In de eerste week van augustus 1998 werd Amsterdam overspoeld door duizenden deelnemers en bezoekers uit de hele wereld. Trams reden rond met vlaggetjes in felgeel, rood en magenta, het logo van de Gay Games, de trambestuurders droegen regenboogdassen. Het plein voor de Stopera was omgetoverd tot Friendship Village, een ontmoetingsplek voor iedereen, de Stopera zelf was het zenuwcentrum van de organisatie.

Op alle sportaccommodaties in en rondom Amsterdam werd gestreden om het goud, maar er was ook aandacht voor cultuur. Carré en de Stadsschouwburg programmeerden internationale voorstellingen, op de Nieuwmarkt was een filmfestival, musea en galerieën lieten nooit eerder vertoonde kunst zien. Koren zongen erop los in het Concertgebouw en in De Rode Hoed werden coming-out verhalen uit alle windstreken verteld. Er waren workshops over mensenrechten en vieringen in kerken, natuurlijk veel feesten voor mannen en vrouwen en voor de derde keer een Grachtenparade.

Heteroseksueel of homoseksueel: elke Amsterdammer was verrast door het evenement. Met het stijgen van de temperatuur groeide ook de vrolijkheid in de stad. Een taxichauffeur riep ‘dat het voor hem altijd Gay Games mocht blijven’ en politiewoordvoerder Klaas Wilting verklaarde dat het korps nog nooit zo weinig te doen had gehad als in deze week. Het heteroseksuele deel der natie voelde hoe het was om een keer in de minderheid te zijn.

Bidbook

In Nederland was het fenomeen Gay Games nog nauwelijks bekend. Het idee was afkomstig van de voormalige Olympische tienkamper Tom Waddell, die in 1982 in San Francisco voor het eerst de Gay Olympics organiseerde. Het evenement groeide sterk; in 1994 namen er in New York al meer atleten deel dan aan de Olympische Spelen van Barcelona, twee jaar daarvoor.

In 1990 gingen Amsterdamse sporters naar de derde editie in Vancouver. Daar ontstond bij John Avis en Marjo Meijer het idee om de Games naar Amsterdam te halen. Hun plan kreeg steun van Jip van Leeuwen, senior beleidsmedewerker topsportevenementen van de gemeente Amsterdam. De initiatiefnemers maakten in 1992 een bidbook; daarin stond bijvoorbeeld al het lumineuze idee om een grachtenparade te organiseren met de medaillewinnaars aan boord.

Het jaar daarop toog een delegatie van twaalf Amsterdammers naar Washington om de plannen te presenteren. Meijer, de eerste bestuursvoorzitter, hield een gloedvol betoog, er werd een promotiefilmpje vertoond en het twaalftal eindigde met een yell: ‘We’re committed, we’re organised, we’re ready!’ Amsterdam belandde in een nek-aan-nek race met Sydney en Atlanta.

Na een urenlange vergadering kwam het besluit. De Federation of Gay Games bleek onder de indruk van de sportaccommodaties en de manier waarop de gemeente Amsterdam het plan omarmde. Tijdens de spelen van 1994 in New York nam locoburgemeester Frank de Grave in het Yankee Stadium symbolisch de sleutel van Gay Games in ontvangst. Hij beloofde dat Amsterdam de best Gay Games ever zou gaan organiseren.

Inclusie

In de aanloop naar het evenement subsidieerde de gemeente de kleine werkorganisatie die de taak had de Games vorm te geven, deelnemers en bezoekers te werven en een legioen van duizenden vrijwilligers op de been te brengen. Het motto werd Friendship through culture and sports. Creatief directeur Kees Ruyter ontwierp het logo met de rode tulp en de roze driehoek. Zichtbaar zijn, een veilig sportklimaat bieden, laten zien dat lhbti+’ers ook kunnen excelleren in sport waren belangrijke drijfveren van de organisatie. Ook moesten de Gay Games voor jongeren een voorbeeld van zichtbaarheid, inclusie en toegankelijkheid worden.

Burgemeester Patijn werkte vriendelijk mee aan een promotiefilmpje. Vanuit de Arena riep hij met zijn ambtsketen om de internationale lhbti+ gemeenschap op: ‘Come to Amsterdam, the Gay Way to Europe!’ Dit was een belangrijke daad, want niet eerder had een bestuurder zich zo uitgesproken en zijn stad verbonden met de lhbti+ gemeenschap. De reacties waren overweldigend: men voelde zich gezien door de overheid. Patijn zou ook zelf aan de spelen deelnemen: hij golfde.

De burgemeester zou echter op een andere manier van veel groter belang blijken. Op dinsdag vier augustus, een paar dagen voor de opening, kwam een miljoenenoverschrijding van de budgetten aan het licht. Opbouw, beveiliging, telecommunicatie, de versiering van de stad en het uit de grond stampen van het Friendship Village bleken vele malen duurder dan gedacht. Leveranciers van stands, tribunes, tenten en generatoren eisten de directe betaling van ongeveer een miljoen gulden – maar de kas was leeg.

Overbruggingskrediet

Er volgde crisisberaad op het Stadhuis. Wethouder Harry Groen legde een ‘noodverband’ van een half miljoen gulden, dat na een spoedzitting van B&W in het weekend werd opgehoogd tot anderhalf miljoen. De Gay Games afgelasten zou immers een debacle voor Amsterdam betekenen. Het was feest in de stad en het moest feest blijven. Kort daarna bleken de problemen zó groot, dat de gemeente een overbruggingskrediet van 4,5 miljoen ter beschikking moest stellen. Pas toen kon de opening doorgaan.

De zwarte piet ging naar de Gay Games-directeur Marc Janssens. Kort voor de opening werd hij op non-actief gesteld. De organisatie en de gemeente waren gewaarschuwd: de organisaties van de vorige twee edities van de Games waren failliet gegaan. Vooral de inkomsten uit kaartverkoop vielen tegen. Er kwam slechts 12 miljoen gulden binnen, terwijl de organisatie 14 miljoen begroot had.

Voor de sluitingsceremonie in de Arena werden slechts 10.000 kaartjes verkocht. Bij de sportactiviteiten zaten nauwelijks betalende bezoekers op de tribune, op het bodybuilden en het ballroomdansen na. Een week na de sluiting bleek het tekort te zijn opgelopen tot zes miljoen. De Stichting moest faillissement aanvragen; pas in 2001 werd een akkoord bereikt met de schuldeisers.

It’s raining men

Aan de deelnemers en bezoekers ging veel van die problemen voorbij. Bij de opening van de Games heette burgemeester Patijn de 45.000 aanwezigen welkom. Jip van Leeuwen stond naast hem: ‘Toen Patijn opkwam ging iedereen klappen, klappen, klappen. Na zijn toespraak bleef het publiek maar klappen. ‘Burgemeester, nog een rondje op het podium maken’, zeiden we. En daar ging ie.’

Ruim een miljoen Nederlanders volgden de ceremonie op tv: The Weather Girls met It’s raining men, dansende en strippende matrozen, Dana International, Jean-Paul Gaultier, en Mathilde Santing in een gele jurk met een meterslange sleep, die de show besloot met I believe I can fly. Dat gevoel deelde iedereen in de Arena.

Er waren ruim 15 duizend deelnemers uit 88 landen, met een evenwichtige verdeling tussen mannen en vrouwen, zo’n dertig sporten, drieduizend vrijwilligers en honderdduizenden bezoekers. Het sportprogramma werd vlekkeloos uitgevoerd, mede dankzij de medewerking van de Nederlandse sportfederaties, die scheidsrechters en officials en materialen leverden. Daardoor waren het officiële wedstrijden, zodat records ook echt erkend werden, in tegenstelling tot eerdere spelen waar dat niet het geval was. Amsterdam leverde één officieel nationaal atletiekrecord op: Monique de Wit, polsstokhoogspringen voor vrouwen (4 meter 61).

Internationale goodwill

De enige smet was dat de schaatsbond KNSB had verzuimd de wedstrijden kunstrijden officieel te melden bij de overkoepelende organisatie, de International Skating Union. Die liet weten dat deelnemers en scheidsrechters daarom door de bond zouden worden geroyeerd, met name als ze meededen aan een ‘same-sex pairs’-competitie. Als protest werd een demonstratiewedstijd georganiseerd.

Tijdens die bijeenkomst hield burgemeester Patijn in de afgeladen Jaap Edenhal een gedenkwaardige toespraak. Hij legde aan het publiek en de vele internationale televisiekijkers uit dat dit soort discriminatie precies de reden was waarom de Gay Games zo broodnodig waren en dat wat hier gebeurde nooit meer mocht voorkomen.

Ondanks de financiële perikelen gold Gay Games Amsterdam als een van de meest geslaagde edities. Er heerste een sfeer van vrijheid en solidariteit waarin lhbti+’ers voor het eerst ervoeren hoe het voelt om in de meerderheid te zijn. De organisatie beweerde dat de spelen de stad ruim 125 miljoen gulden* hadden opgeleverd, maar veel belangrijker voor de gemeente was de internationale goodwill. Schelto Patijn werd daar – enigszins tot zijn eigen verbazing – de belichaming van. Van een ietwat stijve Haagse heer was hij een geliefde Amsterdammer geworden.

Regenboogketting

Patijns voormalige rechterhand in het Kabinet van de Burgemeester, Maria Cuartas, herinnert zich 25 jaar later: ‘We ontvingen heel veel brieven en steunbetuigingen uit binnen- en buitenland over de Gay Games. Een van de meest ontroerende was van een gay stel dat op vakantie naar de VS was gegaan. Op een avond vertelden ze in een homobar in Los Angeles dat ze uit Amsterdam kwamen. De lichten gingen aan en alle aanwezigen begonnen te klappen! Zo dankbaar was men voor Gay Games Amsterdam 1998.’

Bij Patijns overlijden in 2007 memoreerde burgemeester Job Cohen dat ook Schelto Patijn zelf enorm genoten had van de Gay Games in zijn Amsterdam. Het evenement was een van de meest ontroerende momenten tijdens zijn burgemeesterschap. Hij was er trots op en sprak er geëmotioneerd over. Sindsdien draagt de burgemeester bij bijeenkomsten van de lhbti+ gemeenschap altijd de regenboogketting die Patijn in 1998 in de Amsterdam ArenA om had.

Meer herinneringen en verhalen over Gay Games Amsterdam 1998 op:

https://gaygames98.ihlia.nl/. Tot 28 januari 2024 is in het Amsterdam Museum een expositie zien over 25 jaar Gay Games. De tentoonstelling is onderdeel van een groter project in de hele stad, in samenwerking met IHLIA, Imagine IC en Queer Amsterdam.

* De opbrengst van de Spelen voor de stad zou 125 miljoen hebben bedragen; de dienst Economische Zaken van de Gemeente berekende direct na afloop dat de spelen de stad 135 miljoen hadden opgeleverd. ‘Dat werd door Herman ter Balkt van de VVV bekend gemaakt en is dus niet door de organisatie “beweerd ”.’ Over de uiteindelijke grootte van het tekort zijn geen eensluidende gegevens bekend. Van het overbruggingskrediet van 5 miljoen gulden is drie miljoen in de gemeentekas teruggestort. Een faillissement kon worden afgewend; volgens een onderzoek door Pricewaterhouse Coopers kon niemand individueel of persoonlijk verantwoordelijk worden gesteld voor de problemen. Van het tekort is 1,2 miljoen gulden aan de schuldeisers uitgekeerd.

Header: Een souvenirstalletje op de Westermarkt. Er waren ruim 15 duizend deelnemers uit 88 landen. Foto Ton van Rijn / Stadsarchief Amsterdam