Je moest het met eigen ogen hebben gezien om je er een voorstelling van te kunnen maken, zo berichtte een krant van 4 juni 1768. Twee dagen eerder had er een ‘prachtig en uitmuntend’ bal plaatsgevonden op het stadhuis van Amsterdam. De Burgerzaal van wat nu het Koninklijk Paleis is, was volgens de Amsterdamse Courant onbeschrijflijk mooi gedecoreerd voor het dansfeest.

Achtduizend kaarsen en lampions in groen, blauw en rood verlichtten de zaal. Er lag een houten dansvloer en heuse orkestbakken waren schuin onder het beeld van Atlas gebouwd. Meer dan duizend gasten zwierden rond in hun kostbaarste kostuums en baljurken. Nog niet eerder had Amsterdam zo’n luisterrijke vertoning als deze gezien, aldus de krant.

De eregasten op het bal waren stadhouder Willem V, Prins van Oranje-Nassau, en zijn echtgenote Wilhelmina, Prinses van Pruisen. Zij waren door de burgemeesters van Amsterdam uitgenodigd voor een vijfdaags bezoek aan de stad. Het werd de grootste ontvangst van de eeuw. Achter het spektakel vertelt de ontvangst het verhaal van politieke macht in de opmaat naar een onstuimige tijd.

Vol programma

Van 30 mei tot en met 4 juni 1768 werden Willem V en Wilhelmina van Pruisen, met in hun kielzog een gevolg van bijna honderd mensen en vijftig paarden, groots ontvangen in Amsterdam. Het prinselijk paar verbleef op het stadhuis, waar het dineerde, sliep en audiënties hield. Ook gingen de prins en prinses per koets op pad naar belangrijke plekken in Amsterdam, begeleid door de burgerwacht, hun hofdames en kamerheren, muzikanten, lopers en pages te paard. Het bonte gezelschap en ceremonieel vertoon van de stoet trok elke dag veel bekijks.

De prins en prinses hadden een vol weekprogramma. Ze bezochten de Oude en Nieuwe Kerk, de Portugese en Hoogduitse synagoge, het Aalmoezeniersweeshuis en het Diaconiehuis voor de opvang van ouderen. Twee keer woonden ze een theatervoorstelling bij in de iconische schouwburg aan de Keizersgracht, en ze ontmoetten koopman Gerrit Braamcamp bij zijn beroemde kunstverzameling.

Maar het grootste deel van het programma was gewijd aan de handel. Daar zaten de grootste belangen in de samenwerking tussen handelsstad Amsterdam en de stadhouder. Het stadsbestuur nam Willem V mee naar de Amsterdamse scheepswerven, pakhuizen en zeemagazijnen. Willem V sprak kooplieden en nam zitting in vergaderingen van de Admiraliteit, de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC).

Deze nadruk op handel in het programma was geen toeval. De positie die Amsterdam in de 17de eeuw in de wereldhandel verwierf, wilde zij in de 18de eeuw vasthouden. Daar had de stad Willem V voor nodig. Als opperbevelhebber van het leger en de vloot moest de stadhouder zorgen voor een gunstig handelsklimaat. Voor Amsterdam betekende dat onder andere het op afstand houden van Engeland en Frankrijk en investeren in de scheepsbouw.

VOC en WIC

Ook keek de stad naar Willem V vanwege zijn rol in de VOC en WIC. Hoewel het opperbewindhebberschap een formele functie was, mocht hij bestuursleden benoemen en zo invloed uitoefenen op wie beslissingen namen binnen de handelscompagnieën. Daarnaast kon Willem V optreden als bemiddelaar tussen gewesten. Zo vroeg Amsterdam hem tijdens de WIC-vergadering om steun voor de vrije vaart op de snelgroeiende koloniën Essequebo en Demerara in Guyana, ten westen van het wingebied Suriname. Hier was bemiddeling voor nodig met de Kamer van Zeeland, die geen inmenging van Amsterdam in het gebied duldde.

Voor Willem V was het ook belangrijk om de banden aan te halen met het machtige Amsterdam, de voornaamste stad in het rijkste gewest van de Republiek. Zijn stadhouderschap was anno 1768 een prille positie, waarin hij zich nog moest bewijzen. Hij was de eerste Prins van Oranje die het stadhouderschap over alle zeven gewesten erfde, met de daarbij verworven functies en rechten.

Zijn vader, Willem IV, overleed al in 1751, toen Willem V nog maar drie jaar oud was. Vanaf zijn achttiende verjaardag op 8 maart 1766 stond hij officieel zelf aan het roer, hoewel hij nog lang leunde op zijn adviseurs. Zijn gearrangeerde huwelijk met Wilhelmina van Pruisen volgde in oktober 1767. Acht maanden daarna maakte het kersverse echtpaar vervolgens een rondgang langs steden in de Republiek. Met de ontvangst in Amsterdam probeerde Willem V voet aan de grond te krijgen in de stad en zijn autoriteit kracht bij te zetten.

14 extra fornuizen

Vijf dagen lang haalde Amsterdam alles uit de kast voor Willem V en Wilhelmina van Pruisen. De logistiek achter de ontvangst was indrukwekkend. Binnen een maand was alles geregeld: van de beveiliging, brandpreventie en verkeersomleidingen tot het weekprogramma en de inrichting van het stadhuis. Duizenden handen spanden zich in om de prins en prinses met hun gevolg vorstelijk te kunnen ontvangen in de stad.

Het vinden van geschikte logementen voor iedereen was de grootste uitdaging. Verspreid in de stad konden de hofhouding en de paarden ondergebracht worden. Maar alleen het stadhuis, uitblinkend in formaat en aanzien, was volgens de burgemeesters een passend onderkomen voor Willem V en Wilhelmina van Pruisen. In razend tempo werden stadskantoren en vergaderzalen tijdelijk heringericht. Bedden, kroonluchters, tapijten, spiegels en wandbekleding werden besteld.

De Schepenzaal, waar door de schepenen recht werd gesproken, was voor even een dinerzaal. Om te kunnen koken voor alle gasten waren in de keukens op de begane grond in allerijl veertien extra fornuizen ingemetseld. De schepenen zaten vervolgens in hun eigen rechtszaal aan tafel. Ook de burgemeesters deden afstand van hun vergaderruimte en kantoor. Zo was het burgemeestersvertrek, dat nu de Oud Raadzaal wordt genoemd, tijdelijk de slaapkamer van het prinselijk paar.

Toenemende spanningen

Kosten noch moeite werden gespaard. In totaal werd er voor bijna 103.000 gulden afgeboekt bij het stadsbestuur. Bijna de helft hiervan, 45.475 gulden, werd gedeclareerd door chefkok Niemann, die alle maaltijden, inclusief het servies, personeel en keukengerei, overzag. Ter vergelijking: een geschoolde arbeider zoals een scheepsbouwer verdiende rond de 300 gulden per jaar, herbergiers en ambachtslieden zo’n 600 gulden.

Sinds de weergaloze intocht van Maria de Medici in 1638 was geen vorst meer zo groots ontvangen in de stad. Bovendien was voor de ontvangst van stadhouder Willem IV in 1748 niet half zoveel moeite gedaan. Dat maakt de uitbundigheid van het onthaal van Willem V opvallend.

Wellicht zag Amsterdam in de ontvangst van de jonge stadhouder een kans. In de opmaat naar onrustige tijden zouden Amsterdam en Willem V elkaar nog hard nodig hebben. Zowel in het buitenland als in het binnenland waren in die tijd de toenemende spanningen, onzekerheid en onvrede voelbaar.

De Republiek moest zich op het wereldtoneel staande weten te houden tussen de grote mogendheden Engeland en Frankrijk. Tegelijkertijd stokte de economische groei, groeide de sociale ongelijkheid op en vonden revolutionaire gedachten in de Republiek vruchtbare grond. Wat beide politieke grootmachten in 1768 nog niet wisten was dat deze onrust eind 18de eeuw zou uitmonden in de bekende strijd tussen patriotten en orangisten en een omwenteling van het staatsbestel.

Maar nu was er nog hoop. Voor even leek alles goed. Tegen het décor van vlaggenvertoon, gevel-illuminaties en feestelijkheden schudden de burgemeesters van Amsterdam en stadhouder Willem V elkaar de hand. De machtigste stad van het land en de machtigste persoon van het land hadden zichzelf naar elkaar en naar het volk toe op de kaart gezet.

Marjan Pantjes is junior conservator van het Koninklijk Paleis Amsterdam. De tentoonstelling De Prins en de Stad is van 6 juli tot en met 17 september 2023 te zien in Koninklijk Paleis Amsterdam. Bij de tentoonstelling is een gratis stadswandeling gemaakt langs de plekken die Willem V tussen 30 mei en 4 juni 1768 bezocht. Kijk op www.paleisamsterdam.nl voor meer informatie.

Header: Het bal in de Burgerzaal op 2 juni 1768. Meer dan duizend gasten zwierden rond in hun kostbaarste kostuums en baljurken. Reinier Vinkeles / Atlas van Stolk