We ontmoeten elkaar voor de deur van de Van Speijkstraat 128. Zijn vrouw zet hem af in een kleine auto en rijdt meteen weer door. Schippers stapt uit en bekijkt onderzoekend de deur. Hij wijst naar het oude plaatje van de koperen trekbel. “Kijk, dat is van onze oude bel. Het zit er nog.” Vervolgens blikt hij door de lange straat naar de Westermoskee. Hij bekijkt de hoge dunne minaret in de verte: “Die zie ik voor het eerst.” Schippers spreekt met een wat zangerig Amsterdams accent. Dan richt hij zijn oog weer op de deur. “Ik ben hier in 1936 geboren, dit is de eerste deur waar ik uitkwam. Ik ben niet sentimenteel over deze plek. De dingen zijn er gewoon. Het gaat erom wat je ermee doet.”

Receptioniste

We lopen richting de Baarsjesweg. Het is stil en winderig in de straat. Hij wijst naar de benedenhuizen. “Eigenlijk is dit een mislukte buurt. Vroeger zaten hier allemaal winkels, de winkelpanden zijn er nog, maar de middenstand is weg. De lambrisering is nog wel hetzelfde.” Linksaf de hoek om staan we voor het mooie schoolgebouw in de Chasséstraat (nummer 59). “Dit is mijn oude lagere school, de Van Wassenaerschool. We speelden op het terrein erachter, ik voetbalde veel.”

Hij vertelt over de oorlog. “Net na de bevrijding werden hier kaalgeschoren vrouwen op karren gezet. Zij hadden relaties gehad met Duitsers. Die meisjes werden van driehoog aan de overkant gehaald, maar op die verdieping zat nog een Duitser. Hij begon uit het raam te schieten. Een man vlak naast mij mee viel dood neer. Het was nog oorlog.”

De Chassékerk is verbouwd. Tot grote verrassing van Schippers zit er een nieuw hotel aan vast. Met snelle pas loopt hij naar binnen en vraagt aan de in Indiase gewaden geklede receptioniste of we het hotel even kunnen bekijken. Met een lach gaat ze akkoord. Verbaasd bekijken we het nogal luxehotel; een kamer kost gemiddeld € 140,-. Met de lift gaan we naar de bovenste verdieping en kijken een tijd uit over de stad; in de verte zien we de Westerkerk. Schippers: “Dit uitzicht! Goedemorgen!” Weer buiten noemt hij het hotel “zeer merkwaardig”.

We lopen verder door de Van Speijkstraat richting de Westermoskee. Schippers praat intussen over zijn jonge jaren: “Er gebeurde ook veel niets. Deze buurten waren een soort dorpen, je kwam niet veel verder. Ik kwam wel bij mijn familie die in de Antillenbuurt en bij de Hoofdweg woonde. Mijn oma woonde op de Postjeskade. Oorspronkelijk kwamen ze uit de Jordaan.”

Bitterballen

Op het plein bij de moskee zegt Schippers: “Hij is er nu en ik vind er niets van. Ik hou van die veranderingen in de stad.” Tegenover de moskee is ook een vrij nieuw hotel, waar hij naar binnen wil. Het heet Hotel Not Hotel en is erg kunstzinnig ingericht, vol met vreemde spullen. Een oude naaimachine doet hem denken aan zijn moeder. Hij raakt ontroert. Dan ziet Schippers een schaakspel en vraagt of ik kan schaken. We gaan zitten en beginnen een potje, dat we na de opening afbreken. Als we buiten komen zegt hij: “Uiterst merkwaardig, dat hotel tegenover die moskee. Bijzonder. Ik had dit allemaal niet verwacht.”

Verderop richting de Kinkerstraat staat Het Sieraad, de oude ambachtsschool aan het begin van de Postjesweg. Hij vertelt dat daar aan het eind van de oorlog een enorme berg vuil lag. “De vuilnis werd niet meer opgehaald.” De chaotische Kinkerstraat voert ons via de Jan Pieter Heijestraat en de Wilhelminastraat in naar het autoloze WG-terrein. In de oude ziekenhuispaviljoens 1 en 2 zitten woningen en ateliers. “Vroeger kwam ik hier met mijn moeder om zieke familieleden te bezoeken. Nu zijn de ruimtes hetzelfde gebleven, maar worden ze voor andere dingen gebruikt. Dat is als het leven zelf. Dit is een schoolvoorbeeld van waar ik van hou: een voormalig ziekenhuis dat nu anders gebruikt wordt.”

We lopen de expositieruimte van WG-kunst binnen. De zaal is net volgehangen en het ruikt er naar verf. We maken een praatje met galeriehouder Alexandra Timmer. Weer buiten zegt Schippers dat hij altijd overal naar binnen loopt. “Als je dat gewoon doet, laten ze je er altijd in.” Schuin aan de overkant is het WG Café. Schippers neemt een biertje, ik een warme chocomel. Bitterballen erbij. Hij vraagt naar mijn werk bij de gemeente en ik laat hem op mijn telefoon foto’s van mijn vrouw en dochter zien. Gefascineerd bekijkt hij ook de digitale foto’s van mijn ouders.

Gezondheid

Weer buiten begint het te hagelen. Hij stapt een bloemenwinkel binnen en koopt twee bossen narcissen: één voor mijn vrouw en één voor de zijne. We steken de Overtoom over, lopen langs de Vondelkerk en door het park en nemen de trap naar de drukke Van Baerlestraat. Het Conservatorium Hotel is voor hem een belangrijke plek. Het monumentale oude gebouw is in 1901 door de Rijkspostspaarbank gebouwd. Hij had er in 1957 een paar maanden een baantje.

“Ik schreef de rente bij. Ik was twintig en spaarde geld voor een reis naar Barcelona. Er werkten honderden ouderwetse kantoorbedienden, zoals er nu niet meer zijn. Daarna kwam het conservatorium erin. In die tijd maakte ik er een film met Kees Hin over de Franse schrijver Jacques Rigaut, die zinnen schreef als: ‘Tel uw geld, tel uw maîtresses, tel ze op en feliciteer uzelf.’ Die film maakten we in 1979 voor het kunstprogramma Beeldspraak. En nu is het een hotel, met een restaurant waar ik soms eet. Het gebouw veranderde van kantoor, naar studio, naar muziek, naar slapen. Ik schreef er een gedicht over.”

Het laatste stukje over de Van Baerlestraat is naar zijn huis. Het wordt donker. Daar komt hij de dochter van Kees Hin tegen en informeert naar de gezondheid van zijn oude vriend. Na drie uur nemen we afscheid. We hebben “de route van zijn leven” gelopen – van west naar zuid, van zijn geboorte naar het nu.

WIE K. SCHIPPERS (Amsterdam, 6 november 1936)

K. Schippers is het

PSEUDONIEM

van dichter en prozaschrijver Gerard Stigter

Richtte in 1958 met J. Bernlef en G. Brands het tijdschrift BARBARBER op

Laat zich INSPIREREN door de kunstenaar Marcel Duchamp en de Dada-beweging (Kurt Schwitters, Theo van Doesburgh)

DEBUTEERDE in 1963 metde poëziebundel De waarheid als de koe

Kreeg in 1966 de POËZIEPRIJS VAN DE GEMEENTE AMSTERDAMen in 1996 de P.C. Hooftprijs

UITSPRAAK ‘Ik wilde dat ik niet in Amsterdam woonde, dan ging ik erheen op vakantie’

Kader

Op 20-jarige leeftijd

Na drie jaar heeft een nieuwe stadsdichter op 27 maart de pen overgenomen van K. Schippers. Die dag verscheen ook een bundel (De lucht fouilleren)met al zijn stadsgedichten, een uitgave van Het Parool en Stichting Literaire Activiteiten (SLAA). De voortdurend veranderende stad is een vast thema in zijn werk. Zo schreef hij over de Rijkspostspaarbank-het Conservatorium-het Conservatorium Hotel het vers ‘Geboren worden op 20-jarige leeftijd’. De eerste regels: “Als je iets uitvlakt zit in de gummiresten de betekenis, rul/ en grijs. Begin opnieuw: een voorwerp voor iets anders/ gebruiken […]”

Aprilnummer 2019