“Amsterdammers die willen zien hoe een deel van de stad er omstreeks 1900 uitzag kunnen nu nog in de Czaar Peterbuurt terecht,” aldus Frans Hedde­ma.

Dat geldt niet alleen voor de huizen. Bij zijn naspeuringen stuitte Heddema op een onverwacht rijk buurtarchief. Kees Spits en Wim de Haan, beide rond 1900 in de buurt geboren, bleken jarenlang als eekhoorns verzameld te hebben. Ze interviewden talloze bewoners, fotografeerden alles wat los en vast zat, verduis­terden familie­kiekjes, legden hun eigen wereld vast met alle drift die in hen was. Het resultaat bestaat uit meters mappen met verhalen: over de ‘stratenmakertjes’ voor de bootwerkers, halve broden die in de lengte werden doorsneden, over de accutaxi’s van Atax, over schoenen die alleen op zondag werden gedragen - op maandag gingen ze weer naar de lommert.

Maar nu het probleem. Dit archief hoort natuurlijk thuis in het Gemeentear­chief. Maar al jaren ligt het in het wijkcentrum Oostelijke Binnenstad, onbekend en onbemind. Het Gemeentearchief is namelijk helemaal niet zo blij als je weer met een paar meter materiaal aankomt. Dat moet eerst gesaneerd, geordend en ontsloten worden, voordat ze er iets mee kunnen. Een boel werk. Stadsde­len, bedrijven en particulieren die, om welke reden ook, hun archief afstaan aan het Gemeentear­chief moeten er tegenwoordig dan ook vaak een zak geld bij leveren. Dat is minder raar dan het lijkt, want eigen­lijk lost het Gemeentearchief het archiefpro­bleem van zo'n bedrijf op. En het past natuurlijk in deze tijd van markt en zakelijkheid. Ook het verleden is een produkt, waarom ook niet.

Alleen: het wijkcentrum heeft net zo min geld als het Gemeentearchief. Wat nu? Moeten ze allebei de wetten van markt en zakelijkheid blijven volgen tot de laatste snik? Tot de papierversnip­peraar?

Geert Mak

Mei 2002

PS. Ik bel met het Gemeentearchief.

Er is een misverstand! Ze gaan praten!

Er is genade!