Het was op een terras, merkwaardig genoeg, dat we het over terrassen kregen. Het terras in kwestie hoorde bij l'Entrepôt, een mooie kroeg op de hoek van de Rue de Ménilmontant en de Rue Boyer in Parijs. Als u toch in Parijs bent en op die hoek nooit geweest bent, moet u er toch eens gaan kijken.

Het is de hoek van een lommerrijk pleintje dat ongemerkt haast overgaat in een parkje, dat opgesierd wordt door een rij wonderlijke torenachtige bouwsels die eruitzien of ze op een dag dat ze er zin hadden, neergezet zijn door een stel vriendelijke aliens. Nadere studie leert dat het om de luchtkokers gaat van de petite ceinture, een treintje dat eens door Parijs reed en hier onder de grond dook.

Vanaf het terras van l'Entrepôt zie je waar het treintje zijn duik maakte en als je de blik richting park verlegt, staat daar zo’n heerlijke draaimolen waar de Parijse kinderen eindeloos hun rondjes in draaien. De hele zaak ligt wel op een heuvel, dus mocht u het erop wagen, zorg dan dat je daalt – neem als je stijgt de bus, want het is een helse klim.

In de avond is het pleintje één groot terras, zoals heel Parijs zolang ik me herinner eigenlijk een groot terras is. Hoe anders was dat in het Amsterdam van mijn jeugd. 'Waren er eigenlijk wel terrassen?' vroeg mijn geliefde. Het lijstje dat na lang nadenken tot stand kwam, was kort: Americain aan het Leidseplein, Lido aan de Singelgracht, het Noord-Zuid Hollands koffiehuis bij het Centraal en het Blauwe Theehuis in het Vondelpark.

Dat was het wel zo'n beetje. Misschien dat er op het Rembrandtplein terrassen waren, maar daar kwam je niet als Amsterdammer. Café's waren nog om te drinken in die dagen, en dat deed je binnen. Het idee alleen al dat de Pieper of de Engelse Reet, de Cotton Club of Emmelot een terras zouden hebben, bespottelijk! Maar we hebben het zien veranderen. Ik heb zelf nog eens een steentje bijgedragen door op een mooie lentedag bij de Zeevaart aan de Oudezijds Achter een stoel buiten te zetten, dit tot grote schik van de uitbater.

Inmiddels is Amsterdam net als Parijs één groot terras. En vraag niet hoe het kan, maar die terrassen zitten zomer en winter vol, zodat je waar je ook gaat of staat altijd geroezemoes hoort. Onlangs zat ik op een terras aan de Erasmusgracht, waar ik uitkeek op mijn oude buurtje. Wat helemaal niet kan natuurlijk, want in dat buurtje waren geen café's, laat staan terrassen. Het kon niet, maar toch was het zo.