Op 1 april 1974 werd de huurprijs verhoogd met 4,55 gulden tot f 39,85. Ik weigerde dat, in verband met achterstallig onderhoud – het was een echt afbraakpand – en het ontbreken van een slot op de buitendeur, waardoor om de haverklap de post-bussen in de hal werden opengebroken. Makelaar Sweers ging akkoord!

Er was toen nog een bakker en een supermarktje, maar vanaf dat moment was de afbraak van Oostenburg in volle gang. De fase van trieste dichtgetimmerde leegstand werd snel opgevolgd door die van ‘hoopvolle’ hondenuitlaatveldjes. Op Oostenburg kwam mijn latere vrouw, geboren op bierbrouwerij De Gekroonde Valk op de Hoogte Kadijk, bij mij wonen. Met rijbewijs: ons eerste Citroën-eendje kregen wij op Oostenburg. Het werd steeds eenvoudiger om een parkeerplek voor de auto te vinden.

Aan de overkant van ons huis stonden nog leuke halsgevelhuisjes waar studenten woonden op basis van kraak. Zij kregen van mij elektriciteit via een draad over de straat, ik kreeg gezelligheid en kame-raadschap terug. We boden elkaar veiligheid in de steeds verder verpauperende wijk.

Het pand op nummer 59 was zeer gehorig. Boven mij woonde een bloemenkoopman die zo hard snurkte dat het leek of hij naast je lag – ik moet er niet aan denken welke bedgeluiden hij van mij hoorde. Onder mij woonde een oude oma die door een ongelukkige samenloop van omstandigheden terugkwam na een wekenlang verblijf in het zieken-huis, nét op het moment dat ik een feestje gaf. Haar potige zoon woonde in het pand naast ons en kwam verhaal halen toen het feestje was afgelopen: een bloedneus en huisvredebreuk.

In februari 1976 verhuisden wij naar de nieuw-bouw op Kattenburg, met een oprotpremie van 3500 gulden verhuiskosten. De bewoners van de afbraakpanden op Oostenburg kregen voorrang bij de woningtoewijzing voor Kattenburg. De woning die ik achterliet op de Oostenburgervoorstraat staat anno 2021 nog steeds fier overeind.

BART VAN DUINHOVEN
December 2021
Beeld: Oosterburgervoorstraat in 1969. Stadsarchief Amsterdam