In 1611 kocht de schilder David Vinckboons (1576- 1632) een huis op de hoek van de Salamandersteeg en de Sint Antoniesbreestraat. Het pand, nu Sint Antoniesbreestraat 64, trotseerde de eeuwen en zelfs de aanleg van de Amsterdamse metro. Toen het door Vinckboons werd verworven had het wel een ander aanzien dan tegenwoordig. Zo kreeg het in de 18de eeuw een nieuwe gevel.

Sint Antoniesbreestraat 40-52  met steegje voorheen Salamandergang 42-50.
Stadsarchief Amsterdam

In 1611 hadden David en zijn vrouw Agneta van Loon reeds drie kinderen, namelijk Pieter (geboren rond 1605), Philips (geboren in 1607 of 16081) en Cornelia (1609/1610). Op de hoek van de Salamandersteeg zouden nog drie dochters en vier zonen geboren worden: Catharina (1612/13), Johannes (1616/17), Justus (1620/21), David (1622/23), Maria (1625/26), Agneta (1626/27) en Aernout (1629/30). Philips, Maria, Agneta en Aernout trouwden en verlieten daarop het huis. De andere kinderen bleven er hun hele leven wonen. Als laatste van de kinderen stierf hier in 1698 Justus.

Gedurende bijna de hele 17de eeuw is het pand de basis geweest van één van de meest opmerkelijke kunstenaarsfamilies in Amsterdam. Vader David was een beroemd schilder en ontwerper van prenten. Zijn zonen kozen, met uitzondering van de jongste, Aernout, allemaal een artistiek beroep. Alle zonen zijn voor korte of lange tijd kaartmaker geweest. Daarnaast waren Philips en Justus gerenommeerde architecten en Johannes graveur. Van David de Jonge is bijna niets bekend. Hij moet zijn broers Johannes en Justus met het maken van kaarten geholpen hebben, zonder zelf ooit op de voorgrond te treden. Aernout werd net als zijn grootvader van moederszijde procureur en notaris. Over de eventuele inbreng van de dochters in het familiebedrijf is niets met zekerheid te zeggen.

In dit artikel zal kort aandacht worden besteed aan de meest belangrijke leden van de familie. De achternaam veranderde in de loop van de 17de eeuw.

Johannes Vingboons. De haven van Acapulco (waterverf op papier). Dit is één van de
kaarten die Johannes in opdrachtvan Joan Blaeu vervaardigde. Bron: Wiki Commons

Vader David werd door zijn tijdgenoten meestal Vinckboons of Vinckboons genoemd. Zijn twee oudste zoenen Pieter en Philips gebruikten in het begin ook nog deze naam. Na de dood van David in 1632 komt echter bijna alleen nog de naam Vingboons voor.

David Vinckboons (1576 - 1632)

Davind Vinckboons werd in 1576 geboren in Mechelen. De stad was in die tijd beroemd om zijn met waterverf beschilderde doeken. Deze doeken dienden als een soort behangels in huizen. Er waren in de 16e eeuw meer dan 150 ateliers die zich met de productie hiervan bezig hielden. Het was een ware industrie waarbij een schilder de hoofden maakte, een de kleren en weer een ander het landschap. De vader van David, Philips Vinckboons, werkte als schilder in een van deze ateliers. Helaas is tegenwoordig geen van zijn werken meer bekend. Na korte verblijven in Antwerpen en Middelburg trok stamvader Philips met zijn gezin naar Amsterdam. In 1591 laat Philips zich aldaar als poorter inschrijven.

David werd door zijn vader verder opgeleid tot doekschilder. Hij zou zich echter al snel specialiseren in het schilderen met olieverf op veelal kleine panelen. Davids werk herinnert sterk aan dat van Pieter Bruegel. Boerenkermissen en -bruiloften, bedelaars en straatmuzikanten zijn thema’s die zowel bij Bruegel als Vinckboons vaak voorkomen. David schilderde daarnaast landschappen, vrolijke buitenpartijen en bijbelse taferelen.

David Vinckboons, De Liereman (olieverf op paneel). Collectie Rijksmuseum Amsterdam

Naast schilder was Vinckboons een produktief tekenaar. Het grootste gedeelte van de tekeningen die tegenwoordig nog bekend zijn, zijn ontwerpen voor gravures of etsen. Twee van de uitgevers waarvoor David vaak werkte waren van bijzonder belang voor de latere loopbaan van zijn zoons. Voor Willem Jansz. Blaeu ontwierp hij kaders voor kaarten, losse prenten en illustraties voor boeken. Voor Hessel Gerritsz. ontwierp David een groot aantal etsen. Zowel Willem Jansz. Blaeu als Hessel Gerritsz. waren in de eerste plaats bekend als cartografen en uitgevers van kaarten. Hessel Gerritsz. was van 1617 tot 1632 de officiële kaartmaker van de VOC. H ij werd in deze positie opgevolgd door Willem Jansz. Blaeu. Het aardige is dat de zonen van Willem Jansz. en Hessel Gerritsz. weer contacten hadden met de zonen van David Vinckboons. Zo werkte vooral Johannes Vingboons nauw samen met Joan Blaeu. Het is waarschijnlijk dat de drie oudste zonen van David - Pieter, Philips en Johannes - hun opleiding als kaartmaker ontvingen bij Willem Jansz. of bij Hessel Gerritsz.

Pieter Vingboons (rond 1605- 1644)

Van de oudste zoon, Pieter, is weinig bekend. In 1633 kreeg hij een octrooi voor zeven jaar voor het drukken van 'caerten op doeck'. In hetzelfde jaar maakte hij twee kaarten voor de 'Hollandse Compagnie der Dieverder- en Leggeler Smildervenen'. De compagnie was opgezet door Amsterdamse kooplieden om de veenafgravingen in de omgeving van Smilde te exploiteren. Bij de tocht in augustus 1633 ging naast Pieter Vingboons ook Jan Adriaansz. Leeghwater mee, om de dijken en sluizen te controleren, evenals de landmeter Cornelis Danckerts de Rij, om een nieuw te graven kanaal in kaart te brengen. Pieter Vingboons vervaardigde uiteindelijk een grote landkaart in olieverf van het gehele veengebied en een kleinere van de weilanden. De twee kaarten zijn verloren gegaan, maar er bestaan nog kleine kopieën van in een journaal van de compagnie.

Later verliet Pieter Nederland, om als opperkoopman in dienst van de VOC naar Indië te gaan. In 1643 vinden we hem op Ambon. In januari 1644 deed hij mee aan de inname van het fort van Negombo op Ceylon. Hij onderscheidde zich als een goed soldaat. Na de inname liet hij zich van een andere kant zien. Naar zijn ontwerp werd de vestiging van Negombo versterkt. Kort na de belegering overleed Pieter aan Beriberi.

Philips Vingboons (1607/08-1678)

De wevershuizen, Vijzelgracht 4-8. De foto toont een aantal van de wevershuizen die
Philips Vingboons rond 1670 ontwierp. Onderdeel van het z.g. Noortsche bosch, zeldzame
17de eeuwse uniforme woningbouw voor thuiswerkers uit de textielindustrie.
Prentbriefkaart Stadsarchief Amsterdam

Philips is tegenwoordig het meest bekende lid van de familie. Een groot aantal van zijn ontwerpen is nog steeds te bewonderen aan de grachten van Amsterdam. Philips begon zijn loopbaan echter als schilder en kaartmaker. Uit 1637 dateren zijn eerste bekende architectuurontwerpen . Na dit jaar legde Philips zich steeds meer op de bouwkunst toe. De ontwikkeling van schilder tot architect was in de 17de eeuw tamelijk gangbaar. Schilders bezaten boeken en prenten van gebouwen die zij konden gebruiken als voorbeelden voor hun schilderijen. Architectuurboeken zijn in deze tijd dan ook meestal niet alleen aan architecten, maar ook aan schilders en bijvoorbeeld meubelmakers en steenhouwers opgedragen. Uit het werk van David Vinckboons blijkt dat hij dergelijke boeken in huis moet hebben gehad. Op deze manier maakte Philips dus al vroeg met de architectuur kennis. Andere architecten uit de 17de eeuw die hun loopbaan als schilder begonnen waren Jacob van Campen, Salomon de Bray en Pieter Post.

Philips trouwde in 1645 met Petronella Ouestiers en verliet daarop het huis aan de Salamandersteeg. Hij bleef echter gebruik maken van het grafische familiebedrijf bij de uitgave van twee bundels van gravures van zijn beste ontwerpen . Het eerste deel, met gravures van Johannes, verscheen in 1648. Het tweede deel werd in 1674 gepubliceerd. Dankzij deze twee boeken kunnen wij het architectonische werk van Philips goed reconstrueren. Hij ontwierp zowel stads- als buiten huizen. Zijn opdrachtgevers waren in beide gevallen voornamelijk de Amsterdamse regenten.

Het huis van Pieter de Mayer, Oudezijds Voorburgwal 316, Ontwerp van Philips Vingboons.
Stadsarchief Amsterdam

Philips' ontwerpen gaan steeds uit van de classicistische bouwvoorschriften. Deze voorschriften worden echter soms streng en soms vrij toegepast. Het 17de-eeuwse Hollandse classicisme was gebaseerd op de antieke Romeinse bouwkunst en de architectuur van de Italiaanse renaissance. Het ideaal was een regelmatig en metrisch ontwerp met eenvoudige maatverhoudingen. Zuivere maatverhoudingen gaven het gebouw een natuurlijke schoonheid. Het ornament, festoenen enzovoorts beschouwde men als toegevoegde schoonheid die de maatverhoudingen voor de toeschouwer afleesbaar maakten. In Amsterdam, met zijn onregelmatige bouwtereinen was het bijna ondoenlijk om aan deze idealen te beantwoorden. Bij de smalle gevels wordt dan ook nogal eens afgeweken van de voorschriften. Hier zijn het vaak alleen de ornamenten die het gebouw een classicistisch uitelijk geven. Bij de grote huizen die op twee kavels stonden en vooral de buitenhuizen was philips beter in staat de classicistische idealen te verwezenlijken.

Philips’ eerste villa’s verrezen in de polders de Purmer en de Beemster, langs de Amstelveenseweg en in de Vechtstreek. Na het verschijnen van zijn eerste deel met ontwerpen uit 1648 kreeg hij ook opdraxchten van edellieden in het oosten en noorden van Nederland. Hij ontving zelfs opdrachten uit Duitsland. Het merendeel van deze huizen is inmiddels verdwenen.

Het huis van Pieter Sweelinck, Oude Turfmarkt 143-147. Foto: G.L.W. Oppenheim, 1973.
Stadsarchief Amsterdam

De stadshuizen die philips ontwierp varieren van ware paleisjes tot eenvoudige huurwoningen. Zelfs bij zeer voorname huizen werden de zolders vaak voor opslag gebruikt en de kelders aan de straat verhuurd als pakkelders. Een goed voorbeeld is het huis van de suikerfabrikant Pieter de Meyer. De bovenverdieping van zijn huis werd gebruikt als droogruimte voor de suikerkegels. Een voorbeeld van eenvoudige woonhuizen zijn Philips' ontwerpen van wevershuisjes in het Noordse Bos oftewel de Weteringbuurt. Ze werden in opdracht van de stad gemaakt. Het idee was om de huizen tegen een aantrekkelijke prijs aan wevers te verhuren, en daardoor de textielnijverheid in Amsterdam tot bloei te brengen. Er kwam, mede door het rampjaar 1 672, weinig van terecht. Het oorspronkelijke plan was om 400 van deze woningen te bouwen. Uiteindelijk zijn er 211 gerealiseerd. Tegenwoordig zijn er nog zo'n 69 te herkennen.

Philips Vingboons was één van de meest belangrijke concurrenten van Jacob van Campen in de strijd om de opdracht voor het nieuwe stadhuis van Amsterdam. Tussen 1639, het jaar dat de stadsregering het besluit nam tot de bouw van een nieuw raadhuis, en 1648 maakte Philips verschillende ontwerpen. Uiteindelijk kreeg Van Campen in 1648 de opdracht. In hetzelfde jaar publiceerde Philips, aan het eind van zijn eerste boek, zijn meest belangrijke ontwerp voor het stadhuis.

Hoewel Philips dus uiteindelijk deze belangrijke opdracht niet kreeg, werden verschillende onderdelen van zijn ontwerp toch uitgevoerd. Zo gebruikte zijn broer Justus het ontwerp voor een deel van het Riddarhus in Stockholm en verwezenlijkte hij zelf in 1661-1662 alsnog de toren van zijn stadhuis als bekroning van de Nieuwe Toren van Kampen.

Johannes Vlngboone (1616/17 -1670)

Na de dood van vader David was Johannes de centrale kracht in het huis aan de Salamandersteeg. Hij was zowel kaartmaker, globemaker, graveur als uitgever. Hij graveerde de architectuurontwerpen van zijn broers Johannes en Justus die hij vervolgens samen met hen publiceerde. De teksten voor deze boeken werden gedrukt bij Joan Blaeu.

Met Joan Blaeu werkte hij vooral samen als kaartmaker. Er is nog een groot aantal kaarten in waterverf op papier van hem bekend die in opdracht van Blaeu werden vervaardigd. Ze tonen gezichten op steden en forten waarmee de VOC handel dreef. Deze kaarten moeten bedoeld geweest zijn als voorbeeld voor gravures die door Blaeu in een atlas zouden worden gepubliceerd. Deze atlas werd door Blaeu in 1659 wel aangekondigd, maar is uiteindelijk nooit uitgevoerd.

 Gezicht op de Tafelbaai, Johannes Vingboons (landmeter/kaartenmaker), 1655.
Bron: Wiki Commons

Johannes heeft, voor zover bekend, nooit zelf gereisd. Zijn kaarten zijn dan ook gebaseerd op gegevens van anderen. Dit konden oude kaarten zijn, maar ook de gegevens die de mensen in dienst van de VOC mee terug naar Nederland namen.

In 1668 bezocht de Engelsman Edward Brown het huis aan de Salamandersteeg. In zijn dagboek noteerde hij dat hij daar een koperen aardglobe had gezien van maar liefst 2,40 m diameter die volgens hem het enorme bedrag van f 16.000 moest opbrengen. Hoofdverantwoordelijke voor deze bol zal Johannes geweest zijn, wellicht (financieel) ondersteund door Joan Blaeu. De andere familieleden in de Salamandersteeg zullen waarschijnlijk wel mee geholpen hebben. In de eerste plaats valt te denken aan Justus en David de Jonge, maar hun ongetrouwde zusters kunnen ook hun steentje hebben bijgedragen. Johannes moet samen met zijn familieleden nog een aantal van deze reuzenglobes gemaakt hebben. Daarnaast graveerde en publiceerde hij een aantal kaarten.

Justus Vingboons (1620/21 -1698)

De vierde zoon van David Vinckboons was Justus. Hij was net als zijn broer Philips kaartmaker en architect. Anders dan zijn broer, die alleen in het begin van zijn loopbaan kaarten maakte en daarna als architect verderging, heeft Justus beide vakken zijn hele leven gecombineerd. Justus is waarschijnlijk door zijn broers Johannes en Philips opgeleid. Het werk dat met zekerheid aan Justus kan worden toegeschreven is zeer beperkt. In de jaren 1653-1656 verbleef hij in Stockholm voor de bouw van het Riddarhus, de zetel van de adel van Zweden. Voor deze opdracht werd waarschijnlijk eerst zijn (meer beroemde) broer Philips gevraagd. Philips zal echter niet zijn goedlopende architectuurpraktijk in Amsterdam in de steek hebben willen laten en daar op zijn broer hebben voorgesteld. Zoals gezegd heeft het uiteindelijke ontwerp veel te danken aan Philips' ontwerp voor het stadhuis van Amsterdam. Terug in Amsterdam ontwierp Justus het huis aan de Kloveniersburgwal voor de gebroeders Trip. Tijdens de bouw kon hij de dagelijkse gang van zaken zeer goed in het oog houden.

De voorgevel voor een nieuw stadhuis op de Dam. Het ontwerp van J. Vingboons is niet
uitgevoerd. 1643 ca. t/m 1648 ca. Stadsarchief Amsterdam

Het huis aan de Salamandersteeg, waar hij bij terugkomst uit Zweden weer was gaan wonen, keek met de achterkant namelijk uit op het bouwterrein. Waarschijnlijk heeft Justus nog vele andere huizen in Amsterdam ontworpen. Helaas heeft hij echter nooit een boek uitgegeven met zijn meest belangrijke ontwerpen, zoals zijn broer Philips. Wat hij precies als kaartmaker heeft gemaakt is evenmin bekend. Waarschijnlijk hielp hij voornamelijk Johannes.

Moeder Agneta van Loon

Het huis aan de Salamandersteeg veranderde in de loop van de 17de eeuw van een (eenvoudig) atelier van David Vinckboons in een uitgeverij en drukkerij van architectonische plaatwerken en kaarten. Daarnaast waren er ook globes te koop en met waterverf beschilderde manuscriptkaarten. Deze ontwikkeling moet vooral op financieel gebied ingrijpende veranderingen met zich mee hebben gebracht. Voor het maken van schilderijen en tekeningen is immers veel minder geld nodig dan voor de productie van hele boekwerken of de vervaardiging van een reuzenglobe. De financiën waren voor een zeer lange periode niet in handen van één van de broers, maar van hun moeder.

Agneta van Loon overleefde haar man 36 jaar. In een aantal testamenten, die zij achtereenvolgens liet opmaken, wordt iets van de bedrijfsvoering duidelijk. Alle ongetrouwde kinderen leverden hun inkomsten in. Daarvoor ontvingen zij 'kost, dranck, kleederen, huijsvestingh ende vorderde nootdruft'. Kinderen die meer inbrachten hadden wel recht op meer geld. Van het ingebrachte geld werden de koperplaten, het papier, inkt en andere benodigdheden gefinancierd. De platen en de daarvan gedrukte prenten en boek werken bleven, ongeacht wie de graveur was, het gemeenschappelijk bezit van de hele familie.

Na de dood van Agneta in 1668 bleven de kinderen bij elkaar in de Salamandersteeg wonen. Niet lang na zijn moeder overleed in 1670 Johannes. Daarmee was de bloeiperiode voor de uitgeverij en drukkerij in de Salamandersteeg ten einde. Justus stierf als laatste van het gezin in 1698. Wat hij in het laatste deel van zijn leven precies gedaan en wellicht ontworpen heeft, is niet bekend. De kleinkinderen van David Vinckboons kozen geen van allen voor een kunstzinnig vak. Met Justus' dood kwam dan ook een einde aan een familie die gedurende de hele 17de eeuw een belangrijke rol in het artistieke leven van Amsterdam speelde.

Van 2 juni tot en met 3 september 1989 werd in het Koninklijk Paleis op de Dam een tentoonstelling gehouden onder de titel Het kunstbedrijf van de familie Vingboons, schilders, architecten en kaartmakers in de Gouden Eeuw.

Header: David Vinckboons, Vrolijk gezelschap (olieverf op paneel) ca. 1610. Collectie Rijksmuseum Amsterdam