In de Van Baerlestraat was ik op het bankje voor de deur bij Arnold Corrnelis neergestreken en wachtte op de overheerlijke kroket die mevrouw Arnold Cornelis me zo dadelijk ging brengen. Heerlijk bankje, mooie plek, schitterend uitzicht op de verlaten bloemenstal, Martyrium, Nieuw Peking aan de overkant, en de 3, de 5, de 12 en de 24 die de ene dan wel de andere kant op knarsten.

Ik overdacht welke kant ik op zou gaan, na de kroket. De dag tevoren had ik de volle maan op het dak van het Rijksmuseum zien liggen en omdat ik wilde weten of ie er nog lag, ging het richting Rijks. Het was een stralende herfstdag en de bomen deden er alles aan, net als de man die voor de onderdoorgang op een sopraansax Feuilles mortes probeerde te spelen, wat bij vlagen leek te lukken.

Aan het einde van de Nieuwe Spiegelstraat, die nu wel heel snel in zo’n moderne winkelstraat verandert, draaide ik het wonderlijk fietspad langs het water van de Herengracht op. Zijn er meer grachten met zo’n fietspad, vroeg ik me af. Ik wist het niet en om het te weten te komen, zou ik alle grachten af moeten fietsen waar ik geen trek in had.

Andere keer, zei ik tegen mezelf, en als ik dan toch bezig ben kan ik die andere keer meteen in een heen-en-weertje alle stegen tussen Damrak en Nieuwe Dijk verkennen, zoals ook alle bruggen over de Prinsengracht nog eens gelopen moeten worden, andere keer dus.

Inmiddels was ik het Rokin over gestoken en via de steeds groener wordende Vendelstraat bij de brug beland die – omdat hij geheel uit roestvrij gietijzer is opgetrokken – de Aluminiumbrug wordt genoemd. Water, aan weerskanten water, enorme bakken water waarin zich alles weerspiegelt wat maar weerspiegeld kan worden in onze Spiegelstad.

In de naar meester Staal uit Theo Thijssens Schoolland en De gelukkige klas vernoemde Staalstraat dacht ik aan uitgever Thomas Rap. Hij begon in de Reguliersdwarsstraat, verkaste toen naar de Spuistraat, om te eindigen in de Staalstraat. In de Staalstraat zat hij boven een groenteboer, in de Reguliersdwars boven een kapper waar ik nooit mijn haar heb laten knippen.

Het eerste boek dat hij boven de kapper uitgaf was Tulips, het boek bij de gelijknamige film van Wim van der Linden en Wim T. Schippers. In boek en film staat op een theemeubel een vaas met tulpen, en laat een van de tulpen als slotakkoord een bloemblaadje vallen. Wim van der Linden is dood, maar Wim T. kwam me in de Staalstraat tegemoet gelopen. Hij droeg een knalgroene korte broek. Stond hem goed.