De eerste ideeën voor het Rembrandtpark stonden al in het Algemeen Uitbreidingsplan van 1934, maar pas rond 1970 wordt de uitvoering ter hand genomen. Bij het ontwerp door Janneke Willemsen heeft de buurt een grote mate van inspraak. Het Wijkorgaan Slotervaart-Overtoomse Veld richt een aantal werkgroepen op en een daarvan stelt een bouwspeelplaats voor kinderen voor.

De samenwerkingspartners – het Wijkorgaan, de Gemeente en Stichting het Anker, een organisatie voor club- en buurthuiswerk – zijn het daar snel over eens, maar over de invulling verschillen de meningen. Het Wijkorgaan vindt dat opzichters de bouwspeelplaats moeten beheren, terwijl het Anker cultureel werkers wil. In een merkwaardige groepssollicitatie benoemt het Anker twee mannen, Theo van den Hove en Rob Aling, en stelt iedereen voor een voldongen feit – kennelijk met rugdekking door de Gemeente.

Hout, hamers en spijkers

Zo kan het gebeuren dat Van den Hove en Aling op 10 juli 1972 starten met het huttenbouwproject. Ze beschikken over twee kleine bouwketen die door Publieke Werken gebruikt zijn bij grondwerk in het park. De bomen op het terrein zijn pas goed een jaar daarvoor op Boomplantdag door zeshonderd kinderen van scholen in de buurt geplant. Terreinafscheiding ontbreekt en er is geen elektra, water, gas of telefoon. Toch komen er op die eerste dag al veertig kinderen, een aantal dat binnen twee dagen verdubbelt. Op koele, droge dagen in die zomer loopt het aantal bezoekertjes op tot honderdvijfentwintig.

Hutten bouwen is de spannendste activiteit. Hout, hamers en spijkers verstrekken Theo en Rob. Op het onafgescheiden terrein worden de hutten vaak 's nachts vernield. Niet zoals men verwacht door groepen oudere jongens uit de buurt, maar door eenlingen als ‘een doldrieste Maastrichtenaar’ die regelmatig ’s ochtends om een uur of zeven een aantal hutten komt slopen.

Vlotje varen, fikkies stoken en crossen op bromfietsen trekken ook de wat oudere jeugd. Na vijf weken is het voorgeschoten budget op, en stopt het werk noodgedwongen. De subsidiebeschikking komt pas een maand later en op 7 oktober is er een heropening. Hoewel gas, water en licht ook dan nog niet zijn aangesloten, zijn er die dag maar liefst 350 kinderen. In de maanden die volgen wordt er een sociëteitsruimte met bar en discohoek geknutseld, en een plek om aan brommers te sleutelen. Voor de kleintjes komt er een creativiteitsclub met vrijwilligster Loes Post.

Konijnen en cavia's

Die eerste decembermaand wordt ook een groot succes door de kerstbomenjacht. Afgedankte kerstbomen worden op het landje opgeslagen en bewaakt door een ‘leger’ van zo’n driehonderd jongens dat (zoals Theo en Rob aan de directie van Het Anker schrijven) ‘een voortreffelijke verdediging organiseert met tal van wallen en een knap bewakingsschema voor dag en nacht.’ De meisjes moeten het hongerige leger van voedsel voorzien.

In het voorjaar van 1973 komen er steeds meer dieren op het terrein. Leuk voor kinderen die thuis geen ruimte hebben om een huisdier te houden, maar hier wel een konijn of cavia kunnen knuffelen. Ook is er de Deense dog Drakan. Die ligt aan de lijn, maar wordt door onverlaten losgelaten. Hij grijpt de zesjarige Petra Buhrer Tavenier, die met haar zus die dag voor het eerst op het Landje is. Het kind wordt ernstig toegetakeld en moet naar het ziekenhuis. Maar ze laat zich niet afschrikken en blijft komen: als deelnemer, vrijwilliger, stagiair en nu al jaren als beheerder. Drakan houdt het minder lang vol: hij wordt nog dezelfde dag afgemaakt.

De tweede zomer begint met veel activiteiten. Op een avond in juli stookt een groepje kleinere kinderen een vuurtje, en gaat een van de keten onbedoeld in vlammen op. Er is er nog maar één beschikbaar, niettemin komen er tot vierhonderd kinderen per dag. Daarmee is het nut van het landje wel aangetoond, de gemeente zorgt dan ook tegen het eind van het jaar voor vier nieuwe, grotere gebouwen.

Het terrein wordt met een hek afgesloten, en omdat Rob nu zelf in een van de keten woont is het ook ’s nachts een stuk veiliger. Kort daarna is er budget om een derde medewerker aan te stellen, Piet de Bake, die tot zijn pensioen in 2016 op Het Landje blijft werken.

Eigen boot

Als zowel buurthuis het Anker als het Landje in 1975 door het Ministerie van CRM op de lijst van weg te bezuinigen voorzieningen wordt geplaatst, komt de buurt in verweer, want Slotervaart heeft verder niets. Met succes, want vanaf 1978 is er zelfs geld om een wisselwoning voor de beheerder te plaatsen.

Dat is ook het moment dat het team een beetje afstand neemt van de tamelijk anarchistische beginfase: ‘Onze nieuwe plannen hebben als hoofdkenmerk een meer georganiseerd karakter en iets minder vrijblijvendheid van zowel bezoekers als staf.’ Financieel blijft het altijd lastig om de zaak draaiende te houden.

Dat wordt mede veroorzaakt door de ambities van het team. Natuurlijk is het heel leuk om een eigen boot te hebben om uitstapjes te maken, maar de antieke Jacoba, een zogenaamde Katwijker van 24 meter met een even antieke Kromhoutmotor die van de sloper wordt gered, kost handenvol geld en soupeert het grootste deel van het activiteitenbudget op. Uiteindelijk belandt het schip toch op de sloop.

In 1979 en 1981 vertrekken de beide oprichters. Piet de Bake neemt het stokje over en wordt ondersteund door beheerdersechtpaar Jaap en Marga Blom en een reeks van stagiaires en vrijwilligers. Dat zijn vaak deelnemers die de leeftijd van veertien jaar bereiken en dan eigenlijk weg moeten. Door ze een taak te geven, kunnen ze toch blijven komen, en zij doen dat vaak vele jaren lang.

Problemen oplossen

Midden jaren tachtig komen de grote welzijnsorganisaties overeen om zich terug te trekken in dat deel van de stad waar ze de meeste activiteiten hebben. Voor het Anker is dat Noord. In Slotervaart is de voorloper van Impuls de grootste. Zij neemt daarom het Landje op 1 januari 1985 over van het Anker en houdt het tot op de dag van vandaag in stand.

Inmiddels wordt het Landje bezocht door de kinderen en kleinkinderen van de generatie die er in de beginjaren kwam. De bouwspeelplaats biedt ruimte voor avontuur in een spannende omgeving. Dat is goed voor kinderen, en volgens de oprichters ook goed voor de buurt, want: ‘Wij denken dat Het Landje een van de weinige plekken in onze buurten is waar daadwerkelijk iets aan de problemen wordt opgelost voordat kinderen stenen gaan gooien, politiebusjes omkeren, voorbijgangers molesteren etc.’

Zo’n vaart loopt het meestal niet met de jeugd, hoewel niet iedere deelnemer altijd op het rechte pad blijft. Maar nog altijd ontmoeten kinderen elkaar hier, ondanks verschillen in afkomst of achtergrond. En later bewaren ze de goede herinnering aan de tijd dat ze hier speelden.

Binnenkort verschijnt van Fred Martin Het Land van Avontuur. Een halve eeuw bouspeelplaats 't Landje. Stichting de Driekhoek. 132 blz., €24,90.

Header: Het Landje in 2016. Collectie Het Landje