Naast ons was een verhuisbedrijf gevestigd, even verderop zat een rijwielhandel en een kruidenierszaak. De bakker was in de Linnaeusstraat, net bij ons om de hoek maar aan de overkant. Aan onze kant zat een opticien. Zuivelwaren kochten we in een kelderwinkeltje in de Dapperstraat, de andere kant op, ook net om de hoek. De boter was niet verpakt maar werd met een houten spaan uit een vaatje geschept door de winkelierster, die wij daarom "het botervrouwtje" noemden. Een slager  of  groentenboer kan ik mij niet herinneren, vermoedelijk werden de groenten vaak gekocht op de markt in de Dapperstraat. 

De kortste weg naar school (we gingen naar de Oosterparkschool aan het 's Gravezandeplein) liep door het Oosterpark. Eerst moesten we de Linneausstraat oversteken. We passeerden dan ook de bewaakte overgang van de spoorverbinding tussen het Muiderpoort-  en Weesperpoortstation. Als de spoorbomen gesloten waren, ontstond er een lange rij auto's en ander verkeer langs. Wij noemden dit "de sliert". 

Eén van de parkwachters in het Oosterpark was speciaal belast met het toezicht op de passerende en vaak ook spelende schooljeugd. Wij noemden hem Opa. Op een dag hield hij ons tegen toen we een bepaald laantje in wilden gaan. Later hoorden we dat er iemand verdronken was en dat het lichaam nog niet was geborgen. Dat kregen we dus niet te zien. 

Na schooltijd en op de vrije woensdag- en zaterdagmiddagen deden we zangspelletjes of speelden verstoppertje met andere kinderen uit de straat. Zaterdag voor Pinksteren was het Luilaksdag, dan stonden we extra vroeg op om overal in de buurt belletje te gaan trekken onder het zingen van "Luilak, beddezak, staat om negen ure op, negen ure hallef tien, dan is Luilak pas te zien." 

De  beide woningen waar ik gewoond heb zijn inmiddels vervangen door nieuwbouw en ook de winkels zijn er niet meer. Maar ik heb er een gelukkige jeugd gehad. 

Door Dicky Baars

Beeld: Wijttenbachstraat, 15 november 1932. Stadsarchief Amsterdam/Dienst Publieke Werken.