Boussaid heeft een scherp oog voor zijn omgeving, stedenbouw en architectuur. We staan stil op het Osdorpplein, toonbeeld van wederopbouwarchitectuur én nieuwe hoogbouwblokken. Het plein is niet mooi, volgens Boussaid (‘alles tien, vijftien hoog, rechttoe-rechtaan’), maar het functioneert wel.

‘Het is gek hoe conservatief wij onze stad benaderen. Amsterdammers zitten nog veel te vast aan dat idee van de oude stad als het enige centrum. Het lukt het ons maar niet om uit die kernwaarde van de “gouden eeuw” te stappen, dat al het toerisme naar het museumkwartier moet, naar de grachten.’

‘Waarom zijn Berlijn of Barcelona zo geweldig interessant? Omdat die allemaal aparte stadskernen hebben, met een eigen aanbod. Echt niet allemaal hoogstaand, maar er is een vibe waarvan men zegt: daar moet je naartoe, dat is te gek! In dat oudere blok daar zit bijvoorbeeld het Citiez Hotel, dat loopt als de brandweer. Ik weet zeker: als jij als 21-jarige jongeman uit Brussel met een multiculturele achtergrond met je vrienden op bezoek naar Amsterdam komt, dan ga je ook in Tussen Meer je kopje koffie halen. Dan herken je hier een soort Europese jongerencultuur.’

Wij drinken koffie bij Coffee Blends, op Tussen Meer. De buurt heeft ook een wat mindere reputatie, toch? Relletjes tijdens het WK voetbal?

Boussaid is er ferm over: Dat is ook beeldvorming. Je hebt een grote groep mensen die gewoon feest viert en een kleine groep die het op een gegeven moment wil verpesten. Wij hadden prachtige avonden in de Meervaart met de wedstrijden op een groot scherm, ik heb meer gezelligheid en trots gezien dan rellen en agressie.’

‘Kijk, vanuit een mondiaal perspectief kun je Nieuw-West moeilijk als een getto kenmerken. Maar de ruimte bepaalt hoe je je gedraagt. Dit waren ooit slaapsteden. Daar was weinig te doen. Geen voorzieningen. Wat ga je dan doen? Rotzooien. Als je rotzooit in een gebied waar veel sociale controle is omdat woningen dicht op elkaar zitten, dan houden mensen elkaar goed in de gaten. De tragiek van dit gebied is dus dat er eigenlijk te veel publieke ruimte is, en een gebrek aan functies ín die ruimte. Dan wordt het verstoppen van je rare gedrag makkelijk. Het wordt door niemand afgestraft.’

‘Het grappige is: ik ben opgegroeid in Zuid, in de Schinkelbuurt, in een tijd dat die oudere wijken binnen de ring helemaal niet zo goed waren. Ik woon nu in Bos en Lommer, ik heb nog steeds grote liefde voor de oudere bouw, dat meer op-elkaar-gepakte. Die dichtheid is belangrijk.’

We lopen door het smalle Stadspark Osdorp. Boussaid snijdt het punt over ruimte nog eens aan: ‘Groen is geen toverwoord. Groen wordt niet door iedereen geapprecieerd, als het bijvoorbeeld een groene zone is met alleen maar steen eromheen, of een bos waar je als jonge vrouw niet doorheen durft te fietsen’

‘Is dit nou een goed park? Dat enorme hek maakt er een soort fort van. Het ziet er netjes uit, maar werkt het ook? Het is zo rechttoe-rechtaan bedacht: er is geld, we maken een park, we zetten er een paar kunstwerken in, dat is het dan. Dat muziekpodium daar, daar heb ik nog nooit een concert gezien. Ga naar het Rembrandtpark, daar zie je veel meer.’

Yassine Boussaid is van huis uit politicoloog en historicus. De route naar cultuur sprak niet vanzelf. ‘Ik wilde niet bij een ministerie in Den Haag werken, of in Brussel waar politicologen meestal terecht komen. Ik wilde graag iets ín de stad doen. Ik ben gaan werken voor de Gemeente, voor het programma Koers Nieuw West, gericht op de stedelijke transitie van de wijk. Daar was geld voor sport, educatie, economie en cultuur. Mijn opdracht was het verbinden van de lokale betekenis van kunst en cultuur met internationale programma’s die door Europa werden betaald.’
‘Het culturele aspect ging kriebelen; ik wilde meer de culturele praktijk in. Ik had een vriend met wie ik voetbalde en die zat regelmatig met een vioolkist in de kleedkamer. Die vertelde dat hij de klassieke muziek van Andalusië speelde, dat vond ik te gek. Hij bleek een keer op te treden in de Engelenbak. Toen stelde ik hem een van de domste vragen die ik ooit gesteld heb: Kan ik mijn ouders meenemen? Alsof zij niet ook “cultuur” konden consumeren.’

‘Ik zag mijn ouders daar, ze hielden elkaars hand vast en zongen mee op gedichten van het Iberisch schiereiland die tien eeuwen oud zijn, waar veel mensen met Marokkaanse roots hun identiteit aan verlenen. En ik dacht: dit kan mijn roeping worden, repertoire toevoegen aan het Amsterdamse bestel, het Nederlandse bestel. Amsterdamse burgemeesters hebben het wel eens met trots over de 180 nationaliteiten in de stad. Dat interesseert me niet: je zou het moeten hebben over de 1000 culturen die hier zijn – en die omarmen.’

Inmiddels is Boussaid al vier jaar directeur van de Meervaart, de jongste ooit, en de eerste met een migratieachtergrond. Is die achtergrond eigenlijk belangrijk?
Hij moet erom glimlachen. ‘Ik ben in Amsterdam geboren, ik heb een Nederlands paspoort, ik heb altijd hier gewerkt, en toch zou ik een outsider zijn? Mijn voorganger Andreas Fleischmann heeft een Duits paspoort, is opgegroeid in Schiedam, en die wordt dan als insider gezien. Het is maar hoe je naar de wereld kijkt. Ik denk dat er nog veel mensen zijn die met een soort kleurenbril rondlopen, die het allemaal heel spannend vinden. Maar we maken het onszelf wel onnodig moeilijk zo.’

Wat is de Meervaart voor theater?

Boussaid: ‘We gebruiken het woord “theater” al niet meer. We schamen ons niet voor dat woord, maar we zijn een gemeenschapshuis. Dat betekent dat we op alle mogelijke manieren contact leggen tussen kunst, cultuur en de gemeenschap, de mensen die hier wonen. De Meervaart is een podium voor “leren, maken en presenteren”.’

‘Het leren is de kennismaking, met scholen, in educatieve trajecten, met kunstenaars die een bepaald verhaal willen vertellen. We worden warm van voorstellingen waar vernieuwing in zit, verdieping, iets waar je een beetje extra alert op moet zijn. We bieden ruimte om repertoire te ontwikkelen.’

Boussaid is optimistisch over Nieuw-West, maar het bouwen aan een gemeenschap gaat niet vanzelf. ‘Er is heel erg op dit werk bezuinigd. De tragiek van dit alles is dat als je het afzet tegen de begroting van de gemeente, dan kost het eigenlijk niks, minder dan één korreltje in een suikerzakje. Ik vind dat de overheid echt die verantwoordelijkheid moet pakken.’

‘De stad loopt voorop bij het binnenhalen van bedrijven uit het buitenland. Amsterdam is een relatief goede plek, goedkoper voor je personeel dan Londen en Parijs. Die migranten wonen ook hier in Nieuw-West, en masse in de nieuwbouw. Maar ze dragen weinig bij, niet aan de buurt, niet aan de stad. Ik vind dat de stad daar echt winst moet wegpeuteren, zorgen dat het voor een deel teruggaat naar sport, educatie, cultuur, en veiligheid.’

We eindigen de route aan de zuidwesthoek van de Sloterplas, tussen de bomen, waar de nieuwe Meervaart moet komen. Wat betekent de nieuwbouw voor het beschermd stadsgezicht dat de Sloterplas wil zijn?

‘Ik houd óók van de Sloterplas. En ja, er moeten bomen voor weg, maar het is niet alsof het oerwoud van Sumatra ervoor moet verdwijnen. De Sloterplas verdient een gebouw met culturele en maatschappelijke betekenis voor iedereen. Er wordt een gebouw neergezet dat niet boven die bomen uit zal komen, dat zich verhoudt tot de omgeving, met extra aandacht voor groen en de Sloterplas als kernwaarde.’

‘En kijk nog eens goed. Dan zie je hoe de bebouwing rond de plas met zijn rug naar het water staat. Kijk naar die twee enorme galerijflats die hier staan, de lelijkste in het hele gebied, daar word je niet blij van. Zeker, de Sloterplas was ooit bedoeld voor de recreatie van de arbeider, maar dan wel op een bepaalde manier, in stilte in een donkere strip onder bomen, waar je nu eigenlijk alleen met een hele grote hond doorheen gaat.’

Achter de plannen voor het nieuwe gebouw zat de nodige druk van het College van B&W. Er was nogal wat ergernis over de besluitvorming.

‘Ja, maar worden veranderingen niet altijd van boven opgelegd? Mensen komen naar een inspraakavond en zeggen dan tegen de wethouder: er wordt niet naar ons geluisterd. Maar wat zijn eigenlijk de spelregels van het participeren? Participatie betekent niet: meebeslissen en bepalen. De wethouder komt daar en zegt: We hebben naar u geluisterd, maar we gaan het toch anders doen. Dat vinden bepaalde mensen moeilijk te accepteren. Dat wordt tegenwoordig veel harder op de man gespeeld.’
‘Vaak liggen de standpunten helemaal niet ver uit elkaar. Er zijn veel meer dingen die wij delen – we drinken hetzelfde water, we ademen dezelfde lucht – maar die minimale verschillen worden te vaak gezien als tegenstrijdigheden. De weerbaarheid van de mensen hier geeft mij een enorme boost om de Meervaart vleugels te geven. Wij willen op deze plek een soort gamechanger genereren, een icoon voor de stad, dat lef en liefde en ambitie uitstraalt. Het vraagt kracht om elkaar beter te begrijpen; het mooie van theater is nou juist dat je dat kan uitbeelden.’

Foto: Hans van den Bogaard