De ontelbare bij de aanleg van de Noord/Zuidlijn gevonden elektrotechnische resten vertellen samen hoe het gebruik van elektriciteit steeds meer verfijnde en doordrong tot in de haarvaten van de stad. Dat gebeurde in verschillende fases.

Uiteraard is de lange experimentele fase tussen 1745 en 1845 niet aan Amsterdam voorbijgegaan. ‘Electromagnetische’ experimenten werden toen vooral uitgevoerd in tempels der wetenschap als Felix Meritis of het Athenaeum Illustre, maar ook commerciële uitbaters sprongen er op in. Nooit eerder sloten goochelkunst en natuurwetenschappelijk experiment zo naadloos op elkaar aan. Al in 1745 lokten Amsterdamse herbergiers klandizie met demonstraties van elektriseermachines. Een geliefde proef was de 'elektrieke kus', waarbij een vonk oversloeg tussen de lippen van de proefpersonen.

De vroegste, onmiskenbaar nuttige toepassing van elektriciteit betrof telecommunicatie. Op 25 mei 1845 werd de eerste telegraafverbinding van Nederland operationeel, aangelegd langs de zes jaar eerder voltooide spoorlijn tussen Haarlem en Amsterdam. Speelde telegrafie zich af tússen de steden, met de komst van de booglamp in 1879 drong elektra door in de stad zelf, op bouwplaatsen, in grote winkelbedrijven, bedrijfshallen, restaurants en hotels. In de booglamp wordt elektriciteit omgezet in een vlammende boog van fel wit licht – te fel voor het licht thuis.

Begin jaren tachtig bracht de jonge werktuigbouwkundige Gerard Philips met zijn vader een bezoek aan de Wintertuin van Krasnapolsky. Het is een anekdote die het 19de-eeuwse verhaal van elektriciteit in Nederland verbindt met dat van de 20ste eeuw. Volgens sommige verslagen maakte Gerard in Krasnapolsky voor het eerst kennis met het wonder van elektrische booglampen en bracht dat hem op het idee een gloeilampenfabriek te beginnen. Op 15 mei 1891 richtte hij met zijn vader de firma Philips & Co op. De gloeilamp, veel gebruiksvriendelijker dan de booglamp, maakte elektrische verlichting ook geschikt voor huiselijk gebruik.

De echte doorbraak van elektriciteit in het huishouden zou nog op zich laten wachten tot het begin van 20ste eeuw. Maar de omzwaai had zich decennia eerder al aangekondigd bij een Amsterdamse voordeur. De linker ingang van het Koninklijk Postkantoor op Nieuwezijds Voorburgwal bood toegang tot het loket van de Rijkstelegraaf. In 1857 werd bij die deur een knop gemonteerd die door middel van bedrading een ‘electromagnetische schel’ activeerde in de seinkamer op de eerste etage. Een late klant kon daarmee de telegrafisten in nachtdienst te kennen geven dat hij een telegram wilde versturen.

Gedurende de jaren zeventig en tachtig zou een belinstallatie steeds gebruikelijker worden in hotels, ziekenhuizen, fabrieken en deftige huishoudens. Van een eenvoudig schelletje tot een complete ‘electrische huistelegraafinstallatie’, waarmee in de keuken of bodekamer niet alleen een hoorbaar signaal werd gegeven maar ook een zichtbaar nummertje geactiveerd, zodat een bediende wist in welk vertrek hij of zij gewenst was. De benodigde stroom werd, net als bij de telegrafie, nog altijd opgewekt door ‘galvanische elementen’, zoals accu's of batterijen toen nog heetten.

De kratten vol elektrische rommel die tijdens de aanleg van de Noord/Zuidlijn bovengronds kwam, bevatten één onopmerkelijk object dat kan worden opgevoerd als zinnebeeld van bovengenoemde transitie. Het betreft het op het Rokin gevonden klepeltje of hamertje van een elektrische bel, gemaakt van messing en ijzer en gedateerd tussen 1875 en 1900. De vondst markeert het feit dat elektra gedurende de laatste decennia van de 19de eeuw geleidelijk een steeds grotere rol zou gaan spelen in ons dagelijks leven. Niet alleen in restaurants, winkels en op de werkvloer, maar ook thuis.

Veel sensationeler dan de elektrische deurbel was een elektromagnetische toepassing die in loop van enkele tientallen jaren de communicatie en het huiselijk leven ingrijpend zou veranderen: telefonie. Amsterdam had de primeur van het eerste openbare telefoonnet van Nederland. Op 1 juni 1881 opende de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij de eerste telefooncentrale in de Groote Club, op de hoek van de Kalverstraat en de Dam. Aanvankelijk met 48 aangesloten abonnees, bijna uitsluitend bedrijven.

In de jaren tachtig kwamen er steeds meer particuliere elektrische installaties voor booglampverlichting. In 1890 verleende de gemeente een concessie aan NV Electra voor de bouw van de eerste Amsterdamse elektriciteitscentrale, op de Haarlemmerweg. Net als bij de telegrafie volgde na een periode van versnipperde, particuliere exploitatie het moment waarop de overheid de teugels in handen nam.

De gemeenteraad besloot op 21 november 1900 tot oprichting van de Gemeente Electriciteitswerken (GE), de bouw van de gemeentelijke elektriciteitscentrale op de Hoogte Kadijk en de aanleg van het distributienetwerk. Op 2 januari 1904 werd de eerste 274 kilometer van het wisselstroom-elektriciteitsnetwerk in gebruik genomen.

De Gemeente Electriciteitswerken plaveiden de weg voor de elektrische straatverlichting en de elektrificatie van de (paarden)tram, maar ook voor de verbreiding van elektra in de Amsterdamse huishoudens. Amsterdam had in vergelijking met andere Europese hoofdsteden niet vooropgelopen bij de introductie van elektriciteit. Maar het nutsbedrijf op de Hoogte Kadijk bracht daar verandering in. De gemeentelijke elektriciteitsvoorziening nam de elektrificatie van de stad zo slagvaardig ter hand, dat Amsterdam rond 1920 ‘de meest geëlectrificeerde stad’ van Europa werd genoemd. In 1922 was een Amsterdams huis zonder elektrische aansluiting een uitzondering.


Volkstaal

Elektron (ἤλεκτρον) is het Oudgriekse woord voor barnsteen. Barnsteen werd gedurende de experimentele fase ingezet om statische elektriciteit op te wekken. Het gebruik van het woord ‘electra’ of ‘elektra’ voor elektriciteit is volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal Amsterdamse volkstaal, die voortvloeit uit de 'Internationale Electriciteits Tentoonstelling Electra' in het Paleis voor Volksvlijt van 1921. Waarschijnlijker is dat de oorsprong is te herleiden tot de NV Electra, de eerste Amsterdamse elektriciteitsmaatschappij, opgericht in 1888.