De geboorte van Beatrix op 31 januari is aanleiding voor een nationale feestdag met alles wat daarbij hoort. Op 1 februari plant burgemeester De Vlugt een Oranjeboom bij het Leidsebosje. Het boompje is afkomstig uit het voormalig prinsdom Orange, een Franse streek waar de dynastie Oranje-Nassau en de titel Prins(es) van Oranje hun origine vinden. Het planten van een boom bij een geboorte, huwelijk of inhuldiging in de koninklijke familie is sinds 1874 een kleine traditie in Nederland. De Amsterdamse Oranjeboom voor Beatrix trekt ook na het planten nog veel bekijks. Het is het enige officiële onderdeel van de viering in Amsterdam en dat is wel spijtig, aldus het Algemeen Handelsblad.

Toch mag dat de pret niet drukken. Het regent niet, dus de straten staan vol. Vanuit de buitenwijken en ver daarbuiten, zelfs uit Groningen en Limburg, stromen mensen het stadscentrum in om de versieringen en etalages te bewonderen. De cafés en trams zitten stampvol en door de hele stad klinken nationale liederen. De Dam en het Damrak wemelen van de kraampjes en venters. Kortom, de sfeer is uitbundig en eensgezind. “Er werd zoo goed als geen wanklink gehoord, en een ieder, die den 1sten Februari in ’s lands hoofdstad meegemaakt heeft, zal tot de conclusie komen, dat de ware oranjegeest zich van een ieder had meester gemaakt,” vat het Algemeen Handelsblad samen.

Niet alleen in de hoofdstad heerst er vreugde. ‘Er is alom gejubeld, van den ochtend tot laat in den avond, hier en daar tot diep in den nacht,’ bericht de Telegraaf. In Amsterdam zeker. Om één uur ’s nachts komen de trams nog plaatsen tekort en pas om drie uur ’s nachts wordt met een gezamenlijk Wilhelmus de nacht afgesloten.