Het was een merkwaardig bouwsel dat zo omstreeks het midden van de 18de eeuw in elkaar werd getimmerd op de Ringdijk rond de Watergraafsmeer, aan het eind van de Middenweg bij de Hartsvelderbrug: een vierkant paviljoen met trappen en torentjes, pinakels op de hoekpunten, uitbundige decoraties en een pagodedak. Een uitheemse frivoliteit, die in de volksmond de benaming Chinese Tempel kreeg. Tekenaar Pieter Pietersz. Barbiers wandelde in 1769 ernaartoe en legde het ding in waterverf vast. Hij noteert: “Afbeeldinge van het Tuijnhuijs, aan de Diemer of Watergraafsmeer, op de Buijteplaats ___ toebehorende den Heer ____, anno 1769.” Van wie het gebouwtje was, wist hij niet.

Het paviljoen staat half op, half tegen de Ringdijk, gescheiden van het pad op de dijk door een palissade. Het is vierkant en heeft twee verdiepingen. Een steile trap leidt naar een opbouw met een omgang; op versierde deurtjes en panelen zijn exotische types afgebeeld die vreemde hoofddeksels dragen. Een baldakijn dekt alles af. Op de bovenverdieping rijst een pagode omhoog, met afbeeldingen van klokken op de zijden. Barbiers inkttekening is in zwart-wit, maar je kunt vermoeden dat de hele zaak bontgekleurd was.

Het Stadsarchief bewaart een ets van de tempel naar een andere tekening door Barbiers. De maker heeft er een meetlat bijgevoegd in Amsterdamse voeten. Een rekensom leert dat het gebouw een grondvlak had van 6,5 bij 6,5 meter en dat de top zo’n elf meter boven het grondvlak uitstak. Het opvallende bouwwerkje daar aan het eind van de drukke Middenweg moet van ver te zien geweest voor iedereen die langs de Weespertrekvaart de Hartsvelderbrug naderde.

[tk] Misverstand

Omstreeks dezelfde tijd maakte Pieter Mol zijn Nieuwe kaart van de Wydberoemde Koopstat Amsterdam, uitgegeven in 1770, waarop ook de Watergraafsmeer in beeld is gebracht. De namen van de vele landhuizen zijn ingetekend en de strakke Franse tuinen met precisie weergegeven. Aan het eind van de Middenweg tekende Mol ook de puntige pagode. Een stippellijntje verwijst naar het opschrift ‘De Chineese Tempel’.

Het ontbreken van de exacte gegevens bij Barbiers’ tekening heeft aanleiding gegeven tot een hardnekkig misverstand. De beeldbank van het Stadsarchief vermeldt: “Afbeelding van het Tuijs [Tuijnhuijs] aan de Diemer of Watergraafsmeer bij de Harteveldsebrug, het tuinhuis ‘Sweedenrijck’ (Eynd-Meer).” Dat is onjuist: het gebouwtje hoorde bij de buitenplaats Zorgwijk.

Aan weerszijden van de Middenweg bij de Hartsvelderbrug lag rond 1770 volgens de kaart van Mol een viertal buitenplaatsen, met grote tuinen, huizen, stallen, koetshuizen, tuinmanswoningen, vijvers, enzovoort. Westelijk stond Eindmeer, waarschijnlijk gebouwd door de Amsterdamse ondernemer Pieter Sweedenrijk. De hofstede heette in 1725 nog Sweedenrijk, maar in 1743 was de naam veranderd in Eynd-Meer.

Aan de andere kant was de buitenplaats Zorgwijk, met ernaast een kleinere hofstede, De Parel. Meer naar het westen lag Voorland, waar in de loop van de 18de eeuw ook een buitenhuis verrees. De Parel was in 1692 gebouwd door Eduard Emtinck, assuradeur en handelaar op Frankrijk en Spanje. Koopman Johannes Jacobsz. van Riedt had in 1696 Zorgwijk laten neerzetten, dat na zijn dood in bezit kwam van zijn schoonzoon Gilles van Hoven, papierfabrikant, schepen van Amsterdam en heemraad van de Watergraafsmeer. Van Hoven kocht in 1723 De Parel erbij en voegde de twee samen.

[tk] Lustoord

In 1725 brachten Daniël Stopendaal en Hendrik de Leth al deze buitenplaatsen samen in een imposant album: Het verheerlykt Watergraefs- of Diemer-meer. De Watergraafsmeer wordt getoond als een echt lustoord. Bijna alle buitenhuizen hebben fraaie tuinen en in die tuinen staan soms fantastische bouwsels, bogen, grotten, vijvers, prieeltjes en paviljoentjes. In de symmetrische ‘Franse’ tuin van Zorgwijk is een opvallend tuinhuis te zien, ook vierkant, ook met pinakeltjes op de hoekpunten, dat Het Kabinet genoemd wordt. Het staat alleen duidelijk in de tuin – niet op de dijk – en kan onze tempel dus niet zijn. Het lijkt bovendien waarschijnlijk dat áls de Chinese Tempel op de Ringdijk toen bestond, hij zeker zou zijn afgebeeld.

Uniek was het exotische gebouwtje overigens niet. Op het landgoed Elsrijk aan de Amstelveenseweg was een ‘Chinese tent’ te vinden, in Nigtevecht op het landgoed Zwaanwijck een theekoepel met een Chinees tentdak en aan de Zaan in de 19de eeuw ook nog een. In Broek in Waterland is zo’n gebouwtje zelfs bewaard gebleven. Aan het Havenrak staat een vierkant theehuis dat sterk lijkt op de tempel van Zorgwijk en is gebouwd in 1792­-1793 voor koopman en burgemeester Cornelis Koker.

De Chinese Tempel op Zorgwijk moet dus dateren van na 1725 en vóór 1769, toen Pieter Barbiers zijn tekening maakte. Maar wie liet hem bouwen en wanneer? De meest waarschijnlijke kandidaat is Daniel Bierens: hij kreeg de buitenplaats in 1763 in eigendom. In de boekhouding van de Watergraafsmeer noteerde penningmeester Nicolaus Laurentius Burmannus in 1776 “een jaarlyksche Recognitie [belasting] weegens het zetten van een Tuinhuys aan de Hartsvelder brug, by den Hr. Bierens”. Bierens betaalde f 21,-; flink meer dan anderen voor hun tuinhuizen aan de Ringdijk, wat doet vermoeden dat zijn paviljoen een stuk groter was en veel ruimte op de dijk in beslag nam. Toen Zorgwijk in 1785 opnieuw in de verkoop kwam, adverteerde de Amsterdamsche Courant voor de veiling van huis en opstallen, waaronder een ‘coepel’ en een orangerie en een “fraaije buitengemeene Chinesche Tent”.

[tk] Landschapstuin

Inmiddels was de hofstede Voorland naast Zorgwijk gekocht door de energieke koopman Pieter van Winter. Hij had grote plannen. Hij nam de van oorsprong Duitse tuinarchitect Johann Georg Michaël in dienst, een man die dan al zo’n acht grote tuinprojecten onder handen had gehad, waaronder de tuinen van het huis Beeckestein bij Velsen. Michaël moest van Voorland een grote ‘Engelse’ landschapstuin maken. De keurige symmetrische perkjes van de ‘Franse’ aanleg maakten plaats voor een ‘natuurlijk’ landschap van kronkelende waterlopen, grote bomen en doorkijkjes, met her en der curieuze, sprookjesachtige gebouwtjes. Er werden enorme hoeveelheden grond verzet en grote partijen bomen, heesters en planten aangevoerd voor “aangelegde parteyen”. Ook mocht Van Winter van het polderbestuur “een Tuynhuys aan den Middelweg en [...] een Coepel achter aan en op den Ringdijk” plaatsen.

In 1785 kreeg hij de kans om Zorgwijk te kopen voor f 18.600,-. De hofstede was door Bierens’ weduwe, Cornelia Viruly, bij testament toegewezen aan ene Adam Hackman. De taxatie maakt melding van het ‘huys’, een tuinmanhuis, een ‘huisje in de Menagerie’, een ‘Blomhuis’, vaste kassen voor perziken en druiven, een kersenboomgaard, een ‘timmerloots’ en, jawel, ‘de Chineese Tent’. Van Winter hield drie ‘kampen’ land langs de Middenweg voor zichzelf; Hackman kwam weer in bezit van het huis, de tuin en de resterende percelen land.

[tk] Uitzicht

Het is duidelijk dat Van Winter niet in het huis geïnteresseerd was en evenmin in de Chinese Tent: het ging hem om het land dat aan zijn nieuwe park grensde. Hackman sprak met hem af dat hij zijn weilanden tussen Voorland en de Middenweg alleen met Van Winters toestemming zou beplanten, om diens uitzicht niet te bederven. Van Winter kon nu een oprijlaan aanleggen van zijn huis op Voorland naar de Middenweg. Twee jaar later deed hij nog eens zo’n investering toen de hofstede Eindmeer, aan de overzijde van de Middenweg, bij executie werd verkocht. De advocaat Nicolaas Bondt kocht het huis en de tuin, en Van Winter nam het open land over, inclusief zeven boerderijen aan de westkant van Eindmeer. Zo hield hij daar vrij uitzicht.

Hackman bleef dus eigenaar van Zorgwijk en de Chinese Tempel. In 1784 had penningmeester Burmannus al een belasting genoteerd van f 12,- “wegens een Tuinhuis by de Plaats van de Hr. A. Hakman” en daarbovenop nog eens f 140,- voor “huur van een gedeelte Dijk bij Zorgwijk”. Die laatste was een forse aanslag. Mogelijk kwam het polderbestuur er ten tijde van de verkoop achter dat er nog nooit huur was betaald voor dit ‘gedeelte Dijk’. Vanaf 1784 moest Hackman f 10,- en tien stuivers per jaar afdragen; f 140,- komt dan neer op veertien jaar achterstallige belasting. Het bouwjaar van de tempel op de dijk zou dan 1769 zijn – het jaar dat Barbiers zijn tekening maakte.

Na het overlijden van Pieter van Winter in 1807 kocht zijn dochter Lucretia nog weiland en bouwland in de omgeving om de tuin verder uit te breiden, maar na haar dood in 1845 werd alles bouwland. Het huis veranderde in een boerderij. Op een kaart uit 1894 is alleen nog de kronkelende beek van het oude park te herkennen.

[tk] Weg

Ergens in de jaren veertig van de 19de eeuw moet ook de Chinese Tempel van Zorgwijk zijn afgebroken. In 1800 verklaarden de erven van Adam Hackman dat hun moeder Zorgwijk inclusief “het stukje Land van ouds genaamd De Paarl” had verkocht aan de koopman George Severijn. Dertien jaar na Severijns overlijden in 1812 maakte een veilingadvertentie gewag van “de kapitale en alleraangenaamst gelegene HOFSTEDE, genaamd ZORG-WIJK, met deszelfs kostbare en zeer logeable Heeren-Huizinge, [...] groote en fraai geordonneerde Chineesche Tent, [...] staande en gelegen in de Diemer- of Watergraafs-Meer, nabij de Hartsveldsche Brug”.

De tempel stond er dus nog, maar de naam leek in de volksmond te veranderen. Cornelis van der Vijver beschreef het gebouw in zijn Wandelingen in en om Amsterdam (1829): “... aan den ingang van het Diemer- of Watergraafsmeer, en vertoefden [wij] eene wijle op de brug, geenszins om de Turksche tent, die mijns bedunkens weinig te beduiden heeft, maar om van dat standpunt de diepe ligging des uitgemalen meers, dat door eenen ringdijk van 750 morgen is omgeven, waar te nemen.”

Toen Zorgwijk in 1841 opnieuw in de verkoop kwam, bleef een Chinese Tempel dan wel Turkse Tent ongenoemd in de advertentie. En in 1849 was alles weg, volgens het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden van Abraham Jacob van der Aa: “Voorland, in de laatste jaren gesloopt, is hier en daar nog te herkennen, zijnde het huis in eene boerderij veranderd; zoo mede de beide stukken van Eindmeer, waarvan echter ook reeds het huis en de zoogenaamde turksche tent, op de overplaats, zijn gevallen.”

Op het perceel van Zorgwijk werd nu de boerderij Meerhoek gebouwd. De naam Turkse Tent bleef nog een tijdje hangen. Op 17 december 1870 noteerde notaris Emile Gerritsen dat het bomenbestand van de boomkwekerij op “de Hofstede genaamd: Eind-Meer, van ouds: de Turksche Tent” zou worden verkocht. Omstreeks die tijd moet dus het misverstand zijn ontstaan, dat de Chinese Tempel van Barbiers op het terrein van Eindmeer heeft gestaan.

BART SEELEMEIJER IS EMERITUS PREDIKANT; HIJ PUBLICEERT OP HET VLAK VAN THEOLOGIE EN GESCHIEDENIS.

Bart Seelemeijer en Koen Kleijn

December 2020