Het Cheider, de orthodox-joodse lagere school achter de Van Nijenrodeweg in Buitenveldert, is zwaar beveiligd. Het is een treurig gezicht. Rabbijn Lody van de Kamp was jarenlang de directeur: "We zien hier het noodzakelijke hek, een beveiliging tegen terrorisme. Dat hek heeft een sterke negatieve kant, omdat het vijandsbeelden stimuleert: zit je hier achter, dan ben je veilig. Dat leidt ook tot een soort passiviteit. Je spant je niet meer in om van dat hek af te komen."
Volgens Van de Kamp is het nodig initiatief te nemen om het eigen veiligheidsgevoel te vergroten. Hoe kun je de beeldvorming over vermeende vijanden kwijtraken? "De angst voor terrorisme komt door dreiging uit een specifieke islamitische hoek. Er leven 100.000 moslims in Amsterdam. Dat lijkt het gevaar te zijn, maar dat is onzin, want terroristen zijn terroristen en moslims zijn moslims. Kunnen we niet ooit van dat hek af? De verbinding weer oppakken? Dat denk ik bij dit hek."
De rabbijn wil naar West. Van de wijk waar veel Joden wonen naar de wijk met veel Marokkanen. We fietsen de Van Leijenberghlaan af, die overgaat in de Beethovenstraat en dan rechtsaf naar het verborgen Bachplein.
Op het plantsoen staat op een kleine sokkel het hoofd van Truus Wijsmuller (1896-1978). "Zij heeft 10.000 Joodse kinderen gered door ze vanuit Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië, via Nederland naar Engeland over te brengen. Dat waren zogenaamde kindertransporten. Ze had zelfs contact met Eichmann."
Die transporten begonnen na de Kristallnacht op 9 november 1938 en stopten bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op 1 september 1939. Eenmaal in Nederland, moesten de kinderen binnen 24 uur weer via Hoek van Holland ons land verlaten. "De ouders zetten hun jonge kinderen op de trein. Schrijnend." Hij schreef hierover vorig jaar het boek Sara, het meisje dat op transport ging.

Hitlergroet

Truus Wijsmuller kwam uit Alkmaar en verhuisde op haar zestiende naar Amsterdam. Haar man werkte voor een bank, ze woonden aan de Nassaukade. Van de Kamp: "Het was een meisje met een grote mond. Ze had geen kinderen; dít waren haar kinderen." Na de oorlog werd ze gemeenteraadslid voor de VVD. Op de sokkel staat: gemeenteraadslid VVD en niets over haar reddingswerk. "Ook bij de VVD in Amsterdam wist niemand ervan. Het beeld staat hier zonder vermelding, terwijl ze een Oskar Schindler of Walter Süskind was."
We fietsen naar het Mercatorplein: Apollolaan, Vondelpark, Hoofdweg, Mercatorplein. Van de Kamp was zo'n zeven jaar geleden op het plein voor de Joodse omroep, met een verborgen camera. Twee herkenbaar Joodse jongens waren mee. De bedoeling was te zien hoe er op hen gereageerd werd: "Jongeren van Marokkaanse afkomst hadden vlakbij op 4 mei met herdenkingskransen gevoetbald. Een schandaal. Dat bepaalde het beeld van die jeugd." Er was een feestvierende menigte vanwege het WK voetbal. Het hele plein was oranje. "We zaten tussen jongens en meisjes met scooters. We wilden iets aantonen, maar dat gebeurde niet. Het was 'sjalom', 'salam', 'goedemiddag'en 'hallo'."
Van de Kamp ging met de jongens door naar het Bos en Lommerplein. "We liepen over de markt. Bij de bakker hier maakte een Marokkaanse jongen de Hitlergroet. Ik schrok wel. Dacht: 'Hé, kan dat?' Bij het hekje aan de andere kant zat een groepje jongens te loeren en die zeiden iets van 'Jood', 'Jehud'."
De Hitlergroet werd opgenomen. "Dat heeft Amsterdam voor mij veranderd. Niet de groet zelf, maar wat daarna gebeurde." De film werd uitgezonden op de Joodse omroep. Een nationaal relletje was geboren. De Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher kwam met het idee van de 'lokjoden' en minister Ernst Hirsch Ballin moest in de Tweede kamer komen vertellen hoe het stond met het antisemitisme.

Vriendschap

"Ik werd opgebeld door Saïd Bensellam, de vroegere kickbokser en nu bekende jongerenwerker. Hij was boos over wat ik had gedaan. Een paar dagen na de uitzending zat ik tegenover hem in het voormalige Elseviergebouw. En toen begon een vriendschap. We vroegen ons af hoe we dit samen kunnen oplossen. Dat waren de woorden van Saïd." Het gebouw staat bij de A10 in de Sara Burgerhartstraat tegenover de Badrmoskee, Bensellam zat hier tot voor kort met zijn Stichting Connect. "Sindsdien werken we heel veel samen. We doen in het hele land projecten, vaak met moeilijke jongeren. Wij zijn inwisselbaar geworden, zijn niet een Marokkaan en een Jood. We denken hetzelfde. We spreken elkaars taal."
In het Elseviergebouw gebeurde het meeste. Daar was de ontmoeting tussen Souhail, de jongen van de Hitlergroet, en de rabbijn. "Dat was een mooi gesprek. Hij bleek een gewone, aardige knul, van zestien jaar. Aan het eind van het gesprek vroeg hij: 'Meneer Lody, kunnen wij een keer naar het Anne Frankhuis? Want ik wil er meer van weten.'"
Een week later liepen ze in het Anne Frankhuis, met nog een vriendje en een jongerenwerker. "We zagen het filmpje van Miep Gies, waarin ze vertelde dat Otto Frank haar vroeg de ondergedoken familie te helpen. Wat ze deed. Souhail zag het filmpje en zei: 'Toen ik de Hitlergroet maakte dacht ik dat ik cool was. Maar Miep Gies was echt cool.'"
Sindsdien werkt hij samen met Saïd. Het gaat niet meer alleen over antisemitisme en moslims: "We helpen Turkse en Marokkaanse jongens die het moeilijk hebben, op verzoek van de gemeente Amsterdam, de politie of het Openbaar Ministerie." Saïd en hij praten veel. "Als hij vertelt, luister je, naar zijn zuivere denken, naar zijn kijken zonder oordelen. Hij nam een keer het lijstje jonge zware criminelen uit het boek Mocro Maffia door. Hij kent ze allemaal en zei: 'Ze hadden kansen moeten hebben.' Hij weet precies hoe het bij al die jongens mis ging. Dan zitten we tegenover procureur-generaal Herman Bolhaar. En ook die luistert naar hem."

Optimistisch

Rabbijn Van de Kamp is optimistisch. Hij ziet dat er op straat mooie dingen gebeuren. Is hij bang voor een aanslag? "Amsterdam heeft het Strategisch Netwerk Radicalisering en Polarisatie. De deelnemers kijken naar wat er gebeurt op straat. Zo komen verhalen uit de haarvaten naar het stadhuis. Wat in Brussel en Parijs gebeurt, kan natuurlijk ook hier gebeuren. Toch gaat het hier beter dan in andere Europese steden."

CV

WIE LODY VAN DE KAMP (Enschede, 1948)
Is opgeleid tot RABBIJN aan Talmoedscholen in Londen en Montreux
Was RITUEEL SLACHTER (sjocheet) in Amsterdam (1973-1978)
Werkt sinds 1996 NIET MEER als rabbijn
SCHREEF romans over de Holocaust en vele artikelen in kranten en tijdschriften
SARAH, HET MEISJE DAT OP TRANSPORT GING (2016) is zijn laatste boek
Website WWW.SAIDENLODY.NL
UITSPRAAK (2013) De grootste vijand van de Joodse gemeenschap is de beeldvorming over de moslimgemeenschap in Amsterdam; de grootste vijand voor de moslimgemeenschap is de beeldvorming over de Joden in Amsterdam

SARAH, HET MEISJE DAT OP TRANSPORT GING
"Ik wist het. De twee koffers die ik vorige maand op de overloop zag staan voorspelden weinig goeds.
Toch kom het moment waarop we ze gaan gebruiken totaal onverwacht.
Op een heel gewone schoolmiddag, voor zover de dagen nog gewoon zijn in deze periode, staat juffrouw Friedenson opeens naast me. 'Sara, ruim je boeken op, je schrift en je schrijfspulletjes maar netjes en ga naar de gang.' In opperste verbazing kijk ik juffrouw Friedenson aan. Heb ik iets verkeerd gedaan? Een angstig voorgevoel kruipt in mijn keel. Ik kijk op de klok. Het is net half drie geweest. Waarom moet ik nu de klas uit?"
Kleve, 7 december 1938, Sara wordt met haar zusje op transport gezet.