeld blokjes-) patroon hebben. Op vaste afstanden werden prikgaatjes aangebracht, waarop de tekenaar die de beoogde strakke lijnen in zo’n vlak moest trekken, zich kon richten.
Andere gaatjes lijken te zijn aangebracht voor het maken van kopieën (op dezelfde schaal) van delen van de kaart. Zo is de kustlijn van het oostelijke IJ aan de noord- en zuidzijde geheel voorzien van gaatjes. Ook zijn er patronen van drie gaatjes vlak bij elkaar, die samen een driehoek vormen. Dat zijn de sporen van ouderwetse punaises, want die hadden vroeger drie pootjes. Goede kans dat Van Eesteren ‘ouderwetse geeltjes’ op de kaart prikte met instructies voor zijn tekenaars.
De laatste stap in het vervaardigingsproces was het bevestigen van stokken aan de boven- en onderzijde van de kaart. Zo kon zij vrijhangend worden getoond.
Bij het openrollen in december 2008 bleek de kaart in zeer slechte staat te verkeren. Er zaten gaten en scheuren in, ze was ‘gecraqueleerd’ en de stok aan de bovenzijde was voor ongeveer een kwart van de lengte losgescheurd. Bij het open- of dichtrollen stoven de papiersnippers in het rond. Ook zat er van boven naar beneden, over het midden van de kaart, een grote breuk in het papier. Die deelde de zes aan elkaar geplakte stukken papier waaruit het kaartbeeld oorspronkelijk bestond, weer in tweeën. Alleen dankzij de linnen drager viel het papier niet in tweeën uit elkaar.
Omdat de kaart van eminente historische betekenis is, werd een subsidie voor restauratie aangevraagd bij de Van Eesteren-Fluck & Van Lohuizen Stichting. Dankzij een snelle en genereuze toezegging konden al in april 2009 de voorbereidingen beginnen. Eerst werd een speciale brug op wieltjes gebouwd, die over de kaart kon worden gereden. Als de restauratrices hierop zaten, was het mogelijk ook in het midden van de kaart te werken.

Eindelijk weer te zien

Eerst werden de stokken verwijderd. Het kaartbeeld werd schoon gemaakt, de oude linnen drager verwijderd en gaten en scheuren met Japans papier aangevezeld. Begin september 2009 werd de hele kaart opnieuw gedoubleerd. Niet met linnen, maar met Japans papier, om de kaart nieuwe stevigheid te geven.
Tijdens de restauratie vielen de genoemde prikgaatjes voor het eerst op. Ook werd toen pas duidelijk dat de kaart al eerder een restauratie onderging, waarschijnlijk een halve eeuw geleden. Dat viel af te leiden uit een paar extra bijgeplakte stroken linnen, die duidelijk niet uit 1935 dateerden. Ook bleek dat delen van het blauw gekleurde water op de kaart met een iets lichter getinte verf waren overschilderd. Ook dit is kennelijk ná 1935 gebeurd.
In het hedendaagse restauratiegebruik worden beschadigingen aan het oude object niet meer geretoucheerd of bijgekleurd. Maar omdat het Japanse papier dat de gaten en scheuren in het oude papier dichtte, ook weer verwijderd kan worden (een restauratie dient altijd reversibel = omkeerbaar te zijn), is er weinig bezwaar om deze aanvezelingen een kleur te geven die lijkt op de omgeving. Daardoor springen ze minder in het oog en ontsataat een egaler beeld. De twee stokken zullen niet opnieuw aan de kaart bevestigd worden. Het risico van nieuwe scheuren is te groot. Vanzelfsprekend worden ze wel bewaard.
In het afgelopen acht maanden lag de AUP-kaart uitgerold op een grote tafel van de restauratieafdeling van het Stadsarchief Amsterdam. Tijdens het Open Monumentenweekend van 12 en 13 september (met het dagthema Monumenten op de Kaart), de laatste Landelijke Archievendag op 17 oktober en de laatste Museumnacht op 7 november, kon het publiek haar bekijken. De restauratrices lieten de Van Eesterenkaart aan enkele duizenden bezoekers zien en vertelden daarbij over hun werkproces.
Sinds midden december 2009 is het eindresultaat in de schatkamer van het Stadsarchief in volle glorie te bekijken. Tot eind januari 2010: daarna wordt de kaart opgerold en zal ze nog slechts bij hoge uitzondering te zien zijn. Want hoewel bijzonder vakkundig gerestaureerd, blijft de kaart een kwetsbaar object. Hoe dan ook: dankzij de restauratie is het behoud van deze historisch belangrijke kaart voor de komende decennia veiliggesteld.