We hebben afgesproken op het Osdorpplein bij de fontein met de schaapjes van kunstenaar Gerrit Bolhuis (uit 1966), een favoriete ontmoetingsplek voor bewoners en bezoekers van het plein en omgeving. Bodil de la Parra is iets verlaat, haar vorige afspraak is wat uitgelopen. Als ze komt aangesneld, zeg ik dat ik onwillekeurig aan haar vader Pim moest denken: toen ik een keer met hem in Paramaribo had afgesproken zei hij: ‘Let wel, het is Surinaamse tijd, hè!,’ waaruit ik afleidde dat ik een half uurtje later moest aankloppen. ‘Nee hoor,’ reageert Bodil snel, ‘zo ben ik helemaal niet, ik ben altijd zeer punctueel!’

Bekrompen buurt

We gaan in het najaarszonnetje op het terras zitten, waar ze vertelt. ‘Ik ben geboren in Amstelveen en toen verhuisd naar Geuzenveld-Slotermeer waar ik de eerste zes jaar van m’n leven doorbracht, in de Jan van Beersstraat. Daar woonden veel mensen uit Indonesië. Mijn ouders gingen inwonen bij de ouders van mijn moeder, oma en opa Oei. Zij gingen op een zeker moment verhuizen naar de S.F. van Ossstraat, een nieuwbouwflat hier vlakbij. Niet lang daarna verhuisden wij daar ook naar toe.’

‘Tramlijn 1 was onze levensader naar de stad, maar daar ging ik tot mijn tiende niet in m’n eentje heen. Dus ik speelde altijd in deze buurt. Wij waren wel een apart gezin. Artistiek, met Joodse, Surinaamse, Chinese en Indische achtergronden, dat was natuurlijk uitzonderlijk. Het was een levendige boel bij ons. Mijn vriendjes en vriendinnetjes vonden dat leuk, maar die ouders en onderwijzers vonden het maar niks. Het was een nogal bekrompen buurt. Ik heb daardoor de neiging ontwikkeld om me aan te passen, op het overdrevene af. Ik probeerde er bij te horen, dat heeft me wel gevormd, ja.’

‘We gingen elk jaar naar Suriname en daar voelde ik me eigenlijk het meest thuis. Afgelopen juni ben ik er nog geweest, voor de presentatie van mijn boek Het verbrande huis. Na mijn eindexamen op de middelbare school ben ik bij mijn vader op Aruba gaan wonen, mijn ouders waren op een pijnlijke manier gescheiden.’

Kleinkunstacademie

‘Terug in Nederland ging ik culturele antropologie studeren, maar ik ontdekte dat het niets voor mij was: er werd naar alles gekeken met een westerse blik, daar voelde ik me erg ongemakkelijk bij. Na een half jaar ben ik naar de Kleinkunstacademie gegaan, waar ik me wel thuis voelde. Het thuis wonen ging niet meer, ik had voortdurend ruzie met mijn moeder en met haar nieuwe man kon ik het (toen nog) niet vinden. Tot mijn achttiende heb ik hier gewoond, toen vond ik woonruimte op de Nassaukade, dat ging nog makkelijk destijds.’

We lopen vanaf het Osdorpplein richting Sloterplas – ‘in mijn jeugd een groot, eng meer!’– naar de Meervaart. ‘Die heb ik zien komen, in 1977, en ik was er erg blij mee. Hier heb ik mijn eerste popconcert bijgewoond. Ik was ook blij omdat ik altijd naar de stad moest voor coole dingen, maar nu was er dan eindelijk iets interessants bij mij om de hoek!’

‘In 2021 ging hier mijn toneelstuk Dagen van rijst in première, waarin ik mijn Chinese achtergrond probeer uit te pluizen. Een problematische geschiedenis, in Nederlands-Indië werden Chinezen gediscrimineerd en buitengesloten. Mijn moeder vertelde er weinig over, ze heeft haar hele pubertijd verdrongen. Helaas moest de voorstelling al snel vanwege corona worden stopgezet.’

Toko Bandung

We vervolgen onze weg en steken de laan over die genoemd is naar ingenieur Lely, ‘drooglegger van de Zuiderzee, mijn man Geert Lageveen maakte er een voorstelling over, Het verdriet van de Zuiderzee’. We bereiken zo de S.F. van Ossstraat, waar Bodil, haar ouders, haar oom en opa en oma woonden.

‘Wij woonden op vier hoog, mijn grootouders op twee, oom André op zes. Er was vlakbij een toko, Toko Bandung, en dat was fijn voor mijn oma, die elke dag Indisch kookte en daar haar boodschappen kon doen. Jammer genoeg ging ze dood toen ik echt interesse in koken kreeg. Ik heb haar altijd wel aan het werk gezien, maar ik had de recepten ook graag opgeschreven.’

Wanneer we langskomen, roept een mevrouw op een balkon naar Bodil. Het blijkt de buurvrouw van haar moeder en ze informeert naar haar. Lies Oei is, zo hoor ik, naar een verzorgingshuis in de Bijlmer vertrokken. Het was niet meer mogelijk zelfstandig te blijven wonen, ondanks de hulp van Bodil.

We lopen naar de Pieter Calandlaan, waar op nummer 333 toko Bandung gevestigd is. Het is een piepklein restaurantje geworden, waar ook afhaalmaaltijden te verkrijgen zijn. ‘Vroeger waren hier ingrediënten te koop om zelf Indische gerechten mee klaar te maken.’ Nadat Bodil een lemper tot zich heeft genomen en een flyer van Het Indisch Interieur heeft achtergelaten, wandelen we verder de Pieter Calandlaan uit.

Schande

We arriveren bij Bodils kleuterschool De Fuut met ernaast haar lagere school De Louis Bouwmeesterschool. ‘Op de lagere school had ik een vreselijke onderwijzer, een sadist die me het leven zuur heeft gemaakt, door zijn gedrag heb ik wel eens in m’n broek gepoept. Ik werd buitengesloten. Ik weet bijvoorbeeld nog dat je in Sinterklaastijd Pietje mocht zijn als je je werk snel af had. En dat had ik altijd, ik was een goede leerling. Maar als ik dan uitgekozen zou worden, werd er gezegd: Bodil niet, haar vader mag ik niet.’

‘Mijn vader was een opvallende man. We maakten een keer een schoolreisje in een autobusje dat hij van een filmset had meegenomen. Het was beschilderd met naakte vrouwen. Wij kinderen hadden er nauwelijks erg in, maar door de ouders en leerkrachten werd er schande van gesproken.’

‘Een van de leukste ervaringen hier had ik toen Borger Breeveld op het schoolplein verscheen. Mijn vader maakte de film Wan Pipel, uitgebracht in 1976, ik was bij een paar opnamen geweest. Een film die aanvankelijk flopte maar tegenwoordig meer waardering krijgt, vooral jonge mensen zijn verrast over de actualiteit ervan. Een van de hoofdrolspelers was Borger Breeveld, op wie ik dol op was. Het was een feest toen hij plotseling uit Suriname voor de school stond.’

We lopen door tot Station Lely. ‘Hier ben ik de afgelopen periode veel geweest, ik reed met de fiets vanaf mijn huis in de Helmersstraat naar dit station en stapte op de trein naar Den Haag, voor De Leedvermaak Trilogie, een voorstelling die vijf uur duurde. We hebben er lang voor gerepeteerd.’

Leidseplein

We wandelen via de Schipluidenlaan, Titus van Rijnstraat, het Surinameplein, de Overtoom en het Leidsebosje naar het Leidseplein. Bodil: ‘Hier staat mijn middelbare school: het Barlaeus gymnasium. Ook daar bleek ik een buitenstaander. Osdorp, waar ligt dat, vroegen mijn klasgenootjes. Als ik ze meenam naar huis en naar mijn oma, vroeg ze hen dingen met een sterk Indisch accent: Zit je ook op het gymnasium, heb je ook Latijn? Waarna mijn vriendinnetjes wanhopig naar mij keken omdat ze het niet verstonden.’

‘Een docent vroeg aan mij: praat je Papiaments, in de veronderstelling dat ze dat in Suriname spreken. Ik voelde vooral schaamte. Er zaten nauwelijks leerlingen van Surinaamse afkomst op school. Ik geloof een nichtje van Ruud Gullit en dan nog een of twee, maar dan had je het wel gehad. Later kreeg ik wel de vraag: was jij op school de excuusneger?’

‘Ik voelde op het Barlaeus, net als in Osdorp, dat ik anders was, ik had ook een andere geschiedenis dan mijn medeleerlingen. De Tweede Wereldoorlog was Nederland bijvoorbeeld totaal anders verlopen dan in Nederlands-Indië of Suriname. Ik bleef een buitenstaander. Die outsiderblik is herkenbaar in mijn werk, denk ik.’

het Leidseplein speelt wel een centrale rol in mijn werk. In Paradiso trad ik, ik geloof in 1977, op in een schoolvoorstelling van een opera van Benjamin Britten. In Bellevue ging in 1995 mijn debuut Orgeade overzee in première, samen met Carolina Mout geschreven en gespeeld. En in de schouwburg speelde ik het afgelopen seizoen nog De Leedvermaak Trilogie en Het Indisch Interieur.

Bodil de la Parra (Amsterdam, 1963). Actrice en schrijfster.

Speelde afgelopen jaar in De Leedvermaak Trilogie van Judith Herzberg en Het Indisch Interieur van Bo Tarenskeen. Schreef zelf diverse stukken, waaronder Het verbrande huis (2018) over haar Surinaamse familiegeschiedenis, twee jaar later uitgebracht als boek.

Via vader, cineast Pim de la Parra, gelieerd aan de Sefardisch-Joodse gemeenschap in Suriname. Voorouders van moeders kant trokken in de 19de eeuw van China naar Nederlands-Indië, waar de familie Oei zich opwerkte tot succesvolle zakenlieden. Na de Indonesische onafhankelijkheid waren de Chinezen niet meer welkom en kwam Bodils moeder Lies Oei in Amsterdam terecht.

Header: Foto Hans van den Bogaard, 2023