Kameraadschap in taal

Joodse emigranten die aan het eind van de 19de en het begin van de 20ste eeuw naar Amsterdam kwamen – deels op de vlucht, deels op doorreis – namen uit Oost-Europa de Jiddische taal en cultuur mee. In Amsterdam was de Joodse gemeenschap verregaand geïntegreerd, men sprak doorgaans Nederlands, en op het Jiddisch werd neergekeken. Dat de nieuwkomers doorgaans straat- en straatarm waren droeg daar mogelijk aan bij.

Die nieuwkomers organiseerden zich echter: in 1920 werd de Ostjidischer Arbiter Kulturfarajn Sch. Anski opgericht, kortweg Anski, een vereniging waar deze Jiddisch sprekende joden elkaar konden ontmoeten.

Het ging aanvankelijk vooral om kameraadschap en gezelligheid, het spreken van en zingen in dezelfde taal. De...

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Word nu abonnee en krijg onbeperkt toegang tot alle artikelen op onsamsterdam.nl, inclusief persoonlijk profiel om artikelen makkelijk te selecteren, delen en bewaren.