Een echte Vaste Route heeft Jennifer Tosch eigenlijk niet. Ze neemt haar gasten in haar Black Heritage Tours mee op uiteenlopende tochten door de stad, altijd per boot. Ze woont nu in Zuidoost, maar toen ze voor het eerst in Amsterdam kwam wonen belandde ze in hartje centrum: de Lange Leidsedwarsstraat, vlak bij de Spiegelgracht. De wandeling is een hartelijk weerzien met haar oude buurt.

‘Toen ik net naar Nederland was verhuisd woonde ik in Rotterdam, bij mijn broer. Ik begon met de Heritage Tours in 2013 en het forensen was gewoon te veel. Via een vriend van een vriend kon ik hier terecht. Meteen verliefd. Hier voor de deur is ook voor het eerst een fiets van me gestolen. Dat was een mooie ontgroening voor me; toen ik daarna op de fiets werd aangereden door een auto hoorde ik er echt helemaal bij.’

‘Het is een geweldige straat, omdat het hier helemaal niet zo lawaaierig is als verderop, dichter bij het Leidseplein. Om twee uur ’s ochtends wel, dan komen de toeristen uit de bars en die hoor je dan. En er is hier een vuurgevecht geweest, de kogelgaten moeten hier nog ergens in de muur zitten. Maar het Rijksmuseum is pal om de hoek, en mijn favoriete vegan winkel ook – die was er acht, negen jaar geleden nog niet. Wel die wasserij daar, nog steeds gerund door dezelfde familie. Mijn favoriete café zit er niet meer. Ze brandden en maalden er hun eigen koffie, een geweldige plek. Er komt nu een Nepalees restaurant.’

Glorieuze Gouden Eeuw

‘Mijn ouders waren uit Suriname naar Californië verhuisd, en ik groeide helemaal Amerikaans op. Mijn moeder sprak zeven talen, maar we spraken thuis geen Nederlands. Op Berkeley ging ik me in die Nederlandse geschiedenis verdiepen, en toen kon ik twee weken naar Amsterdam voor een cursus ‘postcolonial history’ aan de Black Europe Summer School (BESS). Dat veranderde alles. Een keerpunt.’

‘Het eerste wat ik hier over Nederland te horen kreeg was het verhaal van de glorieuze Gouden Eeuw, dat verhaal waar de Nederlanders zichzelf graag mee op de schouders kloppen, hoe “wij” de slimste en snelste en beste van iedereen waren. Voor een internationale student als ik die zich al twee jaar met de Nederlandse én Surinaamse én Afrikaanse koloniale geschiedenis bezighield was dat heel verwarrend.’

‘Als ik mijn hand opstak en zei dat je het toch ook over de koloniën en de slavernij moest hebben, dan was het antwoord: “Ach, dat was maar vijf procent, racisme speelt hier helemaal geen rol, we zijn allemaal kleurenblind, we zijn tolerant” – die mantra. Daardoor ben ik pas echt diep in die geschiedenis gedoken.’

Hoe paste die studie bij je eigen geschiedenis?

‘O, totaal! Dit ging helemaal over mij, wie ik was, een Amerikaanse Surinaamse zwarte vrouw met een Nederlands paspoort. Waar hoorde ik bij, waar was ik thuis?’

Om te beginnen in de Leidsepleinbuurt, dus.

‘Ja! Dit werd echt mijn hood. Ik heb op vier plekken in Amsterdam gewoond, en ik woon nu heerlijk rustig in Zuidoost. Nooit gedacht dat ik zonder het centrum zou kunnen, maar wat ik wel mis is hoe dichtbij alles was, restaurants, cafés, theater, De Balie, Paradiso... Ik ging in de Leidsestraat naar Starbucks, en boven de McDonalds naar dat hele goede Chinese restaurant. Bourbon Street was mijn favoriete plek voor de blues, café Alto voor de jazz – ik ben zo blij dat dat de pandemie heeft overleefd. Daar kwam ik zó vaak dat ze me bij naam kenden en meteen wisten wat ik wilde drinken. Als ik er mensen mee naar toenam moeten die hebben gedacht dat ik een totale barfly was.’

Romantische bril

Heeft de kennis van het verleden de manier waarop je naar Amsterdam kijkt veranderd?

‘Absoluut: de stad is er alleen maar interessanter en complexer door geworden. Daar verbazen mensen zich wel eens over, alsof ik door die koloniale geschiedenis een hekel aan Amsterdam zou moeten krijgen. Het wordt er echter van. Mensen zagen de stad door dat glorieverhaal van de Gouden Eeuw zó door een romantische bril, dat hij niet meer voelde als een echte stad. Er zit hier zóveel geschiedenis, dat je die pas ziet als iemand je er op wijst.’

We staan stil voor de zijgevel van het American Hotel aan de Leidsekade. Bij de uitbreiding van het hotel in 1928 werd hier een hele serie ‘exotische’ figuren in steen aangebracht, personificaties van alle continenten. ‘Afrika’ is een naakte man met een speer en een schild, en een vrouw met blote borsten. Aha.

Is dat niet toch in de eerste plaats deel van de PR van zo’n internationaal hotel? Dat iedereen hier welkom is?

‘Het heeft vast die positieve intentie, maar als je door een andere lens kijkt zie je nationalisme en trots. Je ziet hoe de Nederlander zijn nationale identiteit vormgeeft door “de ander” als stereotype af te beelden, de Chinees, de Afrikaan, de Amerikaanse indiaan. En dan kun je denken: waarom blijven we die symbolen gebruiken? Wat zegt dat nou eigenlijk echt over onszelf?’

‘In het begin reageerde ik nog wel eens emotioneel, maar tijdens de tours kan ik daar niet aan toegeven. Dan zijn het meestal de gasten die in tranen zijn. Ze weten vaak niet eens wat hun eigen “zwarte geschiedenis” is. Tijdens zo’n tour, in zo’n fijne salonboot, creëer ik een veilige ruimte, een tijdcapsule, en ik vertel altijd mijn persoonlijke verhaal. Ik wijs niet met het vingertje, het gaat me niet om slachtoffers of demonen. Ik vraag altijd: waar komen jullie vandaan? Hoe is jullie geschiedenis? Ik ben dan niet de academicus, de historicus, maar meer de verhalenverteller, soms zelfs een beetje de therapeut.’

Schuldig landschap

‘Wat ik het meest interessant vindt is hoe het allemaal met elkaar verweven is, laag op laag. Ik begrijp de activisten, met hun absolute maatstaven, maar ik ben wel eens bang dat dat tot een nieuw soort geweld leidt – en zo zit ik niet in elkaar. Wij delen een geschiedenis en we delen herinneringen, ieder voor zich, en die van jou zijn niet superieur aan die van mij. Daar moeten wij het vooral over hebben.’

‘De belangrijkste vraag is: wat is de toekomst van het verleden? Hoe gaan we in de toekomst om met de koloniale geschiedenis, het erfgoed, de herinneringen? Hoe gebruiken we die, om te beginnen bij monumenten en standbeelden en straatnamen? Het heeft ook te maken met Black Lives Matter en de Black Archives en het activisme van Kick Out Zwarte Piet. Je denkt dat die misschien weinig opleveren, maar dat is wél zo. Ze hebben effect. Neem dat huis hier aan de overkant, Leidsekade 69.’

We lopen er naar toe. Boven de ingang zijn twee vervaarlijke leeuwenkoppen aangebracht. Daarnaast twee maskers van een gehoornde duivel, een Krampus, én twee zwarte gezichten. Die waren mij nog nooit opgevallen.

‘De rechter stelt, denk ik, een Surinaamse voor, en de linker volgens mij een Curaçaose. Dat is niet alleen maar een leuk soort laat 19de-eeuws Art Nouveau; dit soort architectuur gaat direct terug op de 17de eeuw. Door het herhalen van die oude symboliek en die oude architectuur herleefde de Gouden Eeuw in de 19de eeuw. Je moet in de stad dus naar boven kijken, die symbolen zien, en je afvragen: wat doen die daar? Ik zoek dan op hoe dat zit, wie dat zo bedacht en gebouwd heeft. Waarom wilden ze dat die koloniale referentie werd aangebracht?’

Is de stad daardoor een ‘schuldig landschap’, zoals Armando dat ooit schreef?

‘De geschiedenis van zo’n huis aan de Leidsekade laat me zien dat het verleden doorleeft in het heden. Het verleden is nooit “zomaar” geschiedenis, het beïnvloedt nog altijd hoe wij onszelf zien. Maar schuldig... nee. Ik zou zeggen: verbonden, we zijn er allemaal mee verbonden. Er is niet één correcte rechtlijnige herinnering, maar herinneringen gaan alle kanten op.’

‘Dat is waarom ik van geschiedenis houd. Voor mij is die altijd ontwikkeling, onthult steeds iets nieuws, elke dag leer ik wat bij. Ik ben altijd een reiziger in de tijd.’

Header: Foto door Hans van den Bogaard