Al bij leven is Hak Holderts persoon omgeven met sterke verhalen en opzienbarende anekdotes. De ‘Nederlandse Lord Northcliffe’ is hij vaak genoemd, naar de titel van de beruchte Engelse persbaron Alfred Harmsworth, oprichter van onder andere The Daily Mail en The Daily Mirror. De overeenkomsten tussen de twee tycoons zijn inderdaad opvallend: beiden onderscheiden zich door een wispelturige en dominante natuur, een ferme greep op de koers van hun krant, een omstreden personeelsbeleid, een neus voor journalistiek en commercieel succes en een tomeloze expansiedrift.
Het is nauwelijks mogelijk man en mythe uit elkaar te houden. De vele tijdgenoten die zich over hem hebben uitgelaten zijn ruwweg te verdelen in twee groepen: zij die nog een appeltje met hem te schillen hebben – het legertje ontslagen medewerkers en gedupeerde concurrenten – laten niet na zijn despotische aard en nietsontziende ondernemerschap te hekelen; zij die zich kunnen verheugen in zijn gunsten – door tegenstanders ook wel getypeerd als ‘Holdert-slaven’ – prijzen juist zijn zakelijk inzicht en loyaliteit.
Wanneer Hak (doopnaam Hendrikus Marinus Cornelis) Holdert in september 1902 De Telegraaf en haar kopblad De Courant overneemt, is hij nog maar hooguit een opvallend eigenzinnige man van 32 jaar. De Telegraaf is dan slechts een schim van de spraakmakende krant die de gefortuneerde jonkheer Henry Tindal (1852-1902) in 1893 had opgericht om het liberale Algemeen Handelsblad te bestrijden. Na een veelbelovende start was Tindals journalistiek én politiek vooruitstrevende krant rond 1900 in de versukkeling geraakt door zijn vele geldverslindende avonturen. Binnen enkele jaren weet Holdert de neerwaartse lijn te keren.

Wilde haren

Hak Holdert wordt geboren op 4 juni 1870 in Salatiga op Midden-Java. Na de repatriëring van het gezin in 1880 starten zijn vader Anton (A.H.) en oom Hendrik (H.M.J.) Holdert de firma Holdert & Co. De drukkerij vestigt zich in 1889 in Felix Meritis aan de Keizersgracht en groeit uit tot een van de grootste van Amsterdam. Omdat Hak op de HBS doorgaat voor ‘een hopeloos geval’ stuurt zijn vader hem in 1887 op 16-jarige leeftijd naar Duitsland om het drukkersvak te leren. Hij belandt achter de letterkast in Frankfurt, waar hij evenmin wil deugen. Pas bij de gerenommeerde uitgeverij Greiner und Pfeiffer in Stuttgart verliest hij zijn wilde haren. Hij maakt er kennis met de technische en economische aspecten van het drukkersvak en kan twee jaar later als bedrijfsleider bij Holdert & Co. aan de slag.
Na een conflict met zijn oom over de hoogte van zijn honorarium besluit Hak in 1894 voor zichzelf te beginnen met een drukkerijtje in een keldertje aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Hij doopt het Elsevier, niet te verwarren met de gelijknamige uitgeverij. Aanvankelijk legt hij zich toe op visitekaartjes, voornamelijk voor dames, met wie hij – volgens de overlevering het prototype van een enfant chérie des dames – zich bijzonder goed kan verstaan. Na enkele jaren komt Elsevier uit de rode cijfers en in 1900 verruilt Holdert zijn keldertje voor een grote nieuwe drukkerij in de Van Ostadestraat.

Expansiedrift

Aangemoedigd door het succes waagt hij zich op de dagbladmarkt. Hij moet zich in september 1902 wel flink in de schulden steken voor de overname van De Telegraaf en de daaropvolgende investeringen. Direct breidt hij de redactie uit met journalisten van naam en faam, stelt hij meer papier ter beschikking en verlaagt hij de prijs van de krant. Het veel goedkopere kopblad De Courant – dat geheel is samengesteld uit het zetsel van de moederkrant – stelt hem in staat handig te manoeuvreren op de dagbladmarkt. Met de winsten die Holdert op De Courant maakt, kan hij in De Telegraaf blijven investeren.
Van meet af aan legt hij een tomeloze expansiedrift aan de dag. Al in 1903 lijft hij de noodlijdende Amsterdamsche Courant in. Is de overname van deze eeuwenoude maar noodlijdende krant vooral een prestigekwestie, de jaren daarop weet hij op slinkse wijze diverse prominente titels op te kopen. De grootste klapper is de overname van Het Nieuws van den Dag in 1923. Als Holdert er lucht van krijgt dat dit respectabele en veelgelezen dagblad in de problemen verkeert, weet hij het via een stroman te annexeren. Het nieuws van de vijandige overname slaat in als een bom en Holderts reputatie van gewetenloos zakenman is definitief gevestigd.
De overname van Het Nieuws van den Dag is een dubbelslag: niet alleen schakelt Holdert een geduchte concurrent uit, ook krijgt hij de beschikking over de bedrijfspanden aan de Nieuwezijds Voorburgwal, dan nog de Amsterdamse Fleet Street. Hij laat de gebouwen plaatsmaken voor een gloednieuw krantenpaleis dat in 1930 in gebruik wordt genomen. Het hypermoderne gebouw van architect Jan Staal met zijn opvallende torenspits weerspiegelt de toonaangevende positie die De Telegraaf en haar kopblad De Courant/Het Nieuws van den Dag inmiddels innemen.

Slavendrijver

De invloed van Holdert beperkt zich allerminst tot de zakelijke kant, ook inhoudelijk heeft hij de krant in een ferme greep. Evenmin als Tindal (die De Telegraaf een uitgesproken sociaal-liberale signatuur meegaf) deinst hij er voor terug zijn krant in te zetten om politiek te bedrijven. Zijn jeugdvriend J.C. (Kick) Schröder alias Barbarossa – een berucht polemist, gezegend met een vlammend rode baard, een gouden pen en legendarische voetbalbenen – mag dan officieel hoofdredacteur zijn, in werkelijkheid heeft Holdert de touwtjes strak in handen.
Zijn dictatoriale stijl van leidinggeven levert hem de reputatie op van ‘slavendrijver’. Redacteuren die de baas al wat langer kennen, scheppen er behagen in nieuwkomers de stuipen op het lijf te jagen met indianenverhalen: “Als hij ontwaakt zijn z’n eerste woorden: ‘Ik ruik journalistenbief. Breng me zo’n kerel!’ Voor zijn ontbijt moet-ie minstens één gerolmopste koelie hebben; voor de lunch komt er een wat zoetere redactrice met slagroom bij en voor het diner lust-ie ’n hele redactie à la carte”, aldus de latere hoofdredacteur J.C. Fraenkel.
Alle overdrijving ten spijt is het een feit dat Holdert kan doen en laten met de redactie wat hij wil. De 22 redacteuren – een allegaartje bohemiens, voetbalvrienden, socialisten en gewezen anarchisten dat de burelen in de Sint Nicolaasstraat bevolkt – zijn ervan doordrongen dat zij er bij het minste of geringste uit kunnen vliegen. Holderts gevleugelde uitspraak: “Als ik uit het raam ga hangen en fluit, heb ik dadelijk een nieuwe redactiestaf”, is geen grootspraak.

Telefoon afgeluisterd

Slechts een enkeling schopt het tot vertrouweling van Holdert. Één van hen is de befaamde publicist Alexander Cohen, vanaf 1906 correspondent in Parijs. Nieuwsgierig maakt hij in september dat jaar zijn opwachting in het directiekantoor in de Raadhuisstraat. Cohen is direct gecharmeerd van Holdert: “Alles aan hem: zijn levendige fysionomie, zijn amusante mimiek, de toon waarop hij sprak, zijn zakelijkheid, en, niet het minst! zijn ruime inschikkelijkheid met betrekking tot mijn desiderata, deed mij alleraangenaamst aan”, schrijft hij in zijn memoires Van anarchist tot monarchist. De bewondering is wederzijds. Cohen: “Wat hem, onmiskenbaar, in mij behaagde, was, dat ik, in tegenstelling met het gros van zijn onderhorigen, geen slaaf met een slavenziel was. ‘Jij bent de enig kerel met karakter aan de krant!’, zei hij mij eens.”
Holderts bemoeienis met de inhoud van de krant is het duidelijkst in de Eerste Wereldoorlog. Terwijl alle andere dagbladen gehoor geven aan het verzoek van de regering om de Nederlandse neutraliteit niet in gevaar te brengen, vaart De Telegraaf onder aanvoering van de francofiel Holdert een wilde progeallieerde koers. De regering laat vier jaar lang alle telefoongesprekken van de krant afluisteren maar staat vrijwel machteloos. Als hoofdredacteur Schröder vanwege beledigingen aan het adres van Duitsland in december 1915 enkele weken in hechtenis wordt genomen, is dat voor zijn baas allerminst reden de toon van de krant te matigen.
Na de Eerste Wereldoorlog vaart De Telegraaf een rustiger koers. Holdert wil de krant omvormen tot een populaire massamedium en ontdoet zich van de naar links afwijkende ongeleide projectielen, wereldverbeteraars en bohemiens die een belangrijke stempel op de krant hebben gedrukt, Alexander Cohen incluis. De jacht op de primeur blijft bovenaan de agenda staan. Het nieuws komt met hoofdletters en uitroeptekens; foto’s, reportagetekeningen en stripverhalen winnen snel terrein. Ook blijft De Telegraaf zich onderscheiden door spraakmakende campagnes.

Vallende ziekte

Zakelijk gaat het hem voor de wind, maar op het persoonlijke vlak maakt Holdert stormachtige tijden door. Zijn huwelijk met Manon van Duijl, waaruit twee dochters zijn voortgekomen, is na acht jaar in 1903 gestrand. Op de burelen van De Telegraaf loopt hij dat jaar Henriëtte (Tet) Nierstrasz tegen het lijf, met wie hij weldra ‘in zonde’ op de Ceintuurbaan samenleeft. Zij krijgen twee kinderen: in 1907 zoon Henry (Hakkie), twee jaar later dochter Henriëtte (Tettie). Beiden kunnen zijn naam niet dragen omdat de eerste echtverbintenis pas in 1919 wordt ontbonden. Holdert laat ze daarom tot zijn huwelijk met Tet in 1920 pro forma adopteren door zijn jongere broer Tonnie.
Nog turbulenter is Holderts gezondheidstoestand: rond 1909 openbaart zich een ernstige vorm van epilepsie. De toevallen nemen in hevigheid toe en volgen elkaar steeds sneller op. Hij zal geprobeerd hebben zijn aandoening voor de buitenwereld te verhullen: epilepsie wordt in deze tijd min of meer beschouwd als een vorm van krankzinnigheid en een wijd verbreide notie van de ziekte zou zijn gezag danig hebben ondermijnd. Wellicht verblijft hij om die reden steeds vaker in Parijs, waar hij zich in 1913 permanent vestigt. Ook dan kan hij de krant op afstand blijven bestieren, omdat een andere jongere broer F.H.J. (Eddy) Holdert als zijn verlengstuk optreedt.

Geniaal spel???

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vertoeft Holdert toevallig voor een aandeelhoudersvergadering in Amsterdam en tot zijn overlijden in juli 1944 zal hij hier blijven. Hij kiest domicilie in Hotel American aan het Leidseplein. Vanuit het familieappartement waar hij met Tet en bijgestaan door enkele verpleegsters zijn dagen slijt, voert de inmiddels bijna 70-jarige krantenkoning vier jaar lang onnavolgbare onderhandelingen met de nieuwe machthebbers.
Tot ver na de oorlog blijft de vraag de gemoederen bezighouden of Holdert een ‘geniaal spel’ heeft gespeeld om zijn kranten uit handen van de Duitsers te houden – zoals Telegraafredacteuren en -advocaten na de oorlog eendrachtig verklaren – of uit ‘pure baatzucht’ heeft gehandeld – zoals het Amsterdamse Tribunaal voor de Perszuivering postuum zal oordelen. Feit is dat de concessies die de redactie van De Telegraaf (als alle legaal doorverschijnende bladen) aan de bezetter doet, in het niet vallen bij Holderts handreikingen aan de Duitsers. Met zijn toestemming ziet een stroom van (antisemitische) propaganda het licht via zijn drukkerij Elsevier. Terecht zal het perstribunaal op 20 februari 1947 de drukkerij bestempelen als “een der ergste collaboratrices op geestelijk gebied”.
Holdert heeft zich tijdens de bezetting niet actief met de inhoud van de krant bemoeit. Maar zijn besluit om zoon Hakkie, een overtuigd SS’er en oud-Oostfrontstrijder, in augustus 1942 tot directeur van De Telegraaf te benoemen, heeft grote invloed op het functioneren van de redactie. Het wordt voor de (hoofd)redactie steeds lastiger om nationaalsocialistische propaganda uit de krant te weren.

Hard oordeel

Na de tamelijk onverwachte dood van zijn vrouw Tet op 1 juli 1944, is het ook met de ernstig zieke Holdert snel gedaan: op 21 juli blaast de 74-jarige krantenmagnaat zijn laatste adem uit. Na een sobere plechtigheid wordt hij vier dagen later bijgezet in het familiegraf op Zorgvlied. Stamhouder Hakkie Holdert zal zijn levenswerk nu definitief verkwanselen door De Telegraaf te transformeren tot een hetzerig naziblad waarin de SS-Kriegsberichter vrijspel hebben.
De instanties die na de bevrijding met de zuivering van de pers worden belast, vellen een hard oordeel over Hak Holdert en aanvankelijk ook over zijn kranten. Op 8 mei 1948 concludeert het Amsterdamse Tribunaal voor de Perszuivering “dat uit pure baatzucht en welbewust (…) met de vijand en diens handlangers is geheuld.” De Telegraaf krijgt voor 30 jaar een naamsverbod opgelegd, De Courant / Het Nieuws van den Dag voor 20 jaar. Ook al wordt de redactie op 26 januari 1949 door de Raad van Beroep voor de Perszuivering gerehabiliteerd en het naamsverbod per direct opgeheven, het oordeel over het directiebeleid blijft onverminderd hard.*
Holderts grillige natuur en controversiële beleid bemoeilijkt een afgewogen oordeel over zijn betekenis voor de ontwikkeling van de Nederlandse pers. Maar vaststaat dat hij van grote invloed is geweest op de professionalisering en schaalvergroting van het dagbladbedrijf in de eerste helft van de 20ste eeuw.