De christelijke kerkgemeenschap Church of Christ, Scientist werd eind 19de eeuw in de Verenigde Staten opgericht door Mary Baker Eddy. Uitgangspunt was haar boek Wetenschap en Gezondheid met Sleutel tot de Heilige Schrift uit 1875. Hierin stelde Eddy onder meer dat een rationeel begrip van de wetten van God door iedereen kon worden aangeleerd en toegepast om zo menselijk lijden en zonde te genezen.

Er ligt dus een sterk accent op christelijke kennis en leren; tijdens de diensten wordt altijd uit Eddy’s boek gelezen door twee zogenaamde readers. Deze hebben elk een aparte lezenaar die voor alle aanwezigen optimaal hoor- en zichtbaar moeten zijn. Kerkgebouwen van de Church of Christ, Scientist hebben daarom een auditoriumachtige opzet met een zo goed mogelijke akoestiek.

Omdat opleiden een integraal onderdeel van de gemeenschap is, onder meer in de vorm van een zondagsschool, zijn er altijd leslokalen en studieplekken rondom het kerkgebouw. Voor de architectuur wordt geen vaste ‘stijl’ geprefereerd en veel gebouwen hebben geen traditionele of duidelijke herkenbare religieuze uitstraling. De vormgeving is monumentaal, ‘respectabel’ en weinig opvallend – torens ontbreken meestal. De ornamenten – glas-in-loodvensters, schilderingen, wandteksten – zijn meestal verhalend en staan altijd in het teken van de leer van het kerkgenootschap.

Metafysische commissie

Aan het begin van de twintigste eeuw werd de Church of Christ, Scientist ook bekend in Europa. Aanvankelijk werden de diensten bij particulieren aan huis gehouden en later in gehuurde locaties. De eerste specifiek voor de eredienst gebouwde kerk in Nederland werd in 1926 opgeleverd in Den Haag naar ontwerp van H.P. Berlage, een uiterst modern en functioneel gebouw.

Ruim tien jaar later gaf ook de Amsterdamse gemeenschap opdracht tot de bouw van de (First) Church of Christ, Scientist, de eerste in de stad, vandaar de naam. Dit betekende eindelijk een vaste plek voor de gemeenschap die meer dan 25 jaar in gehuurde locaties had moeten kerken. Voor de bouw werd een Algemene en ‘Metaphysische’ Bouwcommissie opgericht. De metafysische commissie hield zich bezig met ‘zaak en taak in geestelijken zin’ van het nieuwe kerkgebouw en had de opdracht, net als de Bijbelse figuur Noach, een ark voor de leden te maken.

De gemeente gaf in 1935 een lap grond in het zuidoostelijke en meest dorpse deel van Plan Zuid in optie, het enige op dat moment voor de kerk beschikbare stuk in Amsterdam. De kerk en de zondagsschool kwamen op een besloten binnenplein omgeven door riante woonhuizen en een enkele villa die in dezelfde periode werden gebouwd.

Licht en opgewekt

Drie architecten werden geraadpleegd, van wie de Rotterdamse Gijsbert Friedhoff gekozen werd. Hij had in de jaren 1920 reputatie gemaakt met een sobere, monumentale bouwtrant en liet zich inspireren door Scandinavische architectuur, zoals te zien is in zijn raadhuis in Enschede. In Amsterdam had Friedhoff eerder het controversiële Van Heutz-monument, een woonhuis aan de Apollolaan en het (inmiddels afgebroken) Weeshuis der Nederlands Hervormde Gemeente Amsterdam ontworpen. Eind jaren 1930 werd hij ook gevraagd oor de hervormde Emmakerk in de Watergraafsmeer.

Geen van de commissieleden kende Friedhoff. Ze hadden recentelijk wel een tentoonstelling over bouwkunst met diens werk bezocht alsook zijn weeshuis aan de nabijgelegen Volkerakstraat. Het feit dat hij ‘van huis Ned. Herv., later Remonstrantsch is opgevoed en naar verdieping in het geestelijke zoekt’ pleitte in zijn voordeel.

Een duidelijke Scandinavische invloed op de First Church of Christ, Scientist ontbreekt maar de opdrachtgevers hadden wel bepaald, zo gaf Friedhoff zelf aan, ‘dat het Kerkgebouw geen stemmige of mystieke sfeer mocht hebben, doch licht en opgewekt doch wijdingsvol van karakter moest zijn’.

Friedhoff maakte het ontwerp in 1936 en leverde het complex eind 1937 op. Kerk en zondagsschool kwamen op een driehoekig perceel met aan de pleinzijde de voorgevel van de kerk, en rechts daarvan de kleinere zondagsschool.

Warme lichtval

Friedhoff gebruikte verschillende kleuren baksteen: de school werd roodbruin zodat die aansloot op de kleur van de naastgelegen woningen, de kerk zelf geelgrijs, en de studieruimtes rondom de kerkzaal werden opgetrokken in afwisselende lagen van beide baksteenkleuren. Op deze wijze verkreeg de kerkzaal, ‘het lichtste element boven alles uitrijzend’, toch een autonoom karakter. Een toren bleef zoals gewenst achterwege.

Opvallend zijn de drie identieke portalen in de voorgevel die toegang geven tot een riante voorhal. Deze ruimte was nodig omdat diensten in de Church of Christ, Scientist, zowel in het Engels als het Nederlands worden gegeven en de verschillende groepen gelovigen elkaar vlot moeten kunnen afwisselen. De opzet van het kerkgebouw doet zo sterk denken aan een bioscoop.

Het interieur wordt gekenmerkt door ruimtelijkheid en een warme lichtval. De enigszins gebogen opzet van de banken en golvende orgelfronten maken dat de focus op de lezenaars op het podium komt te liggen. Interessant zijn ook de inwendige ‘steunberen’ met doorgangen die als een soort zijbeuken functioneren.

Totaalkunstwerk

Om de kerkzaal heen liggen zestien afzonderlijke leskamers die via een aparte gang bereikbaar zijn. De jeugd werd namelijk tegelijk met de eerste zondagsdienst in de zondagsschool verzameld en na het gemeenschappelijk gebed en gezang ‘in groepjes van ongeveer gelijken leeftijd van ten hoogste 12 personen, naar de leskamers geleid tot het ontvangen van onderricht’. Kort voor het einde van dienst begaven zij zich weer naar de zondagsschool om, na zang en gebed, het gebouw gelijktijdig met de volwassenen te verlaten.

De afwerking is sober maar uiterst zorgvuldig. Friedhoff was een groot voorstander van architectuur als totaalkunstwerk, waarin lampen, deuren, vloeren en dergelijke op elkaar zijn afgestemd. De vijf gebrandschilderde glas-in-loodramen in de voorgevel met voorstellingen ontleend aan de Openbaring van Johannes werden door de expressionistische schilder Heinrich Campendonk geleverd; de stalen armaturen zijn van de ontwerper Frits Lensvelt. Op verschillende wanden zijn verder Engelse en Nederlandse spreuken uit Eddy’s boek aangebracht.

Met uitzondering van een recente verbouwing van de zondagsschool verkeert het complex in grotendeels dezelfde staat als eind jaren 1930. In 2020 is het kerkgebouw aangewezen als gemeentelijk monument. Het ontwerp, maar ook de persoon van Friedhoff zelf paste goed bij de uitstraling van de Church of Christ, Science – doordacht, functioneel en zeker niet opdringerig.

Header: Het gebouw van de Church of Christ, Science aan de Richard Wagnerstraat in 1941. Duidelijk te zien zijn de drie portalen die ruimte bieden om groepen gelovigen snel af te wisselen. Foto C.F. Jansen / Stadsarchief Amsterdam