Mijn vader is in 1905 geboren in het huis Amstelveenseweg 250. Hij was de zoon van cipier P. J. van Soesbergen. In zijn jeugd droeg hij broeken die gemaakt waren van een afgedankte cipiersuniform. De rode bies werd er dan uitgehaald, zodat de broek niet meer op de ciepierskleding leek. De stof was ontzettend stug, en mijn vader vond het vreselijk dat hij daarin moest lopen. 

Geld voor andere, nieuwe broeken was er echter niet. Het gezin van mijn vader had het niet breed. Om de eindjes aan elkaar te knopen, haalde mijn vader vlees bij een slager in de Kinkerstraat (niet naast de deur). Daar was het namelijk een dubbeltje goedkoper dan in de buurt. Mijn vader zei steeds; "Dat dubbeltje versleet ik aan mijn schoenzolen."  

Wij zijn met mijn vader één keer in de gevangenis geweest; dat was toen er kunstenaars van het gebouw gebruik maakten. 

 

Door Renée M. van Soesbergen

Beeld: Huis van Bewaring aan de Amstelveenseweg. Stadsarchief.