We ontmoeten elkaar op de stoep van de Jacob van Lennepkade 165, vlak om de hoek bij de Jan Pieter Heijestraat. Pim van Gool was 24 jaar toen hij hier zijn ‘eerste echte huis’ vond. Daarvoor woonde hij als student geneeskunde op kamers in de meest uiteenlopende uithoeken van de stad, van een zolderkamer op de Admiraal de Ruyterweg tot een flat in Kouwenoord en een studentenhuis in de Van Baerlestraat.

Hier op de Van Lennepkade huurde Van Gool voor het eerst een echte etage, begane grond, met een achtertuintje en aan de voorkant uitzicht op het water. Een klassiek Amsterdams pand, gebouwd in 1905, goed onderhouden. Je zou je er zo willen wonen. Pim wijst op een lange plank midden op de voordeur: ‘Hij zit er nog! Die heb ik destijds voor het raampje in de deur geschroefd, nadat er een keer was ingebroken. Hiernaast woonde een man van een jaar of tachtig, die toen ik me had voorgesteld zei: “Jij bent er zeker een van die jongens van Van Gool, uit de Borgerstraat.” En dat klopte, daar vlakbij had mijn grootvader een stoffenwinkel met gordijnen en traplopers. Mijn vader is opgegroeid in de Van Speijkstraat.’

We lopen de hoek om voor koffie bij een filiaal van Bbrood. Pim vraagt de meisjes achter de toonbank: ‘Wisten jullie dat hier vroeger een melkboer zat? Of eigenlijk was het meer een melkboer plus, want hij verkocht ook “delicatessen”. Hij heette Theo Keizer, en op de winkelruit stond:Theo Keizer. Koning der Zuivel”. Ik vond dat zo’n mooie leus.’’

Pim van Gool werd geboren in de Louise de Colignystraat in Bos en Lommer. Al na een jaar vertrokken zijn ouders, allebei onderwijzer, met hun twee kinderen naar Aruba, dus herinneringen aan het huizenblok – dat tegenwoordig een monument is – heeft Pim niet. Wel weet hij dat zijn ouders aan de moderne, lichte etage kwamen door hun halve woning in de Ferdinand Bolstraat te ruilen met mensen die graag wilden kunnen zeggen dat ze ‘in Oud Zuid’ woonden. Hij toont een foto van zichzelf en zijn zusje voor een stalen raam dat typerend is voor de stijl van het ‘Nieuwe Bouwen’ waarin de woonblokken – ‘De koningsvrouwen van Landlust’ – halverwege de jaren dertig werden opgetrokken, in opdracht van de Algemeene Woningbouw-Vereeniging.

Na vijf jaar Aruba keerde het gezin terug naar Amsterdam – uitgerekend in de koudste winter in honderd jaar – en kwam terecht aan het Zuideinde, toen Landsmeer, nu Amsterdam Noord. Na maanden bibberen in een nauwelijks te verwarmen woning, verhuisde de familie Van Gool naar Zaltbommel, waar Pims vader hoofd van een lagere school kon worden. Zelf beschouwde Pim de lessen op die school als een hinderlijke onderbreking van het voetballen waar zijn hart naar uitging.

Pas als student geneeskunde kwam Van Gool weer in Amsterdam wonen. ‘Eindelijk! Want vanaf mijn twaalfde wilde ik maar één ding: naar Amsterdam! We kwamen er nog steeds vaak bij familie, we lazen thuis Het Parool, de link met Amsterdam zat er altijd in. Waar ik ook woonde, ik ben altijd Ajacied geweest.’

We lopen de Helmersbuurt door, richting Overtoom en steken dwars door het Vondelpark. Van Gool vertelt over zijn studententijd: ‘Ik koos voor geneeskunde, omdat ik iets praktisch wilde leren. Mijn coschappen in het OLVG onderbrak ik voor een onderzoekstage in het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek. Dat zat toen nog in barakken aan de IJdijk en is later naar het AMC-terrein verhuisd.’

‘Daar werkten veel biologen, veelal jongens die er hun vervangende dienstplicht vervulden. Dat leek mij eigenlijk ook wel wat, want dan kreeg je er ook nog een beetje voor betaald. Dus heb ik eerst dienstgeweigerd, wat nog een hele procedure was, en kwam vervolgens als onderzoeker terecht op het Herseninstituut. Daar is mijn belangstelling voor de specialisatie neurologie ontstaan.’

‘Ik ben gepromoveerd onder leiding van Dick Swaab, in dierexperimenteel onderzoek naar veroudering van de hersenen. Daarna heb ik mijn opleiding neurologie afgerond in het AMC bij Hans van Crevel. Van Crevel was degene die mij in 1985 wees op het werk van Ludwik Fleck. Ik had nog nooit van Fleck gehoord en ben onmiddellijk alles van de man gaan lezen.’

‘Fleck was een geniale wetenschapper, op meerdere gebieden, als arts en als bacterioloog. Maar hij had ook belangstelling voor de grondslagen van het vak geneeskunde. Zijn werk riep destijds veel vragen bij mij op, en ik nam me voor ooit nog eens op zoek te gaan naar de antwoorden. Tijdens de coronapandemie had ik daar eindelijk tijd voor, en dat heeft geresulteerd in mijn boek Denkdwang (zie kader).

We zijn het Vondelpark inmiddels uit en lopen de Van Baerlestraat in (‘Nooit zal ik de tanks vergeten die op een ochtend in maart 1980 door de straat rolden om de barricaden van krakers op de Vondelbrug op te ruimen’). In de Joh. M. Coenenstraat slaan we linksaf, richting de buurt waar Pim van Gool nu alweer dertig jaar woont, in een van de verscholen straten met Gooise allure rond het Vossiusgymnasium. Vlak voor het fiere monument voor Canadese militairen gaan we bij de Apollohal eerst nog links het water over, en lopen via de Hilligaertstraat De Pijp in.

‘We gaan nog even langs de Vredeskerk, want die speelt ook een rol in mijn boek.’ Hoe je de Amsterdamse Vredeskerk in verband kunt brengen met de Poolse Ludwik FLeck, wordt duidelijk als Van Gool vertelt dat hij bij de eerste lezing van Flecks werk al stuitte op een raadselachtige passage waarin gesproken wordt over een van de medewerkers aan diens onderzoek in Buchenwald, ‘een Nederlandse student biologie’. ‘Ik heb me altijd afgevraagd: wie zou dat zijn geweest?’

Met hulp van de Arolson Archives, het internationale archief- en documentatiecentrum over slachtoffers van de Nazivervolging, en Delpher, de databank van historische kranten, tijdschriften en boeken, kwam Van Gool erachter dat die Nederlandse student Nan Trésoor moest zijn. Hij maakte deel uit van een verzetsgroep rond de Vredeskerk. Zo’n 26 katholieke jonge mannen, die bijna allemaal in de Pijp woonden en de kerk bezochten, kwamen vlak na de Februaristaking bij elkaar met sabotageplannen, onder het mom van een gymnastiekvereniging. Maar nog voordat de plannen een vaste vorm konden aannemen, werd de groep verraden. Al in juni ’41 werden de jongens een voor een opgepakt. Na acht maanden werden ze naar Buchenwald gedeporteerd, waar 16 leden de dood vonden.

‘Ik heb van alle leden van de Vredeskerkgroep kunnen achterhalen waar ze hebben gewoond,’ vertelt Pim Van Gool, terwijl we doorlopen naar de Ferdinandbolstraat. ‘En ook wat ze deden en hoe de onderlinge betrekkingen waren.’ Op de hoek van de Scheldestraat poseert Van Gool voor de fotograaf. Achter hem zien we het huis waar Nan Trésoor woonde, op de derde verdieping. Zijn ouders waren bevriend met de ouders van Jan Robert die ook in de Scheldestraat woonden. Deze gymnastiekleraar was een van de twee initiatiefnemers van de verzetsgroep.

Nan Trésoor overleefde het kamp, waarschijnlijk doordat hij in het laboratorium van Fleck tewerk was gesteld en daardoor een zekere bescherming had. Hij overleed in 1992. Van Gool kwam in contact met zijn tweede vrouw en hun jongste dochter. Van hen kreeg hij dagboeken en brieven uit de oorlog, en albums die Trésoor na de oorlog maakte. Daarin zaten foto’s en nauwkeurig bijgehouden laboratoriumjournaals over het onderzoek naar het vlektyfusvaccin.

Deze persoonlijke informatie maakte uiteindelijk dat Pim van Gool besloot om een boek te schrijven. Niet alleen over de ondergewaardeerde Ludwik Fleck, maar ook over de vergeten Nan Trésoor en de mannen van de Vredeskerkverzetsgroep.

We lopen verder via de Amstelkade, terug naar Churchilllaan. Pim van Gool is bijna thuis: ‘Het is een fascinerend onderzoek geweest. Ik heb als amateurhistoricus ontdekkingen gedaan en als beginnend schrijver een boek gepubliceerd. Nan Trésoor heeft niet geweten dat hij meewerkte aan een fake-onderzoek naar een nepvaccin. Opnieuw een bewijs van de theorie van Fleck, dat een groep wetenschappers onder druk de uitkomsten van een onderzoek gaat interpreteren in het licht van de gewenste uitkomst.’

Denkdwang

Van Gool koesterde al langer belangstelling voor de hoofdrolspeler in zijn boek, de Joods-Poolse arts-bacterioloog Ludwik Fleck. Als promovendus las hij in 1985 Flecks werk en raakte gefascineerd door de man die naast belangrijke publicaties op het gebied van de bacteriologie en geneeskunde ook wetenschapsfilosofische ideeën beschreef. Al in 1993, een tijd dat de academische wereld nog uitging van een ‘waardevrije wetenschap’, betoogde Fleck dat bij het ontstaan van wetenschappelijke kennis ook sociale factoren een rol spelen. Observaties in een onderzoek worden gekleurd door bijvoorbeeld de hiërarchie in een groep, onderlinge verhoudingen of financiers. Die factoren kunnen soms zo dwingend zijn dat wetenschappers dingen gaan zien die er helemaal niet zijn.

Precies deze inzichten gebruikte Fleck in concentratiekamp Buchenwald, toen hij als expert toegevoegd werd aan een groep wetenschappelijke dwangarbeiders die van de Nazi’s de opdracht hadden gekregen om een vaccin tegen vlektyfus te ontwikkelen. De onderzoekers dachten het vaccin ontdekt te hebben, maar Fleck zag meteen dat dit niet klopte. Hij liet dit echter niet merken, maar ging juist mee in het idee van de vondst. De druk was immens, er stonden levens op het spel.

Het nepvaccin werd geproduceerd en grote groepen Duitse soldaten ingeënt. Ondertussen wist Fleck in hetzelfde laboratorium het echte vaccin te ontwikkelen, maar bewaarde dat voor zijn medewerkers. Op deze manier heeft hij het leven gered van alle medegevangenen die ook aan het ‘onderzoek’ meewerkten.

Pim van Gool: Flecks wetenschapsfilosofische inzichten spelen tot op de dag van vandaag een rol. Neem het onderzoek dat destijds aantoonde dat het geen enkele invloed op de bodem zou hebben als we in Groningen 3000 miljard kubieke meter aan gas uit de bodem zouden halen, een volume dat gelijk staat aan 3 miljoen Arena’s. De mensen van de NAM hebben boter op hun hoofd als ze beweren dat de wetenschappelijke onderzoeken van toen niet gekleurd zijn geweest door de grote belangen die in het spel waren.

Pim van Gool (1957). Hoogleraar neurologie, gespecialiseerd in dementie. Van 2012 tot 2020 voorzitter van de Gezondheidsraad. Publiceerde dit voorjaar Denkdwang over de Joodse arts-bacterioloog en wetenschapsfilosoof Ludwik Fleck die als gevangene in kamp Buchenwald de nazi’s om de tuin wist te leiden met een nep-vaccin tegen vlektyfus. Is getrouwd met Caroline Polak, met wie hij vier kinderen heeft.

Header: Pim van Gool voor het huis waar Nan Trésoor op driehoog woonde. Foto: Adriaan Backer, 2023