Een wandeling door de Spaarndammerbuurt

Ooit was de Spaarndammerdijk een belangrijke verbindingsweg tussen Amsterdam en Haarlem. Aan de zuidkant van de dijk, op de plek waar nu de Spaarndammerbuurt ligt, waren alleen wat kleine boerderijen en bedrijfjes te vinden. Rembrandt heeft ze op fraaie etsen vastgelegd. Door de aanleg van de Haarlemmertrekvaart en later de spoorlijn verloor de Spaarndammerdijk zijn functie als doorgaande verkeersweg. Ook als waterkering boette de dijk aan betekenis in: tussen 1830 en 1834 werd een tweede dijk aangelegd, die het tracé uitzette voor de huidige Tasman- en Van Diemenstraat.

De opbloei van Amsterdam in de tweede helft van de 19de eeuw heeft de Spaarndammerbuurt doen ontstaan. Dit heeft echter niet, zoals in de Concertgebouwbuurt, brede boulevards en schitterende cultuurpaleizen opgeleverd: de Spaarndammerbuurt ontstond als een arbeiderswijk. De nieuwe wijk werd aangelegd op basis van het plan-Kalff uit 1876, maar daarin was alleen sprake van het bouwrijp VAN maken van het gebied. Hoeveel en wat voor soort huizen erop zouden verrijzen, werd overgelaten aan particuliere ondernemers. Net als in bijvoorbeeld de Pijp bouwden die vervolgens zoveel mogelijk woningen tegen zo laag mogelijke kosten, de zogenaamde revolutiebouw. Dat leverde wel nieuwe woonruimte op, maar die was deze naam eigenlijk nauwelijks waardig: een gezin met kinderen had slechts de beschikking over één kamer. Daar zat een klein keukentje bij, en een bedstee waarin de ouders en hun talrijke kroost met z'n allen sliepen. Een douche was er niet, wel een toilet.

Onder de eerste bewoners van de Spaarndammerbuurt waren veel arbeiders die hadden meegewerkt aan de bouw van het Noordzeekanaal (1865-1876). Ze kwamen vooral uit de provincie en hadden bij de aanleg van het kanaal in erbarmelijke hutjes of zelfs overdekte holen moeten slapen. Maar wat ze in de Spaarndammerbuurt aantroffen als ze besloten in Amsterdam achter te blijven, was nauwelijks beter. Sommigen konden geen officiële woning vinden en betrokken een zolder of kelder.

De Spaarndammerbuurt werd vooral bewoond door fabrieks- en havenarbeiders. Die laatsten vormden een sociaal zeer kwetsbare groep: het beschikbare werk was afhankelijk van de hoeveelheid schepen die er in de haven lag. Zo was de Spaarndammerbuurt een van de armste wijken van de stad.

De hele Spaarndammerbuurt is op 29 augustus 1931 uitgelopen voor de onthulling (door zijn weduwe) van het standbeeld van de in 1919 overleden anarchistische (en eerder socialistische) voorman Ferdinand Domela Nieuwenhuis. GEMEENTEARCHIEF

Woorden en rookbommen

Op het Nassauplein, het startpunt van onze wandeling, zien we al welke gevolgen die armoede heeft gehad voor het politieke gevoel van de buurt: rechts in het perkje staat een flink standbeeld van de socialist en anarchist Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919). Zijn weduwe mocht op 29 augustus 1931 vanuit haar stoel aan een touwtje trekken en onthulde zo het door Johan Polet gegoten bronzen beeld. De in de Spaarndammerbuurt zwaar gevoelde crisistijd bracht het aanwezige volk ertoe om deze gelegenheid ook maar gelijk aan te grijpen om een demonstratie te houden voor brood en werk.

Via het spoorviaduct met beeldhouwwerken van Hildo Krop komen we op de Spaarndammerstraat, een deel van de vroegere dijk die in het plan-Kalff verlaagd werd tot straatniveau. Na het viaduct slaan we gelijk linksaf. Aan onze rechterhand zien we een parkje met speeltuin, dat zich duidelijk onder het straatniveau bevindt. Dit parkje is gebouwd op de (nog zichtbare) resten van de voormalige rooms- katholieke Maria Magdalenakerk. Naar een ontwerp van de bekende katholieke architect P.J.H. Cuypers werd op dit driehoekige stuk grond - de vierde hoek was verkocht om geld vrij te maken - een monumentale kerk gebouwd. Het gebouw was echter geen lang leven gegund: in 1967 werd de kerk gesloopt nadat gebleken was dat de bakstenen aan het vergruizen waren. De ontkerkelijking en het linkse gevoel van de buurt komen samen in de huidige naam van de plek: het Domela Nieuwenhuisplantsoen.

De neogotische Maria Magdalenakerk, op een foto van omstreeks 1900. Dit "brutale roomse bastion tussen de rooden" van de beroemde architect Pierre Cuypers werd in 1967 vanwege bouwvalligheid gesloopt. GEMEENTEARCHIEF

Lopen we verder langs het plantsoen de Zaanstraat in, dan komen we op het kruispunt met de Zaandijkstraat bij het Volksbadhuis (1916). Om de hygiëne van de arbeiders zonder douche een beetje onder controle te houden, werd hun hier de mogelijkheid geboden zich voor weinig geld te wassen. Tegenwoordig huist er een Turks vrouwenbadhuis in.

We gaan rechtsaf de Zaandijkstraat in. Het bejaardenhuis aan de linkerzijde is een van de resultaten van het buurtprotest tegen de saneringsplannen van de jaren zestig en zeventig. In die periode wilde de gemeente de woonomstandigheden verbeteren door een grootscheepse renovatie en herinrichting van de buurt. Er zouden 1500 arbeiderswoningen verdwijnen om plaats te maken voor parkeergarages en dure woningen. De bewoners protesteerden fel. Ze vreesden dat hun weliswaar verkrotte, maar wel knusse wijk zou veranderen in een gigantische bouwput voor megalomane nieuwbouw. Met woorden en rookbommen maakte de buurt haar ongerief duidelijk, én met succes: de gemeente ging overstag. Het knusse karakter van de wijk bleef behouden, er kwam een bejaardenhuis, veel bestaande woningen worden opgeknapt en de parkeergarages kwamen er niet.

Met woorden en rookbommen protesteerde de buurt tegen megalomane nieuwbouw


De Wester Suikerraffinaderij in 1923. In de jaren zestig werd de fabriek gesloopt. Alleen de merknaam 'Wester Stroop' bleef. GEMEENTEARCHIEF

Trendy stadsstrand

We slaan linksaf de Assendelftstraat in. Het bejaardenhuis van de architecten J.P. Girod en R. Groeneveld werd zo gebouwd dat de vroeger doorlopende straat onderbroken werd: zo is deze straat nu een oase van rust. We gaan rechtsaf, steken de Spaarndammerstraat over en komen in de Van Noordtstraat, die uitkomt op het Suikerplein. De steenwoestijn van nieuwbouwwoningen rond dit plein kwam in die plaats van de Wester Suikerraffinaderij. Hoe die eruit zag voordat de fabriek in 1965 zijn deuren sloot, is nog te zien op de flesjes suikerstroop van de CSM. Het fabrieksterrein werd in de jaren zeventig tot woongebied omgevormd. De gemeente had ook plannen voor de demping van de beide grachten die hier te zien zijn, maar actie van buurtbewoners heeft ook dat voorkomen. Wel zijn de grachten enigszins ingekort: oorspronkelijk liepen ze door tot waar nu de woonhuizen staan.

Waar vroeger de raffinaderij stond, is nu het Suikerplein, bebouwd in 1984 naar ontwerp van architectenbureau Treffers en Polgar. Deze "steenwoestijn" krijgt binnenkort een face-lift. Foto 1991. GEMEENTEARCHIEF

We gaan de Henk Curièrekade op, vernoemd naar een van de voorvechters van de buurt in de tijd van de stadsvernieuwing. Via de Noordkaapstraat komen we in de Nova Zemblastraat. Hier slaan we linksaf en zien we de romantische arbeiderswoningen van architect H.J.M. Walenkamp, gebouwd in 1913-1918. Ze zijn gerealiseerd na de invoering van de Woningwet (1901). Hierin werden eisen gesteld aan de kwaliteit van woningen; bovendien konden woningbouwverenigingen nu financiële steun van de overheid krijgen. Zo werd geprobeerd de woonomstandigheden van de onderklasse wat te verbeteren.

Propere arbeiderswoningen van architect H.J.M. Walenkamp in de Nova Zemblastraat, 1914. Dankzij de woningwet van 1901 was de kwaliteit van de nieuwbouw vooruitgegaan. GEMEENTEARCHIEF

We gaan rechtsaf de Bontekoestraat in. Na rechts een gevelsteen gepasseerd te zijn van de oostvaarder Bontekoe, komen we uit op de Tasmanstraat. Voor ons liggen nu de vroegere houthavens. In de Tweede Wereldoorlog hebben hier in houtloodsen nog onderduikers gezeten. Momenteel wordt er gewerkt aan een plan om de voormalige havens om te vormen tot een luxe woongebied, dat de Spaarndammerbuurt naar een hoger sociaal gemiddelde moet tillen. In de nieuwe wijk, die de naam Spaarndammerhout zal krijgen, moeten zeker 950 woningen komen die op acht pieren komen te staan; daartoe worden de oude insteekhavens opnieuw uitgegraven.

De Houthavens in hun glorietijd, rond 1920, met op de achtergrond het IJ en links in de verte de Gemeentelijke Vuilverbranding. GEMEENTEARCHIEF

Onenigheid over de precieze uitvoering van het plan heeft echter tot de nodige vertraging geleid. In de zomer van 2003 vernietigde de Raad van State de bouwplannen vanwege mogelijke geluidshinder. Om te voorkomen dat het bouwrijp gemaakte gebied verloedert, heeft het in de tussentijd een andere bestemming gekregen: er staan nu wisselwoningen en studentenwoningen. Ook het voormalige Russische cruiseschip dat woningcorporatie Rochdale aan de kade heeft afgemeerd, herbergt studenten. Maar liefst 1100 jongeren vinden hier nu voor enkele jaren een onderkomen.

Het studentenwoonschip Rochdale One. Rechts de Houthaven. Foto Ton van Rijn - Stadsarchief Amsterdam


Ondertussen maken ondernemende figuren rondom het trendy Strand West zich op om de Spaarndammerbuurt op te stuwen tot een van de 'hotspots' van Amsterdam. Het zal nog een hele toer worden de nieuwe wijk tot een harmonisch geheel samen te smeden met de oude volksbuurt, zoals de bedoeling is.

Enkele meters naar links steken we aan de overkant de Stavangerweg in en passeren de prefab-campus. De eerste straat links leidt ons weer omhoog naar de Spaarndammerdijk. Die steken we over de Hembrugstraat in en gaan direct rechtsaf via de Houtrijkstraat naar het Zaandammerplein. De bocht die de straat maakt, geeft het gevoel alsof je via een poort een soort burcht binnengaat. De huizen aan het plein versterken dat gevoel alleen nog maar: massieve, statige muren. De sociaal-democratische wethouder F.M. Wibaut liet dit complex woningen rond het plein bouwen om de enorme woningnood het hoofd te bieden. De huren waren zwaar gesubsidieerd. De huizen waren bedoeld als noodoplossing voor de armsten der arbeiders. Als het de bewoners even beter ging, zouden ze naar minder gesubsidieerde woningen moeten trekken. De degelijkheid van deze woningen van architect K.P.C. de Bazel, gebouwd in de periode 1918-1928, is overigens maar uiterlijke schijn: al sinds de bouw hebben veel huizen vochtproblemen.

Via een poortje aan de rechterzijde steken we door de binnentuin heen, en na het beklimmen van een trapje zijn we weer terug op de Spaarndammerdijk. Hier slaan we tweemaal linksaf, de Oostzaanstraat in. Deze hoek werd in de volksmond het 'fluwelen eindje' genoemd: hier woonde spoorwegpersoneel dat het wat breder had, zoals machinisten.

De dorpse architectuur van de Zaanhof, gebouwd in de periode 1917-1921. was bedoeld om de arbeiders tot beter woon- gedrag op te voeden. Foto: Martin Alberts, Stadsarchief Amsterdam

In de Oostzaanstraat gaan we rechtsaf. Hier lijkt het plots wel alsof we de grote stad verlaten hebben en in een dorpje terechtgekomen zijn. Dit is de Zaanhof, alweer van Walenkamp, (1921). De schattige lage huisjes zijn aan de binnenkant echter geen op zichzelf staande dorpswoningen, zoals ze pretenderen. Achter elke voordeur woonden twee gezinnen. Dit complex is een mooi voorbeeld van de vormende taak die de woningbouw werd toegedacht. Niet alleen werd de arbeider hier als het ware uit de stad geplukt en in een idyllisch dorpje gezet, wat beter werd geacht voor een mens; ook werden er op diverse ingangen tot het hofje verantwoorde teksten geplaatst, die de bewoners op hun plaats wezen.

De arbeider werd uit de stad geplukten in een idyllisch dorpje gezet

Ontwerptekening van architect Michel de Klerk van Het Schip, zijn wereldberoemde schepping van fel oranje baksteen met karakteristieke torenjes en golvende lijnen, gebouwd in 1919. NEDERLANDS ACHITECTUUR INSTITUUT, ROTTERDAM

Het Schip

In de Zaanhof gaan we linksaf, langs het later aangelegde middenplantsoen, en komen we weer uit in de Hembrugstraat. Recht voor onze neus staat nu het hoogtepunt van de Amsterdamse School: 'Het Schip' van Michel de Klerk (1884-1923), de voortrekker van deze architectonische vernieuwingsbeweging. Met zijn torentje en weelderige bakstenen details is Het Schip niet zomaar een complex woningen, maar eerder - zoals zijn bewoners het uitdrukten een kasteel. De architectuur was ook hier een grote opvoedkundige rol toebedacht, al koos De Klerk andere oplossingen dan Walenkamp in de Zaanhof.

Werd daar de enge stad genegeerd door haar te veranderen in een dorpje, De Klerk dwong de bewoners tot een binnenshuis gerichte blik door de positionering van de ramen. Niet alleen was het uitzicht beperkt door de vele kozijnen, ook waren de ramen op een zodanige hoogte geplaatst dat wie binnen in een stoel zat alleen nog maar de wolken zag. Zo wilde men de bewoners ertoe brengen een huiselijk, moreel gezond leven te ontwikkelen.

De stijlprincipes van de Amsterdamse School zijn goed zichtbaar in dit fragment van Het Schip.
 Detail woningen op hoek Zaanstraat/Hembrugstraat. Foto: Martin Alberts, Stadsarchief Amsterdam

We gaan links om Het Schip heen, door de Oostzaanstraat. Rechts is een basisschool in het complex opgenomen, die er al stond toen De Klerk aan zijn gebouw begon. De lange zijde van Het Schip is waarschijnlijk verantwoordelijk voor de naam ervan: het heeft iets weg van een scheepswand met patrijspoorten, al zijn deze niet rond. Aan de andere kant van het complex, aan de punt in het voormalige postkantoor, zit tegenwoordig het Museum Het Schip (geopend do.-zo. 13-17 uur). Via het museum is toegang te krijgen tot de museumwoning, die van binnen is teruggebracht in de stijl van de jaren twintig. Aardig is ook op de binnenplaats het kleine gemeenschapsgebouw te bekijken: in weer een poging tot verheffing van het arbeidersvolk moest dit huisje de bewoners ertoe aanzetten 's avonds niet aan de jenever te gaan, maar een hobby ter hand te nemen. In het gemeenschapshuisje werd bijvoorbeeld gezamenlijk hout gesneden. De arbeiders die in Het Schip kwamen wonen, waren overigens niet van de behoeftigste soort: de extravagante ideeën van De Klerk hadden de bouw zo duur gemaakt, dat de huren niet konden worden opgebracht door de armere arbeiders die zo ongeduldig op hun opvoeding zaten te wachten.

Spaarndammerplantsoen 21 I. Architect: Michel de Klerk. Interieur van de keuken. Foto: Stadsarchief Amsterdam

Aan het Spaarndammerplantsoen waar we nu zijn aangeland, staan nog twee wooncomplexen van De Klerk. Beide zijn gebouwd voordat hij aan Het Schip begon. Het eerste, tegenover het voormalige postkantoor, is gebouwd in 1914-1915, het blok ertegenover in 1916- 1918. Op het plein is mooi de ontwikkeling te zien die De Klerk heeft doorgemaakt voordat hij aan Het Schip begon.

Via de Knollendamstraat, waar de woonblokken nu wat saai aandoen in vergelijking met het fraaie Spaarndammerplantsoen, gaan we terug naar de Spaarndammerstraat die nog steeds grotendeels volstaat met voortdurend reparatie vergende revolutiebouw. Nog altijd wordt de Spaarndammerbuurt bewoond door niet bepaald rijke, maar wel bijzonder mondige Amsterdammers (al zijn het lang niet allemaal arbeiders meer). Dat is vandaag zo, dat was in de jaren zeventig zo, en dat was voor de oorlog nog veel sterker. Waaraan Domela Nieuwenhuis ons nogmaals herinnert als we de Spaarndammerstraat uitlopen, onder het spoor doorgaan en weer op het Nassauplein terugkeren.