We beginnen in het Vondelpark, in het Openluchttheater. Daar begon ‘alles’. Thomas Acda: ‘Dit is een belangrijke plek voor mij: hier vond in 1995 een van de eerste optredens van Acda & De Munnik plaats. Het allereerste was in Asten, Noord-Brabant, maar dit was vlak daarna, met Claudia Otten op drums. We speelden vijf nummers zonder pauze en er waren iets van veertien toeschouwers. We hadden het al eens eerder geprobeerd, maar zonder succes.

Zo kwamen we in het popcircuit terecht, en dat wilden we ook wel: we maakten liever muziek dan traditioneel cabaret. Dat bracht ons hier in het Vondelpark, waar allerlei bandjes speelden, met als hoogtepunt De Dijk. We sleutelden wat aan de nummers, we haalden de pauze eruit, en toen ging het wel. Het weghalen van de pauze was overigens not done, in Carré bijvoorbeeld moesten we 900 euro compensatie betalen.’

‘In 2015 was hier ook ons laatste optreden. Burgemeester Eberhard van der Laan, een ontzettende aardige man die ik kende van Ajax, zat op de tribune. Hij was een fan van ons, vooral onze versie van De stad Amsterdam vond hij erg mooi. Op een gegeven moment keek hij glunderend op zijn telefoon en vertelde mijn vrouw, die voor hem op de tribune zat, dat ze hadden besloten het Vondelpark af te sluiten. Er waren meer dan achtduizend mensen naar ons komen kijken.’

Wonen in het American

We lopen het Vondelpark uit door het Leidsebosje naar het American Hotel. ‘We waren op tour met Ren, Lenny, Ren; een grote voorstelling, 24 mensen in dienst, een enorme schuld bij de bank. En ik was aan het scheiden. Op een dag werd ik midden in de nacht door de tourbus afgezet in de Marnixstraat. Ik was doodmoe en wilde zo gauw mogelijk slapen. Bij het tankstation belde ik mijn vrouw, maar die zei: ‘Ik heb je wat dingen te vertellen...’ En dat kon ik er op dat moment niet bij hebben. Wat te doen?

In je eigen stad ken je normaal gesproken geen hotels. Je gaat gewoon naar huis. Het American Hotel kende ik dan wel en daar ben ik heengelopen. Om half drie was ik binnen en kwam in een film terecht. Alle medewerkers, een stuk of dertien, maakten plezier en waren aan het dansen en zingen op een nummer van mij: Mijn houten hart. Ze schrokken zich een ongeluk. De baliemevrouw kwam in actie en sprak de woorden: ‘Kom binnen, ik begrijp dat u bij ons komt slapen, kamer 107, half geld, we zijn fan.’ Ik heb niets gezegd.’

‘Ik heb er drie-en-een halve maand gewoond. Met veel plezier, de kamer was vlak boven de ingang, met een balkonnetje waar ik heerlijk kon zitten. De kamer hielden ze voor mij vrij. Ik heb ook nog eens de twee Amerikaanse dames bezocht die een appartement hadden gekocht helemaal bovenin het hotel. Bij de koop waren ze al behoorlijk op leeftijd dus het management zal gedacht hebben: dat duurt niet lang. Maar ze hebben er geloof ik 27 jaar gewoond.’

Crosby, Stills, Nash and Young

We wandelen naar de Keizersgracht, nummer 418-424, de voormalige locatie van de Toneelschool en de Kleinkunstacademie (tegenwoordig in de Jodenbreestraat).

‘Op deze plek heb ik Paul de Munnik leren kennen. Hier hebben we voor het eerst samen muziek gemaakt. Paul zat op de Kleinkunstacademie, ik op de Toneelschool.

De directeur van de Kleinkunstacademie, Ruut Weissman, later vaste regisseur en goede vriend, zag mij optreden op het kerstcabaret van de Toneelschool en zei: ik wil je graag op de kleinkunst hebben. Ik heb al een jongen die wat kan – dat was Paul – en met jou erbij kan ik de school tot een betere opleiding maken. Niet voor mensen die in ensembles verdwijnen, maar voor artiesten, solisten, theatermakers. Ik was om.

Ik had hem zes liedjes voorgespeeld; hij vroeg of ik Crosby, Stills, Nash and Young kende. Ik zei nee. Nee? Hij ging op de fiets naar Concerto en haalde de plaat, Déjà Vu. Helemaal afluisteren!, zei hij. Drie keer. En ging weg. Halverwege ben ik Paul gaan halen. Moet je horen! Dit wil ik maken. Paul ook. En dat hebben we geprobeerd. En Rod Stewart, en de Eagles en de Beatles en Simon and Garfunkel. We waren los.’

Onthaasten

We lopen de Prinsengracht af naar de Lindengracht, nummer 93. Acda: ‘Ook dit is een plek waar ik les kreeg toen ik op de Kleinkunstacademie zat. En laat ik nu in hetzelfde lokaal bezig zijn met de musical van mijn dochter! Allebei mijn kinderen hebben op basisschool De Burght gezeten en deze oude lagere school is daar een dependance van.

Mijn dochter zit in de achtste groep, en de leerlingen nemen afscheid van de school en van elkaar met een musical. Ik ben met veel plezier assistent van de regisseuse. Ik moet oppassen dat ik niet te fanatiek word, dat past hier natuurlijk niet. Maar het bijzondere is wel dat ik op precies dezelfde plek dezelfde soort aanwijzingen kreeg die ik nu geef.’

We lopen een flink eind door, van de Brouwersgracht naar de De Ruyterkade, en staan even stil bij de pont naar het NDSM-terrein.

‘We hebben allemaal een hartstikke vol leven, alles moet snel, je moet van alles combineren. Tijdens de coronaperiode wandelde ik veel, ging met het veer naar het NDSM-terrein in Noord. Ik ben in Noord geboren, in de Alkmaarstraat. Daar maakte ik dan een wandelingetje en ging met de pont terug. En ik merkte: als ik op de pont sta, kom ik geheel tot rust. Je onthaast, het is een soort zen-meditatie. Ik vond dat een verhelderende ontdekking.’

Schreeuwende gibbons

Dan gaat het voort, via de Prins Hendrikkade en de Schippersgracht naar de Plantage, Henri Polaklaan 29.

‘Hier ging ik met mijn zoontje wonen na mijn verblijf in het American Hotel. Het is een mooie buurt. ’s Avonds rookte ik op straat een laatste sigaretje en keek bewonderend de Henri Polaklaan in. Prachtig. Na een jaar meldde de huisbaas dat hij het huis wilde verkopen. Wij vertrokken naar de Reguliersgracht. Ik vroeg daar aan mijn zoon: “Wat heb jij nou het mooiste huis gevonden?” Waarop hij onmiddellijke antwoordde: “Henri Polaklaan!” Ik belde de huisbaas met de vraag of we terug mochten komen. Graag, we konden er direct intrekken. De nieuwe huurder was zonder te betalen met de noorderzon vertrokken.

We hebben daar toen nog een jaar gewoond. Met veel plezier. Ook aan Artis, min of meer onze buren, bewaren we goede herinneringen. M’n zoontje was altijd vroeg wakker en dan maakten we een wandelingetje. Dat werd opgemerkt door personeelsleden van Artis die ons meenamen als zij rond zeven uur met hun werk begonnen. Dan kregen we uitleg van bijvoorbeeld de verzorger van de pinguïns, ontzettend leuk.

Ook de avondwandelingetjes herinner ik me, de leeuwen, de schreeuwende gibbons. Toch zocht ik naar een huis buiten het drukke centrum. Uiteindelijk vond ik dat aan de rand van de stad.’

Header: HANS VAN DEN BOGAARD

WIE

Thomas Acda (Amsterdam, 1967). Cabaretier, zanger, acteur, regisseur, schrijver.

Opgegroeid in De Rijp. Ging naar de Toneelschool en de Kleinkunstacademie; maakte daar kennis met Paul de Munnik, vanaf 1995 tot 2015 duo Acda en De Munnik. Acteur op televisie (Jeuk, Dit was het nieuws) en in films (All Stars, Alles is liefde, Lek). In 2017 was hij Tevye in Fiddler on the roof. Eerste roman Onderweg met Roadie (2015), gevolgd door Scenario (2020). Acda heeft met zijn eerste vrouw een zoon en met zijn tweede een dochter. Toen hij wel heel vaak in het tijdschrift National Geographic zat te lezen, zei zijn zoon: ‘Waarom ben je dat eigenlijk niet gaan studeren?’ Goed idee, dacht Thomas. Het werd archeologie.