Knus omgeven door water, filmmuseum Eye, Tolhuistuin en de pontjes naar het centrum ligt de Van der Pekbuurt. Helemaal onbekend is dit kleine stukje Noord niet. Geregeld haalt het wijkje de kranten met (geruzie over) renovatieplannen of de nieuwe Pekmarkt. Maar menige Amsterdammer heeft hier nog nooit een voet gezet. Ten onrechte. Wij gaan op verkenningstocht!

Als het Buiksloterveer de noordoever van het IJ heeft bereikt, zien we noordwaarts lopend over de Buiksloterweg en de Ranonkelkade al snel het halfronde Van der Pekplein voor ons: de monumentale entree van de buurt en tevens het begin van de Van der Pekstraat, de centrale allee. Alle andere straten en pleinen hier heten naar bloemen, maar dit plein, de hoofdstraat en de buurt als geheel zijn vernoemd naar architect Jan Ernst van der Pek (1865-1919). Hij ontwierp behalve het grondplan voor de hele buurt, ook bijna alle huizen. Van der Pek was een idealist, die zich al vroeg druk maakte voor betere arbeiderswoningen. Zijn nauwe samenwerking met de sociaal bewogen woningopzichteres Louise Went leidde in 1901 tot een huwelijk. Zij had goed zicht had op de woonwensen van arbeidersgezinnen.
De Woningwet van 1901 gaf de gemeente een nadrukkelijke verantwoordelijkheid voor de volkshuisvesting. Het stadsbestuur van Amsterdam wist Van der Pek te vinden en was net als hij gecharmeerd van de Engelse 'tuindorpgedachte': arbeiders laten wonen op gepaste afstand van hun smerige werkplekken in bescheiden, maar smaakvolle huizen met behoorlijk wat groen erom heen. De Van der Pekbuurt is minder tuinerig dan de latere tuindorpen. Tamelijk dorps is het hier wel, door de kleine, charmante huizen en de intieme sfeer in de gebogen straatjes.
De buurt is geen bijzonder "architectonisch spektakel" (Bureau Monumenten en Archeologie in 2014), maar wel geslaagd als 'ensemble', met overal terugkerende elementen, zoals de banden van geglazuurde gele baksteen die de wanden van rode baksteen onderbreken, de dubbele puntgevels, de zadeldaken en de uitspringende portieken en erkers. Helemaal volgens Van der Peks ideaal: simpel (dus niet duur), toch aantrekkelijk. In 1917 begon de bouw. Van der Pek maakte de voltooiing in 1923 niet meer mee. Hij stierf in maart 1919 aan een hartaanval. Louise van der Pek-Went zou hem 32 jaar overleven.

Bel stuk

Het Van der Pekplein, langzaamaan verloederd tot een desolate wildernis, is in 2013 prachtig opgeknapt en visueel weer een eenheid geworden, met enige allure, net als een eeuw geleden. Het was en is de poort van de buurt, dus zijn de huizen wat hoger. Aan de grote ramen is te zien dat hier vroeger winkels waren. In de jaren twintig werden er 's zomers vaak openluchtconcerten gegeven. Rechts op nummer 2 zit sinds 2014 Il Pecorino, een Italiaanse brasserie en delicatessenzaak. Hier was van 1959 tot 1985 het Leeghwater Lyceum te vinden, een afsplitsing van het Ir. Lelylyceum op de Keizersgracht. Onder de naam Bredero College staat de school nu op het Buikslotermeerplein.
Over de vorig jaar autovrij gemaakte brede middenberm gaan wij de Van der Pekstraat in. De eerste rij huizen rechts ziet er redelijk afgeleefd uit. Vanaf de jaren zeventig ging de buurt snel achteruit. Woningbedrijf Amsterdam en rechtsopvolger Ymere deden nauwelijks aan onderhoud. Oorspronkelijke bewoners trokken weg, straatarme 'gastarbeiders' namen hun plaats in, evenals drugsverslaafden en -dealers, weggejaagd uit de binnenstad. Rond 1995 had de politie het hier nog razend druk met autodiefstallen en wietplantages.
In Zo dicht bij Amsterdam, Jan Donkers' bestseller over Noord uit 1996, laat de auteur nieuwkomer Nusfad vanaf de pont de Van der Pekstraat binnenlopen. "Hoe heten de Amsterdammers? Hij kijkt naar de naambordjes op de deuren. Ruggin, Elkzouki, Baali, hij proeft de klanken langzaam in zijn mond: hoe eerder hij vertrouwd is met de taal van zijn nieuwe land, hoe beter! Veel mensen heten er 'Bel stuk' in dit deel van de stad. Op één deur leest hij zelfs: 'Bel stuk. Met de brievenbus klepperen' en hij is onder de indruk: dat moet wel een belangrijk man zijn."

Meer Ons Amsterdam? Meld je aan als abonnee!

Gewild

De buurt werd in 2008 officieel tot 'Vogelaarwijk' (achterstandswijk) verklaard. Woningcorporatie Ymere kon er niet meer omheen: er moest wat gebeuren. Dan ook maar meteen krachtdadig en lucratief. Weg met de armoe uit de buurt! Ymere wilde zo veel mogelijk woningen slopen voor nieuwbouw in de oude stijl (maar groter) en die duur verkopen aan yupperige starters. Hippe winkeltjes en trendy horeca moesten de buurt gaan opfleuren. Die aanpak viel niet goed bij een stevig deel van de buurtbewoners, traditioneel erg gehecht aan hun eigen wijk.
Naarmate het tumult aanzwol, toonde stadsdeel Noord steeds meer begrip voor de onvrede. Ymere ging begin 2014 deels overslag, om in ieder geval te kunnen starten met de buurtaanpak. Het zuidelijkste en architectonisch het mooiste deel wordt niet gesloopt, maar 'hoogwaardig gerenoveerd'. De rest krijg een 'kleine beurt' in afwachting van een definitief besluit over de toekomst – waarbij Ymere sloop nog allesbehalve uitsluit. Nieuwe, grotere huizen leveren nu eenmaal meer op. In de geest van de tijd is besloten dat het percentage sociale huurwoningen omlaag moet van ca. 90% naar 60%. In die verbeterde 'woningwetwoningen' gaat de huur omhoog.
Oorspronkelijk was dit een tamelijk gewilde buurt voor 'betere arbeiders' en lagere gemeenteambtenaren die van buiten naar de hoofdstad kwamen. En iemand als de importonderwijzer Koos Vorrink, die al snel leider werd van de socialistische jeugdorganisatie AJC (en later de SDAP en de PvdA). Hij woonde van 1919 tot 1927 op Van der Pekstraat 11-boven; dochter Irene Vorrink (de latere wethouder en minister) bracht hier haar jongste jaren door. Aan de overkant van de Anemoonstraat begint het 'voorbeeldblok' van Ymere. Het is al gerenoveerd en ja, dat is te zien.

Zzp'ers

Rechts ligt de Oleanderstraat. Op 33 is een bread & breakfast. Sinds een paar jaar zijn er meer in de buurt, op initiatief van Ymere, om toeristen naar Noord te lokken. Architect Van der Pek gaf de straat oostwaarts uitzicht op een dubbele puntgevel in de Begoniastraat, met een ronde poort eronder. In de Begoniastraat staan recht voor ons in de Jasmijnstraat de huizen in de steigers. Binnen gesloopt, worden ze te koop aangeboden als cascowoningen.
Op het Meidoornplein lopen we via een paadje linksaf het plantsoen in naar het vrijstaande huisje met oranje pannendak, ontworpen als Openbare Leeszaal en in die functie tot in de jaren zestig. (Hier leende Jan Donkers rond 1950 zijn eerste boek: Fulco de minstreel.) Daarna was het een ouderencentrum, in de jaren negentig een Marokkaans jongerencentrum en sinds 2013) het ondernemershuis Crataegus, waar zzp'ers voor een laag maandbedrag werken en vergaderen. Op netwerkavonden koken dames uit de buurt Surinaams voor de ondernemers, onder wie journalisten, wetenschappelijk onderzoekers en websitebouwers.
Langs de westwand van het plein (nu in de steigers voor een 'kleine beurt') keren we terug naar de Jasmijnstraat en daar rechtdoor richting de Van der Pekstraat. Voorbij de Sleutelbloemstraat (rechts) kijken we eerst even het tuinpaadje in. De meeste toegangen tot de achtertuinen zijn sinds de junkieoverlast van weleer afgesloten door hoge en vaak ondoorzichtige hekken. Deze nog niet. Aan de achtergevels van de Van der Pekstraat hangt een rij satellietschotels, afgestemd op verre tv-zenders. Anders dan gemiddeld in het stadsdeel Noord is de helft van de bewoners in de Van der Pekbuurt van niet-westerse origine.

Bommen

Even verderop in de Van der Pekstraat (rechtaf) zijn aan beide kanten de huizen hoger dan de rest. Hier situeerde architect Van der Pek de winkels en algemene voorzieningen. Op de plaats van Servicepunt Van der Pek (nr. 47-49) was vóór de oorlog een postkantoor. Dit blok is het spiegelbeeld van de overkant. Niet wijst er meer op dat de huizen van 47 tot en met 61 in juli 1943 werd weggebombardeerd – door de Amerikanen, die de iets noordelijker gelegen Fordfabrieken wilden treffen, waar oorlogsmaterieel voor de Duitsers werd gemaakt. Mikken bleek moeilijk door de grote vlieghoogte en de zware bewolking. Niet Fokker werd geraakt, maar de Van der Pekbuurt (ook de Sint-Ritakerk, nu bibliotheek op het Hagedoornplein) en het westelijke deel van de Vogelbuurt (lees ook blz. 38-39). Er vielen meer dan 200 doden. Jaarlijks op 17 juli wordt dit op begraafplaats De Nieuwe Noorder herdacht.
Op nr. 59-61 (waar in de jaren dertig schoenen werden verkocht) vinden we een van de nieuwe buurtwinkels: boekhandel Over het water. Achter de toonbank staat eigenaresse Lot Douze, herkenbaar aan haar bril en warrige bruine haar. Met crowdfunding wist ze in 2013 de winkel te openen. Om de kaften van sommige boeken zitten briefjes met aanbevelingen van klanten of Douze zelf. Zo schreef het meisje Lucie in blokletters over het kookboek Plenty: "Bijna alles wat mijn moeder hieruit kookt is lekker. Zelfs mijn lievelingseten komt eruit!".
Op woensdag, vrijdag en zaterdag vinden we hier sinds oktober 2014 de Pekmarkt. Vooral de biologische markt op vrijdag is populair. De Pekmarkt vervangt de voormalige Mosveldmarkt, sinds 1920 een begrip in Noord, en moet de buurt hipper maken en volk uit de welgestelde nieuwe wijk Overhoeks trekken.

Winkeltjes

Gloednieuw is ook de lunchroom SmaaQt op 79-hs. Begin dit jaar zat hier nog Taksim Sportcafé, vooral in trek bij allochtone buurtbewoners. SmaaQt is vooral bedoeld voor 'nieuwe stedelingen', oftewel nieuwe Amsterdammers van Nederlandse geboorte. Hun aandeel stijgt hier sneller dan elders in Noord (nu zo'n 20%), maar vreemd genoeg daalt de gemiddelde armoede niet: ruim 30% heeft een minimuminkomen.
Café Oud-Noord (huisnummer 83-85) bedient de doorsnee Noorderling. Hier komen veel geblondeerde dames en treden semibekende volkszangers op. In de jaren twintig werden op deze plek Germaan Rijwielen ('Het meest volmaakte Hollandsche rijwiel') verkocht en in 1970 opende Bert Kramer er zijn meubelzaak.
De buurtbevolking is tamelijk jong, maar telt relatief weinig gezinnen. Kinderboekhandel Spinzi op nr. 101, eind 2012 geopend, gaf het in 2014 op. Er verdwenen wel meer trendy winkels. Volgens de Huurdersvereniging Van der Pekbuurt hebben de bewoners eigenlijk ook meer aan een drogist, een warme bakker en een fietsenmaker. Het zint het de activisten niet dat Ymere in afwachting van eventuele sloop leeggekomen woonhuizen tijdelijk vult met winkeltjes in kunstzinnige prullaria of ateliertjes voor onduidelijke textiele kunst: zo blijf de woningnood in stand.
De Pekmarkt loopt tot het einde van de straat, maar we slaan eerder linksaf de smalle Lavendelstraat in. Die loopt uit op het charmante Lupineplein. Vandaag zitten er groepjes buitenlandse mannen de dag door te nemen. Net als op het Meidoornplein werden hier vroeger veel openluchtconcerten gehouden en ook (vooral door de communisten) grote openbare vergaderingen. In 1935 stuitte een groepje NSB'rs die in Noord propaganda kwamen maken op ruim 200 antifascisten en kozen bont en blauw het hazenpad. De Van der Pekbuurt was altijd een linkse buurt.

Vierkantemeterprijs

Tijd om terug te gaan naar de pont. De Lavendelstraat komt uit op de Ranonkelkade, waar we linksaf IJwaarts gaan. Voorbij de Grasweg torent aan de overkant van het Buiksloterkanaal de dure nieuwe wijk Overhoeks hoog achter een nog met huizen te bebouwen zandvlakte op. Overhoeks kreeg bewust geen winkels, in de hoop dat de bewoners hun volle beurzen in de Van der Pekbuurt komen legen en arm en rijk zich harmonieus gaan mengen. We zullen zien. De vierkantemeterprijs ligt er tussen de € 4000,- en € 5000,-, vergelijkbaar met de grachtengordel en Zuid. Zoveel grandeur heeft de bijna 100-jarige Van der Pekbuurt nog niet.