Rond Kerstmis dit jaar had ik er schoon genoeg van. Het lukte niet om mijn VanMoof-fiets gerepareerd te krijgen bij de grote servicewinkel van de firma aan de Mauritskade. Al eerder vermoedde ik dat de gebroeders Taco en Ties Carlier, de mannen achter VanMoof, geen ondernemers maar prutsers waren. Vroeg of laat kon het bedrijf wel eens failliet gaan. Vrienden en kennissen die een Van Moof reden, begonnen zich ook te ergeren. Wat opviel was dat vooral de in het frame verborgen batterij mankementen vertoonde.

Een overbuurman had voor zijn huis een ouderwetse Gazelle staan, met trommelremmen en een 3-naafversnelling. Bij navraag bleek deze afkomstig uit Enkhuizen waar een meneer onder de titel ‘klassieke fietsen’ oude exemplaren oplapt en voorziet van nieuwe onderdelen, besteld bij de Gazellefabriek. Kosten: driehonderdvijfenzeventig euro, schoon-aan-de-haak keurig aan huis bezorgd met slot.

Ondertussen zag ik hoe VanMoof fietsers als idiote coureurs door de stad crossten. Toen ik nog elektrisch reed, ging ik een paar keer onderuit op een beregende weg of was ik zelf onverantwoord bezig en maakte nog even een sprintje als het stoplicht al op rood stond. Het ergste vond ik de VanMoofers die met een koptelefoon op geheel in hun eigen wereld geen voorrang gaven als ze van links kwamen of je aan de verkeerde kant inhaalden.

Nadat de Gazelle bij mij was afgeleverd plaatste ik mijn gemankeerde VanMoof in een fietsenrek iets verderop van mijn huis. Ik doopte hem: ‘Monument voor de gevallen VanMoof’. De eerste weken maakte ik een mooie witte roos vast aan het stuur. Toen het bedrijf van de gebroeders Carlier in Nederland onder toezicht van curatoren kwam te staan bond ik een rode roos aan de zadelpen – het zadel zelf was namelijk afgebroken.

De donderdag voor de Gaypride moest ik de stad uit en kwam te laat terug om de gevallen VanMoof te verplaatsen van een fietsrek op het Amstelveld naar een veilige plek aan de Amstel. Net als mijn Gazelle was hij meegenomen door de gemeente naar de opbergplek in het westelijk havengebied. Om mijn ergernis hierover weg te drinken schoof ik aan bij de stamtafel van café Krom. Daar vertelde een van de vaste klanten dat Taco Carlier al een jaar bezig was een groot huis met inpandig zwembad te verbouwen op de hoek van de Reguliersgracht.

Natuurlijk: in 2021 kwamen de broers Carlier de Quote 500 binnen met een geschat vermogen van 140 miljoen. Wat een zielige vertoning, waarvan gewone Amsterdammers de dupe zijn geworden, tientallen werknemers nu zijn aangewezen op het UWV én de VanMoof-broers de naam van Amsterdam als fietsmekka hebben bezoedeld.