“De Herengracht is natuurlijk de mooiste van de drie. Daar woonden de bestuurders van de stad. De keizer was ver weg en de Prins van Oranje vonden de Amsterdamse heren weer minder chic dan zichzelf”, vertelt de 47-jarige Yoeri Albrecht. Als directeur van De Balie, journalist en bestuurlijk adviseur heeft hij ook wel een vinger in de Amsterdamse pap te roeren en woont hij dus niet geheel onterecht aan deze voorname gracht.

Het 17de-eeuwse plan voor de uitbreiding van de binnenstad was en is volgens hem geniaal

Het 17de-eeuwse plan voor de uitbreiding van de binnenstad was en is volgens hem geniaal. “Dit is de eerste stad ter wereld met bomen voor de deur en tuinen achter de huizen.” Het is bijna niet voor te stellen dat er in een niet eens zo ver verleden plannen lagen voor doorbraken binnen de grachtengordel. De panden in de Herenstraat waar we nu op uitkijken, waren in zijn jonge jaren totaal vervallen, herinnert Albrecht zich nog.

“Scheefgezakt, gestut met een houten skelet of dichtgetimmerd met planken. Sommige huizen misten een bovenverdieping. Ik kwam hier veel met mijn vader, die in verschillende stichtingen zat om de Amsterdamse binnenstad voor verdere verpaupering te behoeden.”

Precies op deze brug tegenover de huidige Brasserie Bâton stond hij samen met zijn vader te kijken naar de restauratiewerkzaamheden op nummer 82. Een jochie van vijf met een bruine muts met pompoen op zijn hoofd. “Ik was gefascineerd door de hoogwerker die kant en klare badkamers in de huizen tilde.”

Inmiddels vormt de gerestaureerde grachtengordel volgens Albrecht de motor achter de Amsterdamse economie. “Ook al heb je er niks mee, deze historische panden leveren meer geld op dan een uit de grond gestampt kantorencomplex in de Bijlmer. Kijk hoe populair de Negen Straatjes zijn. Klein huisje, klein winkeltje. Allemaal verschillend.

Als je de oude rooilijnen niet verstoort, verstoor je het weefsel van de stad niet. Het gaat om die diversiteit. Op de een of andere manier is onze samenleving niet meer in staat toe te laten dat ieder kaveltje anders is, terwijl het de oplossing is voor veel problemen.”

Gouden zon

De wekker van Albrecht gaat meestal om half acht, wat aan de krappe kant is. Zeker als je behalve je kinderen ook twee grote Sinterklaassurprises naar school moet brengen, zoals vandaag. Eerder opstaan na een lange debatavond lukt nu eenmaal niet. Over zijn fietsrit naar De Balie doet hij hooguit acht minuten als hij doorfietst, maar liever doet hij het iets rustiger aan, zodat hij kan kijken.

“Dit rode pand op nummer 150 daar word ik ’s ochtends zo vrolijk van. Die gouden zon als gevelsteen en die mooie tuin voor de deur. Alsof je door een boek fietst.” Op de hoek zit een andere favoriet: het Huis Bartolotti gebouwd door een rijke bankier in de 17de eeuw. Mijn zus heeft hier in het voormalige theaterinstituut nog dramaturgie en Nederlands gestudeerd.

Nu is het dicht, een ongelofelijke misser. Dit pand is gewoon verpatst en het hele instituut is verdwenen.” Vlak voor de Gouden Bocht valt zijn oog altijd op de vier Cromhouthuizen, waar het Bijbels museum in gevestigd is. “Helemaal gebouwd van natuursteen.” En verderop het krullerige gebouw van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. “Namaak-renaissance. Kitsch, maar wel prachtig.”

Yoeri Albrecht groeide op in Zuid als jongste in een gezin van vijf. Geen verkrotting en stoepen breed genoeg om buiten te spelen met leeftijdgenoten. Maar ondanks de geborgenheid van het veilige Zuid ontging de kleine Yoeri het grootstedelijke tumult niet. Hij herinnert zich de hippies in het Vondelpark, waar zijn kleuterschool aan lag. “Als wij dan rond een uur of half twaalf hand in hand naar het zandbakje liepen, werden de hippies net wakker. Honderden, velden vol. Slaperig of stoned gaapten ze ons aan. Mijn juf vond het maar niks. ‘Doorlopen’, zei ze, ‘niet staan kijken.’”

Patatje scoren

Waar zijn gedrevenheid vandaan komt? Hij weet het niet, maar met een vader die zich inzette voor stadsherstel en een Nieuwmarktactivist als broer, zat het met zijn stedelijke betrokkenheid wel goed. “Een rechtvaardigheidsgevoel heb ik eigenlijk altijd wel gehad. Ik vind het eerder wonderlijk dat anderen het niet hebben.”

We slaan rechtsaf over de Leidsegracht. Hoe meer we het Leidseplein naderen, hoe ruiger de tijdreis wordt. We belandden in de donkere jaren tachtig. Een patatje scoren bij snackbar Barbarella in de Korte Leidsedwarsstraat met medescholieren, je naam op een bushokje of lantaarnpaal schrijven, kraakpanden waar het vuil de trappen afkroop, graffiti op de muren. (In mei 1981 halen de latere Heineken-ontvoerders Cor van Hout en Willem Holleeder de krant als ze krakers uit een pand aan de Leidsegracht slaan.)

“Er werd ongelofelijk gevochten in de stad. Ik stond er altijd met mijn neus bovenop. Waarom weet ik ook niet. Als er krakersrellen waren, hoorden we dat aan de helikopters boven de stad. Ik spijbelde dan. We klommen in lantaarnpalen en zagen hele legers daar vechten. Er werden gewoon mensen in elkaar getrapt. Ik vocht niet mee, maar observeerde. Later werd ik journalist.”

Op het Leidseplein is het volgens Albrecht altijd al een chaos is geweest: de plek bewijst dat Nederlanders geen pleinen kunnen maken. “Hoe het hier vormgegeven is, dat geloof je toch niet. Alleen al de verschillende soorten lantaarnpalen die er staan.

De Leidsestraat is ooit aangelegd als een mooie as, maar verworden tot soort koopgoot zonder stoepen.” Zijn verklaring is dat Nederlanders enorme pragmatici zijn, weinig bezig met schoonheid. “Aan de andere kant: waar in Europa heb je een plein waar lage en hoge cultuur naast elkaar liggen? Om elf uur ’s avonds komen de intellectuelen de schouwburg uit en om drie uur ’s nachts gaat heel Purmerend hier uit.”

Blowen in De Balie

Albrecht kende De Balie al toen het gekraakt was. “We kropen door een gat in de muur en zaten daar te blowen.” Wist hij veel dat dit ooit zijn toekomstige werkplek zou worden. “Het plein is ongelofelijk divers en ik wil dat De Balie dat ook is. Rechtse mensen zijn boos als je linkse mensen uitnodigt en omgekeerd.

Maar daar is De Balie juist voor. ‘U wenst dus dat ik alleen maar mensen opstel die het met u eens zijn?’, vraag ik dan. Een onbegrijpelijke mentaliteit.” De tijd is voorbij dat hij voorstander was van snelle bestuurswisselingen. “Ik zie de Balie als een mooie oude auto waarvan het chroom weer blinkt. Ik wil nu nog weten hoe hárd hij kan rijden en waar hij uit de bocht vliegt. Het leiden van een culturele vrijplaats moet je echt in je vingers krijgen. Ik wil iets zorgvuldig opbouwen.”

Of het vanavond weer na twaalven wordt? Hij checkt de agenda op zijn telefoon. “Elke dag is vaak totaal anders, maar zeven uur thuis vandaag is wel haalbaar.”

YOERI ALBRECHT (Amsterdam, 1967)
Is directeur van De Balie, journalist en voorzitter van de Vereniging Veronica (eigenaar ANP en mede-eigenaar NRC). Was Hoofdredacteur van het mensenrechtenmagazine Wordt Vervolgd. Demonstreerde in 1989 in Praag mee tegen de communistische machthebbers. Woonde anderhalf jaar in Italië, maar miste de Amsterdamse culturele levendigheid.

Banner foto: Door Jan Zappner / re:publica from Germany - re:publica 19 - Day 1, CC BY-SA 2.0,