"Ik was verslaggever, maar de toenmalige programmaleider meende dat ik genoeg van klassieke muziek en vooral van opera wist om eens per maand Piet te ontvangen in de studio. Hans van den Boom had hem een paar jaar daarvoor binnengehaald. (Toen nog bij voorganger Radio STAD). Zijn vrouw had ingebeld bij het programma De Klaaglijn omdat de Echo, het huis-aan-huisblad zo slecht werd bezorgd. En passant vertelde ze dat haar man zo’n bijzondere collectie operaplaten had. Daar zou hij best eens wat van willen draaien op de radio. Hans zocht hem op in zijn huis in de Lindenstraat en stond inderdaad versteld van de gigantische collectie die Piet in de loop de jaren had verzameld. Een jaar of drie, totdat hij naar de AVRO vertrok, heeft Hans op de zondagochtend met Piet platen gedraaid. Zijn opvolger gaf er al snel de brui aan. Toen kwam ik in beeld.

Piet imponeerde uiteraard met al die namen van stemmen uit een grijs verleden. Van een paar had ik gehoord, maar het merendeel was me volslagen onbekend. En dan al die belcanto-opera’s. Wist ik wel dat Donizetti meer dan zeventig opera’s had gecomponeerd?

Als een vis in het water

Piet had een (radio-)piratenverleden en kende geen spoor van microfoonangst. Hij voelde zich als een vis in het water als hij met de stemmen van het gouden tijdperk van het belcanto kon uitpakken. Tito Schipa, Beniamino Gigli, Toti dal Monte, Aureliano Pertile, Carlo Bergonzi, Giulietta Simionato, Giacomo Lauri-Volpi, Tito Gobbi, Alfredo Kraus, Martina Arroyo e tutti quanti, zal ik maar even voor het gemak zeggen. Ze stonden allemaal op elpees die Piet in een platenkoffer mee naar de studio nam. Aan de technicus gaf hij een handgeschreven briefje waar de tracks op stonden die hij wilde laten horen. Met een handgebaar gaf hij aan waar de technicus de passage moest faden.

Ik zat naast hem in de studio als aangever; aanvankelijk begreep hij niet zo goed waarom. We verzonnen aan het eind van het programma een spelletje voor de luisteraar en we noemden het Masterclass. We draaiden een stukje van een bekende aria, stopten onverhoeds en een luisteraar aan de telefoon, die zich vooraf had opgegeven, moest een klein stukje verder zingen. Deed hij of zij het goed, dan ging een cd-bon op de post.

Luisteraars en gastoptredens

Het programma kreeg na twee jaar een nieuwe wending toen we in de kantine van de studio aan de Sloterkade luisteraars gingen ontvangen. Die luisterden niet alleen naar de platen die Piet in de uitzending draaide. We nodigden operazangers uit, vaak uit de operaklas van het Conservatorium, om live aria’s en duetten te zingen. Voornamelijk waren dat stukken uit bekende Italiaanse opera’s, maar ook wel uit andere goed in het gehoor liggende opera’s. Wij zorgden voor een pianist waar de solisten vooraf mee konden repeteren. Het bijwonen van de uitzending was natuurlijk gratis. En de koffie kwam uit de automaat.

Het programma trok gestaag meer publiek. De sportredacteuren die een lange middag-uitzending aan het voorbereiden waren moesten zich af en toe door de menigte heenwurmen.

Naar Parijs

In december 1994 gingen Piet en ik met een touringcar naar Parijs. Samen met de fine fleur van de operajournalistiek in Nederland woonden we de lancering bij van de cd Die Lustige Witwe. Het was een productie van Deutsche Grammophon. John Elliot Gardiner voerde de Wiener Philharmoniker aan. In het peperdure restaurant Maxim’s werden stukken uit Lehar’s operette gezongen door Cheryl Studer (zie foto) en Boje Skovhus. Aan het tafeltje waar decennia daarvoor Aristoteles Onassis zijn schorseneren had genuttigd zat nu Opera Pietje.

Voorafgaand aan het diner vond de persconferentie plaats. ‘Yes, I know’ antwoordde de beleefde Gardiner op de vraag of hij het programma Opera Pietje kende. De reis vond zijn weerslag in de radiodocu ‘Ici Paris, Ici Opera Pietje’.

Eerbetoon

Toen Radio Noord-Holland televisie ging maken en ‘RTV’ werd moesten we verkassen. De studio werd ingrijpend verbouwd en voor programma’s met publiek was geen ruimte meer. Vanaf 1999 waren we te gast in het Zaantheater in Zaandam. Daar hebben we in de foyer, met uitzondering van de zomermaanden, iedere eerste zondag van de maand het programma Opera Pietje gemaakt. En iedere maand kwamen er zo’n 250 tot 300 bezoekers. Optredens van solisten werd afgewisseld door bijzondere opnamen uit de collectie van Piet. In 2005 vond de directeur dat enig eerbetoon voor Piet en het programma geen kwaad zou kunnen. Hij richtte zich in een brief tot het Provinciebestuur die prompt over de brug kwam met de Bronzen Erepenning van de Provincie Noord-Holland. De gedeputeerde voor Cultuur mevrouw Kruisinga kwam hiervoor persoonlijk naar het Zaantheater. Het eremetaal draagt de opdruk ‘Opera Pietje brengt de opera bij de mensen thuis.’ Daarna was het een kleine stap naar het Prins Bernhard Cultuurfonds. Op 7 juni 2007 reikte Koningin Beatrix op Paleis Noordeinde aan Piet de Zilveren Anjer uit. In haar laudatio zei Hare Majesteit: “U vertelt over operamuziek in een begrijpelijke taal, waardoor u een breed publiek bereikt. (…) En ik durf zomaar te beweren dat uw aanstekelijke enthousiasme de opera haar oorspronkelijke glans heeft teruggegeven.”

Dat was geen boude bewering. Tot maart 2013 heeft het programma bestaan. Toen was inmiddels een andere wind gaan waaien. De wind van de bezuinigingen. In een emotionele uitzending nam Piet afscheid van zijn luisteraars. Na 25 jaar was het voorbij. Het programma was verdwenen, maar het motto van Piet bleef: Van Opera Pietje geniet je!"

Zèlf deelde Opera Pietje in 2011 zijn herinnering aan Ons Amsterdam over de dropfabriek in de Vencofabriek in de Lindenstraat, waar hij naast woonde (en altijd zou wonen): lees dat artikel hier terug.

Header: Opera Pietje (rechts) en Stef Lokin (links) met de sopraan Cheryl Studer in Parijs.